‘De ware plaag van het (zwem)onderwijs zijn de ouders…’

Door het coronavirus moesten de ouders de afgelopen tijd een stapje terug doen. Kinderen gingen zoveel mogelijk zelfstandig naar school of naar de sporttraining en als ouders mee waren, mochten ze al helemaal niet blijven hangen. Hetzelfde gold voor de zwemles, de aanwezigheid van ouders werd zoveel als mogelijk beperkt. Nu de regels weer zijn versoepeld is nog even de vraag wat dit precies betekent voor de aanwezigheid van ouders in het zwembad. Maar duidelijk is wel dat het ‘stapje terug’ van de ouders door veel begeleiders niet als heel vervelend is ervaren… De druk die ouders (ongemerkt) opleggen is voor kinderen, en ook voor begeleiders, niet altijd fijn.

In de auto op weg naar huis

Nu is het sporten niet altijd te vergelijken met de zwemles, maar ik zie zeker wel paralellen. Ouders kunnen zich iets ‘te’ betrokken voelen wat dan vaak een negatief effect heeft op de kinderen. Bij de zwemles heb je dan wel geen competitie, maar het halen van het diploma is voor veel veel ouders hiermee vergelijkbaar. Mag mijn kind al naar een ander badje, gaat mijn kind niet sneller dan deze groep en wanneer mag mijn kind afzwemmen? De druk ligt bij sommige ouders best hoog. Nu blijkt dat kinderen de druk om te presteren het sterkst voelen op de terugweg naar huis. Mike Bergstrom schreef hierover in zijn boek ‘The car ride home’ waarin duidelijk naar voren komt dat goedbedoelde vragen en suggesties voor het kind vaak voelen als kritiek op iets waar niets meer aan te veranderen is. Het is namelijk voorbij. Of het nu gaat om de les, training of een wedstrijd het is nu niet meer terug te draaien. Belangrijker is het om te benadrukken dat er gelukkig altijd een volgende keer komt waar je de kans krijgt om jezelf te kunnen verbeteren.

Lees ook: Zwemles een martelgang? Zwemouder: maak er een feestje van!

Tips voor ouders

Wil jij ouders helpen in hun ‘rol’ als zwemouder? Hierbij voor hen een paar tips wat je als zwemouder zeker niet moet doen of zeggen op de terugweg:

  • Betwijfel niet hardop of een kind zijn best wel deed. Als dat zo was, krijgt hij of zij het gevoel dat het nooit goed genoeg is. En als je kind een keer niet alles heeft gegeven, weet hij of zij dat zelf ook wel.
  • Ga niet nogmaals in op fouten die een kind maakte, daarmee strooi je alleen maar zout in de wonden.
  • Ga een kind niet ‘coachen’ na de les, deze is voorbij.
  • Benoem niet wat er nu allemaal mis zou kunnen gaan: terug naar een ander badje, blijven hangen of nog lang niet mogen afzwemmen.
  • Stel niet allerlei vragen, maar laat een kind het zelf vertellen als het daar zin in heeft.
  • Soms moet je als ouder even op je tong bijten. De meeste dingen die je wilt zeggen zullen een kind niet helpen de ontwikkeling.
  • Prijs de moeite die een kind heeft gedaan meer dan de uitkomst ervan.

‘De ware plaag van het (zwem)onderwijs zijn de ouders…’

Uiteraard zijn alle kinderen uniek. Maar voor de zwemouder die nog steeds denkt dat zijn of haar kind toch nog ‘unieker’ is dan alle andere kinderen, hierbij een leuk filmpje van Pieter Derks.




Sera Dataduiker