Op zoek naar die ene leverancier?

‘Je kunt een vaardigheid niet altijd aanleren door exact te vertellen hoe het moet’

Een sporter die met een blessure een medaille pakt of iemand die zijn prestatie toeschrijft aan een mental coach. Voorbeelden waarin wij de mentale kracht van mensen roemen en die wij zien als bewijs dat het brein het lichaam kan controleren en de pijn kan doen vergeten. Dat je door je te focussen alles en iedereen om je heen kunt uitschakelen en zo je doel kunt bereiken. Maar sportfilosoof Aldo Houterman gelooft daar niet in. “Uiteindelijk bepaalt het hele lichaam mee met wat er in het brein gebeurt, dat is juist ook zo mooi. Door alles toe te schrijven aan het brein ga je echt voorbij aan de schoonheid en kracht van ons gehele lichaam.” 

Plato

Houterman doceert filosofie aan de Universiteit van Amsterdam en is betrokken bij het onderzoek Lichaam, beweging en sport aan de Erasmus Universiteit, daarnaast is hij auteur van ‘Wij zijn ons lichaam: wat sport en beweging ons vertellen over menselijk gedrag’. Zijn missie is om het gedachtegoed dat het lichaam in dienst staat van het brein te doorbreken, daarmee gaat hij in tegen de traditie waarin volgens hem de rol van het lichaam wordt ontkend.  “In de wetenschap en de filosofie hoor je al eeuwen hetzelfde verhaal. Zelfs al in de tijd van Plato werd over lichamelijkheid gedacht als veroorzaker van ziekte en pijn en tegenwoordig versterken de theorieën van wetenschappers als Dick Swaab en Erik Scherder het idee dat het brein een soort van commandocentrum. Als een vuurtoren die hoog boven ons lichaam uitsteekt en de rest van het lichaam aanstuurt.” Maar daarmee doe je volgens Houterman het lichaam tekort. “Ons lichaam vormt de basis van intelligent menselijk gedrag. Het is in staat om in te spelen op een situatie zonder dat we er bewust over nadenken, het kan handelen zonder dat het brein er controle over heeft.”

Lees ook: ‘Er zijn vele wegen die naar Rome leiden en dat maakt het juist ook zo leuk’

Brein én lichaam

Het lichaam en het brein juist met elkaar zijn vervlochten, zo is Houterman zijn stellige overtuiging. “Neuronen lopen door het hele lichaam, het kan dus onmogelijk vanuit één centrum worden aangestuurd.” Als voorbeeld noemt Houterman een test met de Braziliaanse stervoetballer Neymar. “Bij hem is in een labsituatie gekeken naar de hersenactiviteit bij bewegingen en het bleek dat er minder activiteit is. Hij heeft het zo vaak geoefend, het is voor het lichaam een automatisme geworden. Wat geen garantie is dat hij dit trucje altijd goed doet. Wanneer Neymar een penalty moet nemen in een kolkend stadion kan hij zomaar overschieten. Er spelen dan veel meer factoren een rol waarover het brein geen controle heeft.” Beide laten volgens Houterman zien dat het brein niet dominant is. Hetzelfde geldt voor zwemmen. “Al onze zintuigen spelen een rol bij bewegen in het algemeen en bij het zwemmen gaat het vooral om de huid. Dit zintuig komt direct in contact met het water en is medebepalend voor hoe wij voortbewegen in het water. Daarbij is zwemmen heel afhankelijk van de context. Daarom is juist het adaptieve vermogen cruciaal en soms moet je het brein zelfs negeren. Neem bijvoorbeeld een mui, hierin moet je je met de stroming mee laten nemen om vervolgens met diezelfde stroming weer aan land te komen. Dat terwijl het verstand zal zeggen dat je terug moet zwemmen, anders raak je te ver van de kust af.”

Lees het gehele interview met Aldo Houterman in ZwembadBranche #84




ZwembadBranche Dag 2022