Er is maar één zintuig absoluut noodzakelijk om te leren zwemmen

Laatst kwam ik Joelle tegen. Joelle zwom in niveau 2 en leerde de enkelvoudige rugslag en de borstcrawl combinatie als grofmazige doelen. Joelle zwom een technisch mooie schoolslag en een technisch mooie enkelvoudige rugslag. Op mijn vraag aan haar zwemonderwijzer waarom zij nog op niveau 2 zwom, zei hij: “Ja, ik heb haar al een paar gezegd dat ze naar het diepe kan, maar ze luistert gewoon niet. Ze doet het niet eens als ik haar een paar kurken omdoe.” Oké, ik moet even slikken over deze barse toon van de meester, maar vraag dan of Joelle even bij mij wil komen. Joelle antwoordt direct heel stellig: “Ik ga niet naar het diepe!”.

Ik vraag haar toch om even met me mee te gaan naar het diepe. Ze zegt ja, maar ze gaat er zeker niet in en houdt mijn hand heel stevig vast. Wij gaan samen op de rand van het bad zitten en kijken naar een les in het wedstrijdbassin. Ondertussen spetteren we wat met onze benen. Natuurlijk komt de meester na een paar minuten vragen of Joelle misschien mee wil doen. Dat ze dat niet wil verbaast me niks. Op mijn vraag waarom, geeft ze als antwoord dat ze dan zeker zou verdrinken en dan zou je het heel benauwd hebben voor je dood ging. Ze heeft er pijn in haar buik van. Tsja als ik zoveel muizenissen ergens over had, zou ik het ook niet doen. Dan komt de zwemmeester met een paar klasgenootjes bij Joelle staan. “Hé Amber”, zegt Joelle, “kan jij hier staan ?” “Ja hoor”, zegt Amber, “zo ondiep is het hier.” De zwemmeester komt ook dichterbij staan en luistert naar Joelle. Hij vraagt of ze zijn hand wil vast houden en op zijn knie wil stappen. Even aarzelt ze en dan doet ze het en blijft voor het grootste deel boven water. Eigenlijk zijn alleen haar voeten onder water. Met veel geduld en met hele kleine stapjes krijgt de meester haar in het water. Na 10 minuten drijft ze zelfstandig op haar rug. Dan komt de meester van Joelle eraan en zegt half lachend: “Hè, hè doe je het nou eindelijk eens een keertje. Als ik zeg dat je het kan, dan kan je het en dan moet je het gewoon doen. Dat gezeur is helemaal niet nodig”.

Deze meester begrijpt er duidelijk niet veel van. Hij ziet zichzelf als middelpunt van de zwemles en niet Joelle. Methodische stappen hebben alleen zin als je het kind als vertrekpunt neemt. Toch zijn wij volwassenen er te vaak van overtuigd dat wij de wijsheid in pacht hebben. Als ik het ergens over differentiatie of splitsen heb, zegt iedereen dat te doen. In de praktijk zie ik meestal iets anders. Lesgeven is niet meer dan sturen en structuur aanbrengen in de ervaringen die kinderen kunnen opdoen. Je hoeft niet meer te doen dan de gekozen oefenstof op de juiste wijze begeleid aan te bieden. Leren wordt spel en spel wordt leren. Het gaat erom dat een lichaam beweegt in het water en zo informatie krijgt over die water-buitenwereld. Door het omzetten van prikkels uit de buitenwereld in gewaarwordingen, krijgt het kind ‘kennis van de waterwereld’. Dat doet een kind via de zintuigen horen, zien, proeven, ruiken. Maar vooral via voelen. Waarom vertellen we dan zo veel en laten we kinderen (te) weinig ervaring opdoen? Dat plaatje, praatje, daadje van vroeger klopt eigenlijk niet helemaal. Het is instructie geven en ervaring opdoen en als een kind iets laat zien, gaan polijsten.

Leren zwemmen is bewegingszwemonderwijs. Het is het opdoen van zoveel mogelijk bewegingservaring. Door je watergevoel te ontwikkelen, leer je zwemmen. Daarvoor heb je je hele lichaam in het water nodig. Maar ook hoe je je kunt afzetten tegen het water. Je stuwvlakken en zintuigen bevinden zich op je hele lichaam. De belangrijkste receptoren bevinden zich echter in de handen, die geven veel informatie over de stand in het water. Je vermindert die informatie door een plankje te gebruiken. Aan de andere kant maakt het ook niet uit hoe je het kind leert zwemmen. In de weg naar het A diploma zijn we vrij. Natuurlijk heeft iedereen zijn voorkeur, maar uiteindelijk gaat het om het eindresultaat.

Alleen zou ik graag willen dat de weg naar het A diploma superleuk, kindvriendelijk, met veel arbeid en echt afgestemd op het individuele kind zou zijn. Maak het kind écht uitgangspunt van je aanpak, lees het kind en het komt voor elkaar!

Leône Hamaker
Wil je reageren op de column van Leône, mail naar [email protected] of via twitter @leonehamaker