Generatie Z, geboren tussen 1996 en 2012, verovert de wereld. En hoewel generaties vaak generaliseren, laat zij zich niet graag in een hokje plaatsen. Ze maakt werk minder identiteitsbepalend, schuift de status van klassieke prestige-banen opzij en ziet kunstmatige intelligentie niet als bedreiging maar als partner. Jos Ahlers en René Boender schreven er een boek over: ‘GenZ verrast, verandert, verovert…’ Interessant om te weten voor wie deze generatie beter wil leren kennen, of dat nu is als collega, als klant of als bezoeker, want we komen haar overal tegen: op de werkvloer, als zwemouder aan de kant of als zwemfan langs het bad.
Altijd online, altijd verbonden
Eén van de kernpunten uit het boek is dat GenZ niet af en toe online is, maar dat online zijn simpelweg hoort bij wie ze zijn. Dat betekent iets heel praktisch: of het nu om een collega of een klant gaat, communicatie die aansluit bij hoe deze generatie leeft, werkt eenvoudigweg beter. Denk dus aan korte, visuele instructies in plaats van lange memo’s en teksten, of een duidelijke app-melding in plaats van een mededeling op een bord. En dat werkt ook andersom. Jonge collega’s die zelf GenZ zijn, weten precies hoe ze contact maken met een jongere doelgroep die net zo opgroeit als zij. Die verbinding is een kracht en kun je dan ook bewust inzetten om deze doelgroep beter te bereiken.
Op zoek naar betekenis en vertrouwen
Ahlers en Boender beschrijven verder in hun boek hoe deze generatie sterk gedreven wordt door de vraag of iets ertoe doet. Een baan aannemen om simpelweg wat te verdienen, is voor GenZ vaak niet genoeg, en een organisatie kiezen als klant of bezoeker doet ze evenmin zonder erover na te denken. Ze willen weten wat iets oplevert, voor wie, en waarom het belangrijk is. Die houding hangt nauw samen met een kritische blik op gezag: GenZ accepteert niet zomaar een beslissing omdat die van boven af komt, maar wil zien dat beslissingen kloppen, dat beloftes worden nagekomen en dat er ruimte is voor haar eigen inbreng. Organisaties die hun verhaal vertellen, aan medewerkers zowel als aan klanten, en die deze inbreng structureel een plek geven in plaats van er af en toe naar te vragen, spreken deze generatie dan ook beter aan.
En dan is er Generatie Alpha al onderweg
Het boek geeft meer inzicht in GenZ, maar de volgende generatie komt er ook alweer aan. Ahlers en Boender kijken in hun boek daarom ook vooruit naar Generatie Alpha, een blik die minstens zo relevant is als die op GenZ. Want wat vraagt deze allerjongste generatie straks van de organisaties waarmee ze te maken krijgt? Hoe anders zal hun relatie met technologie zijn, gezien dat ze opgroeien in een wereld waarin AI al vanzelfsprekend is in plaats van een nieuwigheid? En welke gewoontes van GenZ nemen zij simpelweg over, en welke gaan zij juist weer op hun eigen manier invullen? En wie nu al met deze jongste generatie werkt, kan zich dus met dit boek ook hierin verdiepen.
Een boek dat past bij de praktijk
“GenZ verrast, verandert, verovert…” is zeker geen droge theorie, maar een pragmatisch en toegankelijk boek, precies zoals de auteurs het zelf willen: midden in het leven. Het biedt geen kant-en-klare antwoorden, maar wel een helder kader om de eigen praktijk aan te toetsen, of dat nu gaat om personeelsbeleid, klantcontact of dienstverlening. Voor wie werkt met, naast, leiding geeft aan of zaken doet met Generatie Z, biedt het boek zowel herkenning als houvast. En voor de generatie zelf? Die zal zich, met een beetje geluk, gewoon zichzelf terugzien in de bladzijdes, en misschien zelfs bevestigd voelen in wat ze allang wist, maar nog niet zo scherp verwoord zag.