Ik lees het boek De omwenteling of de eeuw van de vrouw. In dit boek beschrijft journalist Suzanna Jansen hoe de positie van vrouwen in Nederland in één eeuw ingrijpend veranderde. Aan de hand van het leven van haar eigen moeder, grootmoeder en andere vrouwen uit haar familie laat ze zien hoe vrouwen lange tijd juridisch en maatschappelijk afhankelijk waren van mannen. En hoeveel er sindsdien gelukkig is veranderd. Maar ook dat het helaas nog niet vanzelfsprekend is.

Terwijl ik het lees, word ik teruggeworpen in de tijd. Ongelooflijk dat de rechten van vrouwen nog niet eens zo lang geleden zo ongelijk waren. En tegelijkertijd realiseer ik me: we zijn er nog steeds niet. De loonkloof bestaat nog altijd en recente aanpassingen van dit kabinet lijken ertoe te leiden dat niet iedere vrouw tijdens haar zwangerschapsverlof nog volledig wordt doorbetaald. Daarbij wordt de top van het bedrijfsleven gedomineerd door mannen, net als de talkshows en zelfs de politiek. Niet omdat vrouwen niet capabel zijn. Onderzoek van het Centraal Planbureau naar het vrouwenquotum toont aan dat de kwalificaties van commissarissen niet veranderden wanneer meer vrouwen werden benoemd. Alsof dat eigenlijk nog bewezen moest worden. Op zichzelf al opmerkelijk dat de geschiktheid van vrouwen onderwerp van onderzoek is.
Maar misschien nog wel subtieler: de beeldvorming. Er wordt nog te vaak anders naar vrouwen gekeken dan naar mannen. Taal speelt daarin een enorme rol. Wanneer een man voor zichzelf opkomt, noemen we hem vaak sterk of daadkrachtig. Doet een vrouw hetzelfde, dan wordt ze al snel bestempeld als lastig of te fel. En waar een man die zijn emoties toont menselijk of betrokken wordt genoemd, wordt een vrouw die huilt al snel weggezet als emotioneel of zwak. Bij vrouwen gaat het al snel over hun kleding, gedrag of houding, waar bij mannen vooral naar de inhoud wordt gekeken. Dat zien we terug in de politiek, op tv, in de kranten en zeker ook op sociale media, maar ook op de werkvloer.
Lees ook: Who swim the world? Girls!
En beeldvorming zit vaak dieper dan we denken. Zelfs nieuwe technologie is er niet vrij van. AI-systemen leren namelijk van enorme hoeveelheden data van het internet en daarin zitten de patronen en stereotypen van onze samenleving. Als er historisch meer verhalen, beelden en voorbeelden online staan van mannelijke leiders dan vrouwelijke, leert een AI-systeem dat leiderschap vooral met mannen wordt geassocieerd. Wanneer mensen vervolgens AI gebruiken, worden die patronen opnieuw geproduceerd en verspreid. Zo kan een feedbacklus ontstaan: wat al vaker voorkomt, wordt door technologie steeds opnieuw bevestigd en daardoor nog normaler. Ook technologie blijkt dus niet zo neutraal als we soms denken.
Anno 2026 is er gelukkig veel veranderd vergeleken met het leven van de grootmoeder en moeder van Suzanna Jansen. Veranderingen waar hard voor is gestreden. Maar we zijn er nog niet. En om ons heen zien we hoe kwetsbaar verworven rechten kunnen zijn. In de Verenigde Staten werd het landelijke recht op abortus teruggedraaid. Tegelijkertijd laat de serie Adolescence zien hoe influencers als Andrew Tate via sociale media jonge jongens bereiken met ideeën over mannelijkheid en vrouwen die haaks staan op de vooruitgang van de afgelopen decennia. Vooruitgang is niet alleen een kwestie van geschiedenis, maar ook van het heden.
Ik heb zelf zonen en vind het belangrijk hoe zij naar de wereld kijken. Dat gelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen voor hen vanzelfsprekend is. Maar ook dat we daarvoor moeten blijven werken, want dat die gelijkwaardigheid er is, is niet vanzelfsprekend. Laatst keek ik samen met mijn zoon een filmpje van NOS Stories over vrouwenrechten. In een paar minuten wordt daarin glashelder uitgelegd hoeveel er is veranderd, maar ook dat rechten niet alleen bevochten moeten worden, maar ook onderhouden. Vooruitgang kan namelijk ook weer langzaam verdwijnen.
Ik kan het iedereen aanraden om zoiets ook eens met je kinderen te kijken. De toekomst ligt uiteindelijk bij hen en daarmee ook de verantwoordelijkheid om verder te bouwen aan een samenleving waarin gelijke kansen echt vanzelfsprekend zijn en blijven. Tijdens de afgelopen verkiezingen vertelden mijn zonen dat ze bewust op vrouwen hadden gestemd om meer vrouwen in de Tweede Kamer te krijgen en zo bij te dragen aan een betere balans. Voor mij staat dat symbool voor waar het uiteindelijk om gaat: dat gelijke kansen iets zijn van ons allemaal.
Vooruitgang is dus geen vanzelfsprekendheid. Het vraagt aandacht en betrokkenheid. Van ons allemaal. Elke dag weer. Zondag is het Internationale Vrouwendag. Een dag om daarbij stil te staan. Net als alle andere dagen.

