Zwemrede 2014

zwemrede
‘Delen is het nieuwe hebben!’, dat is de titel van de Trendrede 2014. Deze doorkijk naar onze toekomst wordt sinds 2010 samengesteld door een team van vooraanstaande toekomstdenkers. Omdat ook in onze branche de komende jaren veel gaat veranderen, probeer ik maar eens een vrije vertaling naar ons werkveld te maken. Het roer is om, de organisaties die het de afgelopen jaren in onze branche voor het zeggen hebben gehad staan op springen. Door interne weerstand, stroperige financieringsstromen en tegenwerkende instanties wordt de innovatie nog even tegengehouden. Toch bruist het in onze branche al lang, de komende jaren komt ongetwijfeld de ommekeer.

Stuwmeer aan innovatie
Natuurlijk kunnen we ook in de zwembranche spreken van crisis, minder middelen, minder bezoek, meer concurrentie en de traditionele organisaties die invloed aan het verliezen zijn. Toch is de werkelijke reden voor de crisis het gebrek aan vertrouwen dat zand in de draaiende motor strooit. Gelukkig wordt er in hoog tempo van onder af vertrouwen opgebouwd door kleine ondernemingen die dicht bij de klant staan. Het nieuwe tijdperk gaat zich in onze branche richten op het aanpassen van de regels en het creëren van open samenwerkingen tussen individuen, gemeenten, zorginstellingen, onderwijs, verenigingen en bedrijfsleven. Er is ook in onze branche een stuwmeer aan nieuwe ideeën en innovaties aanwezig. Om het te laten stromen zullen we bestaande structuren, systemen en regels moeten oprekken en veranderen. Vele decennia was onze branche overzichtelijk: gemeentelijke zwembaden een exploitant en een horizontaal geprogrammeerd activiteitenaanbod. De ware verandering is het in twijfel trekken en afbreken van ons ingesleten gedrag dat we de afgelopen tientallen jaren binnen dit paradigma hebben ontwikkeld. De jonge generatie zwembranche medewerkers is vertrouwd met stroomversnellingen en wil een wereld bouwen die aansluit bij de huidige netwerkstructuur. Het zwembad als kern van een groot netwerk van aanbieders van activiteiten en met een diversiteit aan klanten. Een broeinest aan activiteiten die gelijktijdig door verschillende mensen op verschillende plekken worden uitgevoerd. Kortom een dynamiek die continu om verandering en aanpassing vraagt. Steeds minder wordt gehecht aan bezit, de mens is een sociaal dier en wil delen. Het delen van zwemvoorzieningen, medewerkers en activiteiten van binnen en buiten de branche zal dan ook de oplossing zijn. Denkend aan de zwembranche zie ik veel nieuwe ideeën en initiatieven, helaas worden die op dit moment nog vaak tegengewerkt door bestaande regels en structuren.

Zelforganiserende dwarsverbindingen
Het grote verhaal van de toekomst wordt verteld in kleine zinnen en wordt gefluisterd van mens tot mens. De manier waarop we de zwembranche organiseren zal veranderen, minder directe sturing vanuit overkoepelende bewegingen en geen PR-bureau’s die het verhaal moeten verkopen. Het individu maakt verbinding met gelijkgestemden en passeert de vaak voorgekookte systemen. Er is steeds meer aandacht voor vakmanschap en persoonlijke drijfveren. We zijn op zoek naar de kern en komen los van kwartaalberichten en verantwoordelijkheidsprotocollen. Je vraagt aan de toekomstige medewerker niet meer: ‘wat wil je worden’, maar ‘wie wil je zijn’. De gebruiker van het zwembad gaat de activiteiten zelf invullen. Zelforganisatie is het logische vervolg op de individualiseringsgolf. In het zwembad wordt een flexibel en tijdelijk aanbod gecreëerd door de gebruiker. Of nog verder, de gebruiker creëert zijn eigen hardware op de manier die voor hem op dat moment het meest geschikt is. Zelforganisatie is de bronenergie van onze maatschappij. De instituten die we in het leven riepen om de belangen van individuen te bundelen worden bedreigd in het voortbestaan. Financiering wordt georganiseerd door slimme verbindingen te leggen, waardoor wederzijds waarde wordt gecreëerd. Sturen op eigen kracht betekent niet dat bijvoorbeeld in ons geval de gemeente mensen laat aanmodderen en alleen noodverbanden aanlegt. Het begint met wat mensen kunnen, in plaats van wat mensen niet kunnen. De gemeente zal ook in onze branche steeds vaker vragen: ‘wat kun je zelf regelen en waar heb je hulp bij nodig?’ Vanuit zelforganisatie worden in onze branche verrassende activiteiten voor verrassende doelgroepen in verrassende accommodaties tot stand gebracht.

Vloeibare systemen
Er ontstaan vloeiende en dynamische organisaties die zich op een geven moment vormen en ook eenvoudig weer worden afgebroken. We moeten in de zwembranche het pad van de strategische vergezichten, toekomstbestendige oplossingsrichtingen, vaste patronen en returns on investments verlaten. Wie verbindingen tot stand wil brengen heeft met name sociale vaardigheden nodig. We stoppen met rechtlijnige en overgestructureerde organisaties, de onderliggende behoefte wordt om regels (tijdelijk) links te laten liggen om in optimisme en vertrouwen te zoeken naar nieuwe stroomrichtingen. Onze opdracht is op te maken wat maakbaar is en te accepteren wat niet maakbaar is. Op naar het ‘Que Sera’ gevoel. Het grote loslaten gaat beginnen, nu al hoeven twintigers geen auto meer en dertigers geen carrière meer. We gaan van controleren naar improviseren, ook de gemeente laat de controle klos en legt die neer bij der zelforganiserende burger. We gaan dwarsverbinden vanuit eigen kracht en een gedeeld gevoel van richting naar creatie van dynamische verbindingen. De crisis is over als je durft te kijken door de bril die een krachtig weefsel ziet dat dankzij vele dwarsverbindingen beschikt over kracht en innovatief vermogen. Zet die bril op en laten we zorgen voor een sterke zwembranche.

Ronald ter Hoeven
Wil je reageren op de column van Ronald? @ronaldterhoeven