Dit is waarom je niet moet vragen wat er beter kan, maar wat er echt héél goed gaat

Na een functioneringsgesprek wordt datgene wat je niet kan vaak tot uitdaging betiteld. Helemaal fout, zo las ik laatst in een blog van Maarten Fijnaut, trainer en Coach aan de Higher & Company. Spreken over zwaktes en aandachtspunten is zo 2018. Immers wat je aandacht geeft, groeit. Leg daarom de focus vooral op kwaliteiten en talenten. Dit leidt tot minder ziekteverzuim en een hogere productiviteit. Bovendien geeft het meer energie, vertrouwen en groeit de betrokkenheid van medewerkers. Reden genoeg dus om het roer eens om te gooien en de vraag te stellen: wat gaat goed en wat gaat echt héél goed?

Wat dan wel?

Het deed mij denken aan een lezing van Marc Lammers tijden het eerste ZwembadBranche Congres jaren geleden waarin hij vertelde over het laag scorend vermogen van de centrumspits van het Oranje hockey damesteam. Zij scoorde nauwelijks door een slechte aanname op de backhand. Dus werd er met het hele team geoefend op haar backhand. Helaas schoot het niet op en het vertrouwen van de speelster -en van haar medespeelster in haar- daalde alleen maar. Totdat de vraag werd gesteld: ‘als jij de bal niet op de backhand wil hebben, waar dan wel?’. Het antwoord was heel simpel: ‘op de forehand’. Er werd geoefend op de forehand én er werd weer gescoord. De rest is geschiedenis…

Zesjes cultuur

Marc Lammers noemt dit de zesjes cultuur. We zijn gewend om van een 4 een 6 te maken, want je moet je zwakke punten ontwikkelen. ‘Wat is goed en wat kan er beter’, en dan gaan we werken aan dat laatste. Maar doordat alle aandacht naar de zwakke punten gaat, vergeet je de sterke punten. En dus wordt de 8 ook een 6. Met als resultaat, alles een 6. Alleen het is juist de kunst om ergens in te excelleren, alleen dan kun je het verschil maken. Die 8 moet dus eigenlijk richting een 10, dan ben je onderscheidend. En de kans is ook heel groot dat je het ook nog eens leuker vindt om van een 8 een 10 te maken, dan van en 4 een 6. Je bent er immers niet voor niets goed of slecht in.

Lees ook: Lekker in je vel op je werk? Gelukkig maar…

Name it, aim it, claim it!

Is de vraag: hoe dan? In drie simpele stappen kun je volgens Maarten Fijnaut aan talenten werken: name it, aim it, claim it!

  • Name it
    Zoek eerst de kwaliteiten, benoem deze en schrijf ze op. Het is handig om hier ook anderen bij te betrekken, maar ook om even te kijken naar de prestaties van de afgelopen tijd: wat ging er goed en waar spatte het plezier vanaf. Vaak geeft dit wel een beeld van iemands sterke kanten en of iemand stressbestendig, zelfverzekerd of enorm pragmatisch is.
  • Claim it
    Nu ga je een stapje verder. De sterke punten moet je namelijk ook delen met anderen en daar zijn wij nuchtere Nederlanders niet altijd goed in… Benoem vijf of zes kwaliteiten en hang dit op een plek waar alle collega’s het kunnen zien. Hierdoor worden mensen zich bewuster worden van hun sterke punten en kunnen dit daardoor beter uitdragen.
  • Aim it
    Vervolgens is het tijd om te oogsten en de kwaliteiten nu tactisch in te zetten. Dit verhoogt de kans op succes, waardoor het sterke punt weer wordt ontwikkeld en dat geeft natuurlijk weer energie. Kans neemt ook toe dat iemand wordt gevraagd voor het inzetten van een bepaalde kwaliteit. En daar profiteert het hele team van: de juiste persoon op de juiste plek, dat is waar het natuurlijk uiteindelijk om draait.



Hellebrekers