‘Vooruitgang ontstaat als onmogelijk samenvalt met noodzakelijk’

Een paar weken geleden zag ik een spreuk voorbijkomen, gedrukt in de bekende rode achtergrond van Omdenken. In duidelijke taal stond er: ‘Vooruitgang ontstaat als onmogelijk samenvalt met noodzakelijk’. En ik dacht meteen, ‘als dit nu ergens op van toepassing is, dan wel deze coronatijd’. De doorbraak in het concept van het banenzwemmen in coronatijd is voor mij hiervoor een illustratief voorbeeld.

Al eerder heb ik in mijn columns het banenzwemmen beschreven als een in de praktijk moeilijk stuurbare dienst. Enerzijds heb je te maken met gasten voor wie de plek waar ze zwemmen heilig is. Wie al twintig jaren of langer in dezelfde baan zwemt, blijkt vastgeroest aan die 25 meter. Op zich is dat niet erg, maar wel als deze zwemmers worden omringd door andere gasten die in hetzelfde tempo de wereldproblemen van de vorige dag rustig kabbelend in het water willen oplossen. En dat terwijl er ook gasten zijn die graag in een half uur hun sportieve prestaties en conditie van dag tot dag willen opschroeven. Heb je ook nog de medewerkers, sta maar aan de badrand en vertel gasten eens dat ze in stroomvorm moeten voortbewegen.

De discussies over het gelijke recht op water en hoe gezwommen moet kunnen worden, zijn dan geboren. En de badmeester wil graag zorgdragen voor de veiligheid, maar niet voor de inrichting van zwemmende discussiegroepen. Ook ik heb die discussies persoonlijk mogen ervaren. Veranderen is prima, maar kom vooral niet aan de verworven rechten. In veel zwembaden zijn oplossingen bedacht om per baan borden te plaatsen met ‘snelle’ en ‘langzame’ of “borstcrawl’ en ‘schoolslag’ zwemmer. Maar ook dit bleek in de praktijk niet altijd afdoende te werken. Er is een categorie gasten die te maken hebben met een schromelijke overschatting van hun vaardigheden of techniek.

En toen kwam Covid-19. Vanzelfsprekend was dat balen, want een sluiting van twee maanden doet niemand voor zijn lol. Dat een heropening gepaard zou gaan met beperkingen in bezoekersaantallen had ik wel ingeschat. Dat bracht me in een vroeg stadium op het idee om te gaan werken met een reserveringsprogramma. Een ideaal moment om dan ook iets te doen aan dat toch wel heikele banenzwemmen. Iets wat onmogelijk leek, werd in een fractie van een paar weken toch mogelijk. Alle lijnen in het water, een beperkt op snelheid afgestemd aantal zwemmers in een baan en in stroomvorm zwemmen. Door de noodzaak ingegeven om mogelijke besmetting tot een minimum te beperken.

Sinds mei draaien we met vooraf te maken reserveringen. Een interessant bijverschijnsel is dat daardoor piekbelasting van de zwemmomenten tot het verleden behoren. Een gast die zijn baantjes niet op donderdag kan zwemmen omdat alle plekken zijn geboekt, blijkt nu ook bereid te zijn om dan op de vrijdag te komen. Zelfs de gasten doen nu de suggestie om het reserveren ook na het coronatijdperk te handhaven. Tevredenheid alom. Ook bij de wereldverbeterende banenzwemmers. Om dan met de Omdenkers te eindigen: ‘Mensen zien alleen datgene waarop ze zijn voorbereid’.

Deze column is geschreven door Eduard Leurs en staat in de laatste uitgave van ZwembadBranche




Hellebrekers