Het zwembad: een bron van levenslessen

Als opleiding noemen mensen wel eens ‘Hard knock life’. Het gaat hier niet om een internationale dure school, maar simpelweg om het leren van het leven zelf. Nou ja simpelweg, het leren van ervaringen en het verleden kan natuurljk soms ook best lastig zijn. Waar het in ieder geval op neerkomt, is dat je niet alleen leert op school. Je leert ook -of juist- door het leven zelf. Binnen je familie, bij vrienden, op het werk. En ook als je sport. Op Happinez las ik over de sportschool als een bron van levenslessen. Maar ook het zwembad is natuurlijk een bron van inspiratie. De belangrijkste heb ik even op een rij gezet.

  1. Je ontmoet jezelf
    Bewegen, en vooral zwemmen, is een ontdekkingstocht waar je je gehele lichaam leert kennen, je voelt ineens spieren zitten waarvan je het bestaan niet vermoedde, je beseft dat je hele lijf tintelt en straalt, helemaal levend is tot in de kleinste haarvaatjes. Je komt ‘thuis’ in je eigen lijf. Daardoor voel je ook veel beter waar je spieren aanspant als dat níet de bedoeling is. Achter je bureau, in de auto, op de bank, je registreert veel eerder een verkeerde houding en die corrigeer je spelenderwijs, misschien wel zonder het door te hebben.
  2. Je wordt er blijer van
    Voor sporters al bekend, maar ook wetenschappelijk bewezen: het geeft een boost aan je humeur doordat je ‘geluksstofjes’ zoals endorfine, dopamine en serotonine aanmaakt. Drie keer per week zwemmen is even goed als therapie of meditatie, het kan zelfs depressie en burn-out voorkomen. Mensen die wekelijks zo’n vier uur sporten, schijnen het meest ontspannen door het leven gaan. De eerste twintig minuten worden de meeste gelukshormonen geproduceerd, maar de eerst 10 minuten merk je het al. Alleen opstarten kan dus even een ‘dingetje’ zijn, maar daarna ga je gewoon door.
  3. Lees ook: Wat is een gezonde hartslag?

  4. Je krijgt er energie van
    Soms heb je er helemaal geen puf voor en zin in. Je hebt een drukke dag gehad, er staat nog veel op het programma of het is gewoon even niet je dag. Maar dan moet je juist gaan: je krijgt namelijk energie van lichaamsbeweging. ‘Slecht geslapen vannacht’ of een ‘mega deadline’ is daarmee eerder een reden om wel te gaan dan niet en op de bank te blijven zitten. Geen twijfel dat je wordt beloond, want uiteindelijk levert lichaamsbeweging meer energie op dan dat het inspanning kost. Als dat geen goede deal is!
  5. Je leert grenzen aangeven
    Pas als je jezelf lichamelijk uitdaagt, leer je waar de grenzen van je fysieke kunnen liggen. Wat kun je wel, terwijl je dacht van niet? Veel meer dan je dacht. Maar zeker ook belangrijk, wanneer kun je écht niet meer en waar ligt je grens? Sporten en work-outs zijn constante reality checks. En realistisch in de wereld staan, dat versterkt natuurlijk je zelfvertrouwen.
  6. Je leert doorzetten
    Als je regelmatig sport, blijkt het makkelijker om ook andere goede gewoontes te kweken, je lichaam baant namelijk de weg voor je geest vrij. Door jezelf fysiek in te spannen kweekt je doorzettingsvermogen, ‘cognitieve reserve’ heet het officieel. Het betekent dat je niet vanzelfsprekend de makkelijkste weg neemt, maar bereid bent om er moeite voor te doen. Daarmee kom je verder in je leven. En die cognitieve reserve bouw je op door uitdagingen aan te gaan, zoals door je in te spannen en nét even dat stapje verder te zetten.
  7. Je leert ontspannen
    Work-out is in feite een vorm van stress: je hart gaat sneller slaan, je hijgt, je hersenen produceren stofjes die ze ook tevoorschijn toveren als er gevaar dreigt. Maar er is natuurlijk geen werkelijk gevaar en uiteindelijk breng je jezelf steeds ook weer tot kalmte. Als je dit vaak doet, leert je lijf zichzelf beter en sneller te kalmeren ook als je te maken krijgt met psychische stress. Je slaapt er ook beter door en het ontspant ook op een dieper, spiritueel niveau. Als je één bent met je lichaam, ben je één met het universum.

Met dank aan Hapinnez





Pomaz