Het gaat niet om het zwembad, maar om het zwemwater

Is baantjeszwemmen populairder geworden, doen we nog veel aan recreatief zwemmen? Welk diploma denkt men dat nodig is om veilig te kunnen zwemmen en realiseren Nederlanders zich dat zwemmen op bepaalde plekken meer vaardigheid vergt? Om te weten of er de afgelopen jaren wat is veranderd, is er onderzoek gedaan naar zwemmen en zwemveiligheid. Uit het onderzoek ‘Zwemmen en zwemveiligheid’ van het Mulier Instituut blijkt dat er niet zoveel is veranderd, wel is het recreatief zwemmen afgenomen. Wij vroegen Mandy van de Weijden wat deze resultaten volgens haar betekenen.

Borgen zwemvaardigheid

Mandy van der Weijden is werkzaam bij het Zwemanalyselab Windesheim Zwolle en doet onder meer onderzoek naar het borgen van zwemvaardigheid. Na het opstarten van een eerste onderzoek was zij gestart met een uitgebreid vervolgonderzoek dat onder meer bestaat uit een praktijkonderzoek naar kinderen met een zwemdiploma in hoeverre zij de vaardigheden nog beheersen. Door corona is het onderzoek uitgesteld naar 2021. Met interesse heeft zij het rapport ‘Zwemmen en zwemveiligheid’ gelezen. “Ik zie een aantal interessante resultaten die in mijn ogen ook vooral het belang van ons vervolgonderzoek bevestigen.“

Lees ook: ‘Zwemvaardigheid na het diploma: hoe borgen we dat?’

Beweegcontext

Een aantal bevindingen uit het rapport ‘Zwemmen en zwemveiligheid’ zijn bij Van der Weijden blijven hangen. “Uit het onderzoek blijkt dat wij het zwembad zien als een basisvoorziening met vooral als functie het leren zwemmen. Baantjes zwemmen is minder populair en recreatief zwemmen doen we vooral in de zomer. Het water is niet een vehicle om te bewegen, het zwembad is bedoeld voor het borgen van onze zwemvaardigheid. Voor mij vooral de bevestiging dat wij nog steeds een heel eenzijdig beeld hebben van zwemmen, we kijken op een hele specifieke manier naar de beweegcontext.” Volgens Van der Weijden wordt daarmee voorbijgegaan aan al die andere mogelijkheden die het water in brede zin kan bieden. “Bewegen in water gaat verder dan het zwembad, denk aan open water en de zee, en biedt dan ook veel meer mogelijkheden dan de meeste mensen nu weten. In mijn ogen een gemiste kans voor het zwembad. We laten hierdoor kansen liggen.”

Behoefte

Een goed voorbeeld vindt Van der Weijden het succes van de cursus borstcrawl onder vooral jongvolwassenen. “Dit is enorm populair, maar waarom? Het succes lijkt meer een toevalstreffer.” Vooral van de behoeften onder jongvolwassenen weten wij nog weinig. “Van de sporters op het ‘land’ weten wij dat de jeugd veel sport in verenigingsverband, het zijn gebonden sporters. Als jongvolwassenen wil men vaak minder gebonden zijn. We zien op die leeftijd een enorme toename in ongeorganiseerde sportactiviteiten zoals hardlopen, wandelen en fietsen. Waarna op oudere leeftijd de voordelen van een vereniging weer belangrijker worden en zij weer gebonden sporters worden. Hieruit kunnen wij wel conclusies trekken, maar wij weten niet of dit ook opgaat voor mensen die bewegen in het water. Het is onvoldoende bekend waar men in het water behoefte aan heeft.” Daarbij stelt Van der Weijden ook de vraag of de sporter zelf wel weet welke mogelijkheden het water biedt om te bewegen.

Lees het hele interview met Mandy van der Weijden in ZBB#74




E.B.T.C.