Hygiëne voor den zwemmeester…

Ik was half april op de Dag van de zwemonderwijzer om wat te vertellen over zwembadtechniek. Als ludieke actie hadden ze op deze dag een boekenmarkt ingericht om oude publicaties over het zwemonderwijs te verkopen. Mijn oog viel op een boekje ‘Hygiëne voor den zwemmeester’ uit 1936. Een aantal hoofstukken wil ik graag met jullie delen. Ik vond het opmerkelijk dat een groot deel van deze eisen nog steeds een belangrijke rol speelt.

Het verleden

De vijf ‘Eisen aan zwemwater te stellen’ waren:

  1. Zwemwater mag geen ziektekiemen overbrengen.
  2. Zwemwater mag niet aan zodanig verontreinigingen blootstaan, dat de mogelijkheid van besmetting met ziektekiemen niet uitgesloten kan worden.
  3. Zwemwater moet een zekere mate van helderheid bezitten.
  4. Wanneer zwemwater gedesinfecteerd wordt, mag er geen abnormale prikkeling van huid en slijmvliezen ontstaan en ook geen onaangename prikkelende atmosfeer.
  5. Zwemwater moet een zekere minimum temperatuur bezitten.

Het heden

  • De eerste eis is in onze huidige regelgeving terug te vinden in de microbiologische normen.
  • De tweede eis zegt iets over de inbreng van ziektekiemen, die moet je voorkomen. In eerste instantie betekende dit dat een zwembad ‘ratproof’ moest zijn vanwege de ziekte van Weil en ten tweede betrof dit tyfusbacillen, ziektekiemen van besmettelijke darmziekten of veroorzakers van kaakholteontsteking of oogbindvliesontsteking. In onze huidige regelgeving doen we eigenlijk nog maar weinig met deze tweede eis. De helderheideis wel, die is bijna onveranderd gebleven.
  • De 4de eis betekent eigenlijk dat er niet te hoge concentraties vrij chloor gebruikt mochten worden, dat het gebonden chloor niet te hoog mocht zijn en dat er voldoende lucht ververst moest worden. Voor vrij chloor was de grens destijds 0,2-0,5 mg/L, nu zijn die chloorwaardes toch een stuk hoger.
  • De laatste eis over de minimale temperatuur hanteren we niet meer. In het hoofdstuk over ‘eisen aan den zweminrichting’ stond hoe je het ratproof kon maken, maar ook hoe je verontreiniging van het bassinwater door zwemmers moest voorkomen. In iedere zwemgelegenheid moest voldoende gelegenheid bestaan tot het nemen van voordouches en voetenbaden. Die voordouches moesten naakt genomen worden en het hele lichaam moest met warm water en zeep gereinigd worden. Om te controleren of mensen naakt douchten, moesten de zwempakken over de deurtjes gehangen worden.

Lees ook: De visie van Maarten Keuten op de nieuwe zwemwaterwet

‘Methoden van zuivering van het zwemwater’

Het volgende hoofdstuk ging over ‘Methoden van zuivering van het zwemwater’. Hierbij werd snelfiltratie genoemd, doseren van desinfectans, toevoegen van vlokmiddel, maar ook de risico’s van aanzuigopeningen onder water. Voor desinfectie werden stoffen genoemd zoals hypochloriet, chloorgas, chlooramines of UV-straling. De circulatie werd met pompen gedaan en een turnover van 24 uur werd voldoende geacht, al werd ook gesproken van een veel snellere circulatie van 4-6 uur in Engeland. In de basis is de huidige zuivering van een zwembad dus nog steeds hetzelfde. Het mooiste hoofdstuk ging over ‘welke personen moet een zwemmeester uit een zwembad weren?’. Hier gaat het om personen die uitwendige aandoeningen hebben zoals steenpuisten en eczeem. Ook personen die lijden aan hevige verkoudheid moesten uit het zwembad geweerd worden of nog liever ‘eigener beweging wegblijven, daar ook zij het zwemmen in diskrediet kunnen brengen’.

Al met al waren ze 82 jaar geleden dus prima in staat om de risico’s in zwembaden te benoemen en wisten ze ook wat ze moesten doen. Kennis die we toen dus hadden, moeten we nu opnieuw uitvinden om in het kader van de nieuwe zwembadregelgeving over een paar jaar deze risico’s opnieuw in te schatten. En aansluitend de maatregelen te nemen om die risico’s acceptabel te maken. Toch blijf ik bij mijn stelling: zwemmen is gezond.

Deze column is geschreven door Maarten Keuten en verscheen eerder in ZwembadBranche #64




EasySwim Pro