Zwembond als aanjager van nieuwe exploitatievormen

Een oplossing bieden voor het structureel tekort aan zwemwater voor zwemverenigingen. Dat is het doel van ‘2521 gewoon zwemmen’, een innovatief concept dat de Koninklijke Nederlandse Zwembond (KNZB) afgelopen najaar lanceerde. Kern van het verhaal: een basisvoorziening realiseren op een betaalbare locatie, met relatief weinig kosten voor personeel en energie. Opvallend detail: zwemverenigingen moeten een actieve rol gaan spelen in de exploitatie van het bad.

Het plan zorgt voor veel deining in de zwembadbranche. Voldoende reden voor een gesprek met Marcel de Visser, als projectleider accommodatiezaken nauw betrokken bij het initiatief. ‘We hebben alternatieven nodig voor de vaak dure zwembaden die we nu kennen.’ Nee, een missionaris voelt Marcel de Visser zich niet. Natuurlijk werd er aanvankelijk vreemd aangekeken tegen het idee. De zwembond die het voortouw neemt bij het ontwikkelen van wat al het zwembad van de toekomst is genoemd. Niet langer wil de bond uitsluitend de verbindende schakel zijn in de driehoek tussen zwemvereniging, zwembadexploitant en gemeente. Nadrukkelijk wordt gekozen voor een andere benadering van de markt, waarbij ook een relevante rol wordt verwacht van de zwemverenigingen en haar leden. Activering van vrijwilligers, als opstapje naar een zwemvereniging die meedraait in de risicodragende exploitatie van zwemwater. Met aan de horizon zelfs een scenario, waarin de vereniging als eigenaar eindverantwoordelijke is voor beheer, exploitatie en onderhoud van het bad. ‘Het grote voordeel van deze constructie is dat de vereniging baas in eigen bad is en de afhankelijkheid van commerciële partijen afneemt.’

Maximale verantwoordelijkheid
Helemaal nieuw is het idee niet. In Utrecht en Uden zijn al succesvolle voorbeelden en ook de KNZB zelf exploiteert een bad in Zeist. In zijn gesprekken met gemeenten proeft De Visser weinig scepsis. Integendeel, de reacties zijn enthousiast. In Denekamp is men het verst gevorderd met het zogeheten ‘2521 gewoon zwemmen’ bad. Elders worden ondertussen de eerste haalbaarheidsscans uitgevoerd. Met een commerciële exploitant als Laco wordt gezocht naar manieren om zwemverenigingen als serieuze partner bij het zwembad te betrekken, en niet alleen als huurder. De Visser noemt het concept hoogwaardig, innovatief en bovenal duurzaam. ”Ik zie met dit concept voldoende kansen voor publieke samenwerking, met maximale verantwoordelijkheid voor de zwemverenigingen. Natuurlijk hangt het succes af van het organiserend vermogen van de verenigingen zelf. Professionele begeleiding zal ook zeker nodig blijven, vanuit de bond en door het management van hetzij een gemeentelijk sportbedrijf of een investeerder. Er zijn tal van tussenvormen mogelijk, van een meer efficiënte omgang met badwater als startpunt tot inderdaad het volledig zelfstandig exploiteren. Zaak is dat er een discussie op gang komt die ertoe leidt dat er beter gebruik wordt gemaakt van beschikbaar zwemwater, en dat er op termijn meer water voor de verenigingen bij komt.’

Lees het hele artikel in ZwembadBranche nr.27