Spoedcursus?

De Volkskrant, het AD, NRC, jeugdjournaal, RTL4 en vele andere media doken deze zomer ineens op de spoedcursus. De spoedcursus is een vorm om kinderen in korte tijd zwemveilig te maken. Veel vragen passeren de revue, houden kinderen het wel vol, kunnen ze een half jaar later nog wel zwemmen, kan iedereen het geven, moet er een basisniveau zijn? Allemaal vragen waar de afgelopen decennia over gediscussieerd is.

Om bij het begin te beginnen komen we terecht in de jaren ’80. Op verschillende plekken in Nederland ontstond in navolging van de autorijscholen de spoedcursus. Kinderen konden in een korte tijd via een intensief programma leren zwemmen. Terecht werden er vele kritische kanttekeningen geplaatst. Toch bleek de nieuwe aanbiedingsvorm resistent tegen de kritische houding. Jarenlang waren er plaatsten in Nederland die een dergelijke vorm aanboden. In de 21e eeuw is er hernieuwde belangstelling voor de spoedcursus. Mede door het afnemend aantal kinderen en de toenemende concurrentie op de zwemlesmarkt, zoekt de markt naar onderscheidend vermogen. Wie de marketingboekjes van Nima goed heeft doorgelezen, weet dat onderscheidend vermogen middels de P van product één van de mogelijkheden is. Met de hernieuwde belangstelling komen ook de geluiden die ik eerder noemde weer bovendrijven.
Wat kunnen we nu zeggen over belastbaarheid van kinderen in de leeftijd van 4 tot 6 jaar? Als ik naar mijn eigen kinderen kijk, zie ik dat ze inderdaad in staat zijn uren achtereen te spelen. Rennen, springen, klimmen, het houdt niet op. Bij ons is ook geen onderzoek bekend waaruit blijkt dat spoedcursussen niet geschikt zijn voor kinderen. Het zou interessant zijn om eens het effect van deze fysieke inspanning op het dagelijks leven van kinderen te mogen onderzoeken.
Over groepsgrootte is in het kader van het 10-puntenplan van VSG door onder meer Thamar Henneken een onderzoek gedaan. Uit literatuur werd geconcludeerd dat jonge kinderen met name leren door kopieergedrag en ervaren. Ook een omvangrijke proef in diverse zwembaden leidde tot dezelfde conclusie. De claim dat kleine groepen leidt tot sneller resultaat lijkt hiermee niet terecht.
Een laatste discussie wordt gevoerd over de vraag of een spoedcursus wel leidt tot zwemveiligheid voor de langere termijn. Bij mijn weten is er geen onderzoek gedaan naar deze vraag. Ik denk dat stoppen met zwemmen na het behalen van het diploma eigenlijk nooit verstandig is. Blijven zwemmen leidt altijd tot meer veiligheid. Om te zorgen dat kinderen blijven zwemmen is, los van de aanbiedingsvorm, plezier tijdens de zwemlessen een cruciale factor. Of er meer of minder plezier bij een spoedcursus wordt beleefd, is niet te bepalen. Wel denk ik dat met name de zwemonderwijzer met zijn vakmanschap en passie een enorm belangrijke rol speelt.
Mag je dan uiteindelijk concluderen dat de zwemonderwijzer bepalend is voor het succes van de zwemlessen? Ja dat mag, als we de vakmensen in onze branche laten doen waar ze goed in zijn zullen veel kinderen graag terugkomen in het zwembad. En volgens mij is dat waar iedereen gelukkig van wordt, volle zwembaden met vrolijke kinderen.

Wilt u reageren op mijn column? @ronaldterhoeven

 
 “Recreatievakbeurs”