23 april ZwembadBranche Dag Belgie

Bernard Korte: ‘Met een paar jaar aantal verdrinkingen halveren’

De zomer van 2022 was uitzonderlijk en brak records door het aantal zonuren en de hoge temperaturen. Bij uitstek dus ook een zomer voor een frisse duik in het water. Velen zochten dan ook verkoeling in het buitenbad, de zee of het binnenwater. Maar helaas drong de harde realiteit ook deze zomer zich weer op: een dagje aan het strand, een zwemtocht in een meer of een frisse duik in een rivier is niet zonder gevaren. Voor een aantal zwemmers en hun dierbaren eindigde het zwemmen in open water in een ongekend drama. Voor Bernard Korte (directeur NIVZ) is het duidelijk, er moet nu iets gebeuren om het tij te keren.

Het Nederlands Instituut Veiligheid Zwemlocaties (NIVZ) houdt zich bezig met de (fysieke) veiligheid op- en rondom zwemlocaties in het hele land. De afgelopen maanden is er weer veel gebruik gemaakt van deze zwemlocaties. Gezien de stijgende populariteit van openwaterzwemmen, is de verwachting dat dit verder zal toenemen. Een ontwikkeling die Bernard Korte (directeur NIVZ) alleen maar toejuicht. “Het is geweldig dat zoveel mensen genieten van het Nederlandse zwemwater, maar het is niet zonder gevaar. Helaas beseft men dat nog te weinig.” Korte onderbouwt dit met de verdrinkingscijfers van de laatste jaren. “Na een afname in de jaren negentig blijven de cijfers de laatste jaren hoog, gemiddeld 80-100 per jaar (bron: CBS). Het lukt ons kennelijk niet om een trendbreuk te realiseren. Er is wel wat geïnvesteerd de laatste jaren, maar er is meer nodig. Het is een dynamisch probleem en dat vraagt om meerdere en flexibele oplossingen. Gerichte voorlichting, betere afstemming, meer toezicht op maat en vooral meer aandacht voor preventie. Daarbij kan aansturing vanuit de overheid het verschil maken.”


Ben jij op zoek naar een leverancier die kan helpen bij de bouw of renovatie van jouw zwembad of zwemschool? 👉 Klik hier.



Weer niet gelukt om een daling te realiseren

Zoals bij elk probleem, geldt ook hier: meten is weten. De officiële verdrinkingscijfers van 2022 zijn nog niet bekend, maar Korte heeft de omvang al wel goed in beeld. “Alle verdrinkingen halen de media en wij hebben slimme newsfeeds lopen die ons een goede indicatie geven. Waarbij ik helaas nu al kan constateren dat het weer niet is gelukt om een daling te realiseren.” Korte kan verschillende oorzaken aanwijzen, maar het lijkt er toch vooral op dat mensen zich onvoldoende bewust zijn van de gevaren. “Als mensen op wintersport gaan, bereiden zij zich goed voor. Lezen zich in en nemen nog een paar lessen vooraf. Als het om zwemmen gaat, springen mensen er vaak blind in. Daarnaast zien we de laatste jaren opvallend vaak ouderen in problemen geraken. Men voelt zich vitaal, maar dan blijken hun conditie, zwemtechniek en spierkracht toch niet voldoende te zijn.” Veel winst valt te behalen met goede voorlichting en het creëren van een bewustzijn over de risico’s die de zee, maar ook de binnenwateren met zich meebrengen. Daarnaast ziet Korte graag dat het toezicht in het binnenland wordt verbeterd. “Aan de gehele kust zijn er gedurende het zomerseizoen professionele lifeguards aanwezig. In het binnenland is het toezicht daarentegen minimaal, wat in schril contrast staat met de aandacht voor de waterkwaliteit van het open water. De provincie houdt het hele zwemseizoen keurig de zwemwaterkwaliteit bij en geeft op basis daarvan een zwemadvies. Maar naar mijn weten is er in Nederland nog nooit een zwemmer doodgegaan aan blauwalg.” Korte vindt dan ook dat er meer gekeken moet worden naar toezicht op maat. “Welke doelgroepen kunnen we verwachten, wanneer is er een piek? Zijn gediplomeerde lifeguards nodig of is alleen toezicht voldoende? Soms is het al voldoende dat er iemand is die ervoor zorgt dat er ter plekke hulp wordt ingeschakeld. Het hoeft ook niet veel te kosten. Je kunt beter je geld steken in het voorkomen van verdrinkingen dan in het verder optuigen van de reddingscapaciteit.”

Overheid moet verantwoordelijkheid nemen

Toezicht bij zwemlocaties is wel complex en er is geen duidelijke regelgeving. Korte hoopt dat de nieuwe Omgevingswet voor verandering zorgt. Vooral de algemene zorgplicht biedt de mogelijkheid om de verantwoordelijkheden voor een veilige en gezonde leefomgeving door overheden, bedrijven én burgers duidelijker te omschrijven. “Bijvoorbeeld door richtinggevend een regel op te nemen waarbij partijen vanuit een eenduidig kader de risico’s in kaart brengen en daaropvolgend beheersmaatregelen nemen.” Het wordt volgens Korte ook hoog tijd. “Mensen zijn dan wel verantwoordelijk voor hun eigen veiligheid, het mag de (provinciale en lokale) overheid er niet van weerhouden maatregelen te nemen. Oversteken is ook op eigen risico, maar de overheid zorgt wel voor een zebrapad of een stoplicht.” Korte kijkt hiervoor ook graag naar de zwembranche. “Het toezicht in zwembaden is beter georganiseerd en het aantal verdrinkingen heel gering. Daarbij wordt er na een incident altijd grondig onderzoek gedaan. Een verdrinking in open water wordt uitgebreid in de media besproken en betreurt, maar verder gebeurt er weinig.” Ook zou in goede samenwerking met de zwembaden het bewustzijn over de verdrinkingsrisico’s kunnen worden verhoogd. “Een diploma biedt geen levenslange garantie. Opfriscursussen in zowel zwembaden als in het open water zijn dan zeer waardevol. Niet alleen om de techniek bij te schaven, maar ook om het besef te vergroten dat zwemmen in open water risico’s met zich meebrengt en je je competenties niet moet overschatten.” Bovenal wil Korte natuurlijk het zwemmen blijven stimuleren. “Het is geweldig dat mensen in Nederland zo kunnen genieten van al het open water. Maar de verdrinkingsaantallen zijn al jaren te hoog en dat mogen wij niet accepteren. Ik ben ervan overtuigd dat we met elkaar binnen een paar jaar het aantal kunnen halveren. Een missie waar wij ons graag voor blijven inzetten.”