Kamerbrief over de veiligheid van staalconstructies

Naar aanleiding van het dodelijke ongeval in een zwembad in Tilburg op 1 november 2011 heeft de vaste commissie van Infrastructuur en Milieu in een brief d.d. 23 november 2011 aan mij en de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu verzocht om een inventarisatie te maken van de zwembaden in Nederland waar gebruik is gemaakt van roestvast staal constructies en uw Kamer hierover te informeren. Tevens verzoekt de commissie hierbij in te gaan op mogelijke oplossingen.

In de brief d.d. 21 november 2011 heeft de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu u gemeld dat ik uw Kamer informeer omdat de problematiek betrekking heeft op de Woningwet waarvoor ik verantwoordelijk ben.

Zoals in de brief van 21 november is vermeld, heeft de VROM-Inspectie geïnventariseerd welke acties gemeenten hebben ondernomen op het gebied van toezicht en handhaving naar aanleiding van een VROM-inspectiesignaal uit 2009 over het gebruik van roestvast staal constructies in zwembaden. In de bijlage van deze brief geef ik u de resultaten van deze inventarisatie. In deze bijlage geef ik u verder informatie over de problematiek van roestvast staal constructies in zwembaden, de reeds genomen acties, de regelgeving en verantwoordelijkheidsverdeling alsmede de gevraagde oplossingen.

Op basis van de inventarisatie van de VROM-Inspectie kan ik helaas niet concluderen dat de problematiek, die als sinds 2002 bekend is, afdoende is opgepakt door gemeenten en zwembadeigenaren. Een groot deel van de gemeenten heeft namelijk nog geen informatie aangeleverd en bij de gemeenten die wel acties hebben genomen, is het de vraag in welke mate dit is gebeurd.

Ik wil vanuit het Rijk meer sturing geven aan het oplossen van deze problematiek. De aanpak richt zich daarbij op de naleving en handhaving van voorschriften. Als eerste stap wil ik de VROM-Inspectie opdracht geven om begin 2012 daarnaar een onderzoek uit te voeren. Doel van het onderzoek is inzichtelijk te krijgen in welke mate eigenaren en de gemeenten uitvoering geven aan de voorschriften. Indien vervolgens blijkt dat bij de betreffende zwembaden door de gemeenten onvoldoende handhavend wordt opgetreden, zal ik overwegen gebruik te maken van mijn interventiemogelijkheden zoals bedoeld in artikel 5.23 van de Wabo. Verder ben ik voornemens gemeenten en zwembaden die onvoldoende maatregelen treffen, bekend te maken.

Ik informeer u begin 2012 nader over het voorgenomen onderzoek door de VROM-Inspectie naar de veiligheid van zwembaden.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
J.P.H. Donner

Klik hier voor de brief + bijlagen

 
 Nationaal Onderzoek Zwemouders - 2017