Discussieer mee! Gescheiden Zwemmen

De gemeente Den Haag schaft de gescheiden zwemuren voor mannen en vrouwen af. Per 1 januari maakt het geen onderdeel meer uit van het programma. Volgens de wethouder Sander Dekker (VVD, sport) is het allereerst een principiele kwestie. “In onze stad is gemengd sporten gemeengoed. Alleen goede argumenten rechtvaardigen een uitzondering.” Volgens Den Haag is een uitzondering niet gerechtvaardigd. En dat terwijl men in Utrecht per november juist weer is begonnen met het gescheiden zwemmen. De speciale uurtjes, waarbij het zwembad alleen voor vrouwen (autochtoon en allochtoon) toegankelijk is, waren tijdelijk gestopt en zijn nu hervat. En niet zonder succes, het is een ware drukte tijdens deze uren.

Ondertussen is een ware discussie losgebroken over het gescheiden zwemmen. Is het acceptabel in het licht van de emancipatie van de vrouw of is het gelijk aan doelgroepzwemmen zoals het ouder-kind zwemmen. En moeten moslimvrouwen zich met deze wens maar wenden tot een vereniging die het bad voor een uur kan afhuren? Of is het juist kortzichtig om te denken dat het gescheiden zwemmen alleen voor moslimvrouwen is en niet ook voor autochtonen vrouwen (dames met overgewicht, pubermeisjes). Komt nu de zwemvaardigheid van allochtone kinderen in het gedrang, juist nu nog steeds blijkt dat bij deze groep sprake is van een achterstand?

Verschillende vragen en meningen komen naar boven in de media en in verschillende forums op het internet. Maar wat vindt u van deze discussie?

  • Biedt u gescheiden zwemmen aan?
  • Ziet u het als een goede aanvulling, bent u tevreden met de opkomst?
  • Ziet u het als een vorm van doelgroepzwemmen?
  • Ervaart u het als een positieve impuls voor de zwemvaardigheid van allochtone jongeren?
  • Is het een onderwerp van discussie?
  • Of verwacht u dat dit een discussiepunt gaat worden?

Reageer via onderstaand formulier

 
 
  • Ter voeding van de discussie: een artikel dat op 1-12-2009 geplaatst is op Sportknowhow XL.

    Gemiste kans voor de gemeente Den Haag

    Door: Ester Wisse

    De afgelopen weken werd het integratie debat in de gemeente Den Haag weer eens flink aangewakkerd na een besluit van wethouder Dekker om de gescheiden zwemuurtjes van gemeentelijke zwembaden af te schaffen. Volgens een kleine meerderheid van de gemeenteraad en het college passen de gescheiden zwemuren niet in deze tijd. De wethouder, zijn VVD-partijgenoten en mede coalitiepartij CDA zijn van mening dat publieke activiteiten onder de vlag van de gemeente, toegankelijk moeten zijn voor iedereen. In het voorjaar diende de VVD al een motie in waarbij gepleit werd voor afschaffing van het mannenuur op de donderdagavond en de vrouwenavond op de vrijdag in zwembad de Houtzagerij.

    Omdat bij het invoeren van gescheiden uren voor mannen en vrouwen de gedachte was dat gescheiden zwemmen mogelijk een opmaat zou kunnen zijn voor gemengde participatie, is dit voorjaar nog niet direct besloten om de gescheiden uren af te schaffen. Na een bevraging van het personeel van zwembad de Houtzagerij bleek echter dat de mannen en vrouwen die op de gescheiden uren zwemmen, op deze uren blijven komen en niet doorstromen naar andere activiteiten in het zwembad. Omdat dit zogenoemde onderzoek aantoonde dat gescheiden zwemmen voor mannen en vrouwen op de lange duur niet leidt tot gemengd zwemmen, zijn er volgens wethouder Dekker geen argumenten meer om het gescheiden zwemmen te behouden.

    Op 11 november kondigde hij daarom aan dat per 1 januari 2010 gescheiden zwemuren niet meer op het rooster staan. Coalitiepartij Pvda en oppositiepartij Islam democraten waren het niet eens met deze beslissing van de wethouder. Ik kan ze geen ongelijk geven. Mede op basis van iets meer gefundeerd onderzoek zal ik hieronder aangeven waarom er een onlogische redenering schuil gaat achter de beslissing om gescheiden uren in het zwembad af te schaffen.

    Ten eerste strookt het afschaffen van de gescheiden uren niet met het huidige sportdeelnamebeleid. Dit beleid is er namelijk vooral op gericht om sportdeelname toegankelijk te maken voor iedereen. Door het afschaffen van het gescheiden zwemmen ontneemt de gemeente Den Haag vrouwen die vanuit geloofsoverwegingen niet gemengd mogen zwemmen, gelijke kansen op sportdeelname. Ook vrouwen die zich, bijvoorbeeld uit schaamte voor hun lichaam, niet prettig voelen op de gemengde zwemuren, worden getroffen door het besluit.

    Het zijn overigens niet zelden alleen de vrouwen zelf die ‘strenge’ eisen stellen aan hun sportdeelname. Sommige vrouwen willen en mogen van zichzelf wel gaan zwemmen, maar worden door hun mannen beperkt in hun bewegingsvrijheid. Sommige mannen verbieden hun vrouw (en oudere dochters) te gaan zwemmen, wanneer niet gegarandeerd kan worden dat het zwembad “man-vrij” is. Met name deze groep vrouwen zal zeker niet naar het zwembad komen op gemengde uren, en dus minder maatschappelijk participeren.

    Op de vraag wat er gebeurt met de vrouwen die nu gebruik maken van de gescheiden uren, gaf de wethouder het antwoord: “dat weet ik niet, ik hoop dat zij blijven zwemmen, want ze zijn altijd welkom in zwembad de Houtzagerij”. Ook blijven gescheiden uren bij verenigingen en/of zelforganisaties die badwater afhuren, bestaan. Hier kan, wat het college en de wethouder betreft, prima gescheiden gezwommen worden. De vraag is echter of deze clubs alle zwemmers en zwemsters die behoefte hebben aan gescheiden uren, kunnen opvangen. Op dit moment is dit niet het geval. Vanuit de gemeentelijke beleidsafdeling sport is men wel aan het nadenken over hoe verenigingen en zelforganisaties beter gefaciliteerd kunnen worden om meer gescheiden zwemuren aan te bieden. Vanuit deze insteek lijkt het geplande besluit in hoge mate op symboolpolitiek, zeker ook omdat het zwemmen bij verenigingen en zelforganisaties er voor kan zorgen dat mensen zich terug trekken in eigen kring. De gescheiden zwemuren in de Houtzagerij stonden er juist om bekend dat ze bezocht werden door mannen en vrouwen van verschillende etnische achtergronden. Bij een Turkse zelforganisatie die badwater afhuurt en hier gescheiden zwemmen aanbiedt, zul je bijvoorbeeld minder snel ook Nederlandse en Marokkaanse vrouwen zien.

    Ook hier wijkt de gemeente Den Haag af van het algemene integratie- en sportstimuleringsbeleid. Het stimuleren van gemengde sportdeelname is over het algemeen gericht op etnische diversiteit, niet op het samen laten sporten van mannen en vrouwen. Gescheiden uren zijn juist een mogelijkheid om de participatie en integratie van allochtonen en in het bijzonder allochtone vrouwen te bevorderen. Door te (leren) zwemmen, nemen vrouwen deel aan samenleving, waardoor ze mogelijk ook gezondheidswinst boeken en vrouwen met andere etnische achtergronden ontmoeten. Dit draagt bij aan hun bredere maatschappelijke integratie.

    Het feit dat de zwemmers die op gescheiden uren zwemmen niet doorstromen, toont aan dat dit soort uren erg gewaardeerd worden en bezocht worden door een groep die anders niet in het zwembad zou komen. Overigens vraag ik me ook af of zo stellig gezegd kan worden dat gescheiden zwemmen geen opmaat is tot gemengd zwemmen. Er zijn namelijk vele voorbeelden in de sport (ook Haagse sportverenigingen!) waar gescheiden participatie leidde tot structurele participatie met een hogere tolerantie voor gemengd sporten. Wellicht stromen de mannen en vrouwen die op de gescheiden uren zwemmen niet door naar andere uren, maar worden hun “eisen” ten aanzien van afscherming en zwembad personeel van het andere geslacht wel minder streng.

    Gescheiden zwemmen als opmaat tot gemengde participatie en brede maatschappelijke integratie is bovendien niet het enige argument dat gescheiden uren in het zwembad legitimeert. Uit onderzoek dat het Mulier Instituut in 2007 uitvoerde, onder andere in de gemeente Den Haag, bleek namelijk dat er een sterke relatie is tussen de participatie van name allochtone moeders aan zwemvaardigheidslessen en andere activiteiten in het zwembad en de zwemvaardigheid van hun kinderen.

    Het onderzoek van het Mulier Instituut gaat onder andere in op overwegingen en belemmeringen die van invloed zijn op de keuze van ouders om hun kinderen op particuliere zwemles te doen. Uit het onderzoek kwam onder andere naar voren dat allochtone moeders een belangrijke rol spelen in de zwemsocialisatie van hun kinderen. Zij zijn vaak verantwoordelijk voor de opvoeding van de kinderen, waarvan “zwemopvoeding” onderdeel uit maakt. Van de ongeveer 100 moeders die in dit onderzoek geïnterviewd zijn, kon ongeveer een kwart zelf ook zwemmen en/of bezocht regelmatig het zwembad. Bijna al deze vrouwen hebben hun kinderen ook op particuliere zwemles (gedaan), terwijl dit bij de groep die niet kon zwemmen en niet of nauwelijks in het zwembad kwam, slechts één op de drie is.

    Moeders die zich prettig en veilig voelen in het water, zijn sneller geneigd met hun kinderen naar het zwembad te komen en hen aan te melden voor de reguliere zwemlessen. In het zwembad in Alphen aan de Rijn bleek bijvoorbeeld, dat na het afschaffen van het gescheiden vrouwen-zwemmen, ook de aanmeldingen van allochtone kinderen voor de particuliere zwemlessen gestaag daalde. Het verbeteren en onderhouden van de zwemvaardigheid van allochtone vrouwen al dan niet samen met hun kinderen, in een setting waarbij geen mannen aanwezig zijn, is een manier om allochtone vrouwen meer te laten deelnemen aan het “natte” deel van de Nederlandse beweegcultuur en zo een positieve zwemsocialisatie over kunnen te kunnen dragen aan hun kinderen. Met het afschaffen van het Sinbad-zwemmen in de Houtzagerij op de vrijdagavond, wordt vrouwen en kinderen deze kans ontnomen. Dus zowel vanuit het oogpunt van de participatie van allochtone vrouwen en kinderen aan de Nederlandse beweegcultuur, als ook vanuit het oogpunt van veiligheid lijkt de weerstand tegen aparte vrouwenuren in het zwembad niet gerechtvaardigd.

    Dat de weerstand tegen gescheiden zwemuren lang niet door iedereen in de Haagse gemeenteraad gedragen wordt, bleek op 19 november uit het interpellatie debat dat aangevraagd was door Pvda. Tijdens dit debat werd gestemd over het terugdraaien van het eerder genomen besluit. De uitslag was 22 stemmen voor, 22 stemmen tegen. Door ziekte van een D66 raadslid wordt de stemming in de eerste of tweede week van december opnieuw gedaan. Omdat D66 tegen gescheiden uren is, wordt hoogstwaarschijnlijk na een tweede stemming het besluit tot afschaffen met één stem meerderheid toch doorgevoerd. Een gemiste kans voor de gemeente Den Haag om de sportdeelname van allochtone vrouwen in het bijzonder en daarmee ook die van alle Haagse burgers, te kunnen bevorderen.

    Relevante literatuur

    Elling, A. (2005a). Het zwembad. De Hollandse Dames Zwemclub, de islamitische Waterlelies en de vraag van wie het zwembad is. In I. Hoving, H. Dibbits & M. Schrover (red.) Veranderingen van het alledaagse 1950-2000 (pp. 227-248). Den Haag: SDU.

    Wisse, E., Elling, A., Dool, R van den. (2009). ‘Ik wil dat mijn kind leert zwemmen…’ Een onderzoek naar de factoren die de zwemvaardigheid beïnvloeden en de rol van allochtone ouders. Den Bosch: W.J.H. Mulier Instituut.

    Download het rapport via:
    http://beheer.nisb.nl/cogito/modules/uploads/docs/90701252420913.pdf

    Over de auteur

    Ester Wisse is als onderzoeker verbonden aan het Mulier Instituut – centrum voor sociaal wetenschappelijk sportonderzoek – te Den Bosch en verricht onder andere onderzoek naar vraagstukken rondom zwemmen en zwemvaardigheid en de relatie tussen sport en integratie.

  • Nog een stuk ter voeding van de discussie: ingezonden brief, aangeboden aan de Volkskrant op 27-11-09, als reactie op de berichtgeving rondom het afschaffen van gescheiden zwemmen.

    Gescheiden zwemmen en sporten draagt juist bij aan integratie

    In Den Haag mogen gemeentelijke zwembaden geen aparte zwemuurtjes voor vrouwen meer aanbieden. Daarmee bewijst de overheid de integratie van minderheden geen dienst en vergroot ze de kans op verdrinkingsgevallen, betoogt Ester Wisse.

    In Nederland verdrinken jaarlijks ongeveer 90 mensen. Dat is minder dan in het verkeer, maar dat maakt het voor de betrokkenen nog niet minder tragisch. Zwembadbeheerders die hebben meegemaakt dat een kind in hun bad verdrinkt, ondervinden daar jaren later nog last van.

    Gelukkig staat het redelijk goed met de zwemvaardigheid van Nederlandse kinderen. De meeste kinderen gaan op zwemles of nemen deel aan schoolzwemmen. Toch verlaten ieder jaar zo’n 4.000 kinderen zonder A diploma de basisschool. Vijf van de zes ouders zijn niet overtuigd van het nut van het C diploma, alhoewel de branche al jaren roept dat je zonder het huidige C in een waterrijk land als Nederland niet voldoende zwemvaardig bent.

    Als autochtone ouders dat allemaal nog niet zo goed op hun netvlies hebben, hoeft het niet te verbazen dat allochtone ouders nog wat minder overtuigd zijn van het nut van een C diploma (en van zwemvaardigheid in het algemeen). Onder allochtone kinderen ligt het percentage kinderen met een zwemdiploma dan ook lager dan onder autochtone kinderen. Degenen met een A diploma gaan ook minder vaak op voor C. Niet voor niets waarschuwen gezondheidsinstanties dat we, met de komst van een multiculturele samenleving, rekening moeten houden dat het aantal verdrinkingen weer kan stijgen.

    Onbekendheid en niet goed de weg weten vormen, naast gebrek aan financiën en simpelweg andere problemen aan het hoofd hebben, de belangrijkste redenen waarom allochtone ouders hun kinderen minder vaak op zwemles doen dan autochtone kinderen. Als je als kind niet zelf bent meegenomen naar zwemles, als je niet zelf met regelmaat op zomerse dagen in het zwembad bent geplonst, als je niet weet dat vrijwel iedere gemeente een zwembad heeft, weet dan maar waar je je voor zwemles melden moet. Zelfs autochtone ouders klagen over de informatie voorziening van zwemlesaanbieders. Voor veel allochtonen is de gang naar het wembad, of naar de sportvereniging, nu eenmaal niet zo vanzelfsprekend als voor Nederlanders die dat met de paplepel kregen ingegoten gekregen en voor wie het zwembad of de sportvereniging aanvoelt als een tweede thuis.

    Onderzoek wijst uit dat er duidelijke relaties zijn tussen de mate van integratie van allochtone ouders en de kans dat hun kind zwemvaardig is. Van allochtone ouders die werken, deelnemen aan vrijwilligerswerk en die zelf ook zwemmen zijn de kinderen aantoonbaar zwemvaardiger dan van ouders die dat niet doen.

    Meedoen is de eerste stap in het integratie proces. Wie niet meedoet neemt niet deel. Dat geldt niet alleen voor het zwemmen, maar ook voor andere vormen van recreatieve en sportieve activiteiten. Meedoen betekent kunnen meepraten, gebruik maken van openbare voorzieningen, je daarover informeren, ergens enthousiast over worden.

    Grote groepen burgers verkiezen ervoor om mee te doen eigen kring. Vanwege geloofsovertuigingen, of gewoon omdat ze dat leuker vinden, prettiger. Niet voor niets floreren in tal van sectoren van de vrijetijdseconomie de aparte dames avonden, ladies only uurtjes, of competities voor senioren of veteranen. Op de meeste plaatsen waar groepen gezamenlijk gebruik maken van ruimtes of accommodaties zie je vanzelf dat mensen die overeenkomsten met elkaar delen samen klitten. Simpelweg omdat ze daar wat mee gemeen hebben en dat willen delen.

    In de meeste gevallen neemt niemand daar aanstoot aan. In het geval van het gescheiden zwemmen gebeurt dat wel. Enerzijds omdat het kosten met zich meebrengt, anderzijds omdat er vrees is dat het de integratie niet bevordert.

    De kosten kunnen het issue niet zijn. Ten eerste laten de kosten zich gemakkelijk terugverdienen simpelweg omdat er een markt voor is. En ten tweede omdat de kosten nooit opwegen tegen de mogelijkheid dat er om die reden een kind verdrinkt.

    Blijft over de angst dat gescheiden zwemmen de integratie tegenwerkt. Dat mag met recht koudwatervrees genoemd worden. Dezelfde vrees bestond er eerder over aparte sportclubjes van minderheden. Inmiddels bestaan er talloze van dergelijke clubjes. De meeste daarvan floreren en nemen succesvol deel aan de Nederlandse competities. Dat ze zich in eigen kring mochten organiseren gaf voor hen de doorslag om betrokken te raken bij een Nederlands cultuurgoed.

    Wie niet respecteert dat mensen hun tijd willen doorbrengen in zelfverkozen gezelschappen, stimuleert ook niet dat burgers mee gaan doen. In het geval van het zwemmen is dat des te ernstiger, omdat het onbedoeld de kans op verdrinkingen vergroot. En dat is onbegrijpelijk voor een gemeente die al jarenlang vooral bekendheid geniet als ‘mooie stad achter duinen’.

    Over de auteur

    Ester Wisse is als onderzoekster verbonden aan WJH Mulier Instituut . Zij was in 2008 en 2009 betrokken bij onderzoek in het kader van het door het ministerie van OCW gefinancierde ‘Tien punten plan zwemvaardigheid’ (zie http://www.nederlandzwemt.nl).

  • Yolande Grau

    Lezers,

    Gescheiden zwemmen is een uitkomst voor onze medelanders. Zij komen graag, maar willen of mogen niet gemengd zwemmen. In hun cultuur is het verboden; nu kunnen wij denken dat ze daar maar over heen moeten stappen, maar dat gaat niet zomaar. De Nederlandse Australiers e/o Canadezen vieren ook nog steeds Sinterklaas.
    Wat is er mis met het “dames”uurtje??? Ook Nederlandse vrouwen vinden het prettig om alleen tijdens een damesuurtje te kunnen zwemmen. In sommige baden noemt men dat het “Rubens”uurtje.
    Als het organisatorisch in te passen valt dan moet dat zeker niet opgeheven worden. Een optie is natuurlijk ook om dit door een Islamische Vereniging te laten organiseren. Het is jammer om dit deze vrouwen af te nemen, vrouwen willen graag de kunst van het zwemmen leren en zij kunnen hun kinderen dan ook beter stimuleren/motiveren.
    Met vriendelijke groeten,
    Yolande

  • Jan Robert Sneek

    Het zou niet moeten kunnen uitmaken. Toch?

    Naar mijn mening wel.
    Niet alleen voor de desocialiserende factor, waarvan hier spraken is, zij het in lichte vorm maar tevens mogen we ons zelf afvragen waar dan de grens ligt en hoever we deze willen verschuiven.

    Mogen mannen straks ook “hun eigen” uurtje (of twee) hebben? Zonder al dat geklets in het water zodat ze gewoon kunnen doorzwemmen.
    Mogen de “wedstrijd zwemmers” (man en vrouw), in ieder zwembad een “hun” eigen baan hebben?
    Mogen de mensen welke door hun geloof, lichaamsbouw, of leeftijd alsjeblieft ook elders hun “eigen “plaatsje” hebben, misschien ook een eigen ingang?

    Wat ik bedoel is dat ik niet zo zeer mijn mening wil opdringen maar een grens zou willen zien. Hoeveel “strijd” levert het ons allemaal.
    Hoeveel “aanpassingen” zoeken we nog om het allemaal goed te doen?
    Waar ligt de grens?