‘De bouwer moet straks aantonen dat hij conform de kwaliteitseisen heeft gewerkt’

De kwaliteitsborging voor de bouw van zwembaden gaat op termijn op de schop. Niet langer is dan het toetsen van bouwplannen een zaak voor de gemeente. Private partijen doen hun intrede. Maar hoe gaat dat nieuwe stelsel er in de praktijk uitzien? En wat betekent het voor de beheerders en exploitanten van zwembaden? Ron van der Plas, adviseur kwaliteitsborging bij het bouwkundig adviesbureau Pheidius, ziet vooral de voordelen van het nieuwe stelsel. “De geleverde kwaliteit en elk bewijslast document wordt straks vanaf het vroegste stadium in het dossier vastgelegd.”

Al jaren hangt de nieuwe wetgeving boven de markt. In het spoor van de nieuwe Omgevingswet wordt de Wet Kwaliteitsborging voor het Bouwen ingevoerd. Meteen worden ook ter zake doende artikelen in het Burgerlijk Wetboek aangepast. Twee dossiers komen er, één voor de consument/opdrachtgever en een ander voor het bevoegd gezag. Naar verwachting wordt de nieuwe wet per 1?juli 2022 ingevoerd. In eerste termijn gaat het om grondgebonden woningen en kleine bedrijfsgebouwen, later volgen de meer complexe bouwwerken zoals zwembaden en uiteindelijk ook de meest ingewikkelde bouwwerken. Het stappenplan is duidelijk, maar dit geldt niet voor het moment waarop zwembaden met het nieuwe stelsel te maken krijgen. Van der Plas durft er geen tijdspad op te plakken. “Veel zaken moeten nog juridisch worden getoetst en ook is het nog wachten op de resultaten van de in gang gezette proefprojecten. Daarbij is het nog onzeker of er binnen een afzienbare termijn voldoende gecertificeerde kwaliteitsborgers beschikbaar zijn.” In de praktijk ziet Van der Plas bouwers én zwembaden al wel anticiperen op het nieuwe stelsel. “Er is een kentering gaande in de bouwwereld, men is zich meer bewust van het belang van kwaliteit en het aantonen daarvan. Die omslag heeft te maken met de veranderende wet- en regelgeving en de daaruit voortvloeiende aansprakelijkheid voor de bouwers. Het besef groeit dat goed en gedegen werk ervoor zorgt dat een gebouw er over vijftig jaar nog staat, geen gebreken vertoont en goed is te onderhouden.”

Lees ook: Omgevingswet uitgesteld naar 1 juli 2022: ‘We kunnen niet achteroverleunen’

Private kwaliteitsborger

Vast staat dat de gemeenten in het nieuwe stelsel een andere rol krijgen. Het college van B&W voert als bevoegd gezag straks geen technische toets meer uit. Het volstaat om vier weken voorafgaand aan de start van de bouw een melding te doen van de technische bouwactiviteiten. Dat betekent volgens Van der Plas niet dat de lokale overheid helemaal buitenspel wordt gezet. Wel worden in de Omgevingswet de technische bouwactiviteiten volledig losgekoppeld van alle andere toetsingskaders. “Natuurlijk blijft het college bij elk bouwplan kijken naar zaken als welstand, ruimtelijke inpassing en alle andere toetsingscriteria. Alle technische bouwactiviteiten worden in het nieuwe regime echter kritisch bekeken door een onafhankelijke partij: de private kwaliteitsborger. Zij maken – al of niet samen met de bouwer – een risicobeoordeling waarin alle potentiële risico’s worden benoemd, zoals het niet voldoen aan de bouwtechnische voorschriften.”

Onafhankelijkheid

De eisen voor zo’n risicobeoordeling zijn nog in ontwikkeling, maar in de praktijk wordt er al volop gewerkt met vergelijkbare systemen zoals het geïntegreerd contract. Van der Plas onderstreept het belang van de onafhankelijkheid van de toezichthoudende partij, hoewel iedereen in de bouwwereld elkaar kent. “Zij mogen op geen enkele manier betrokken zijn bij het project. Niet organisatorisch, financieel, juridisch of in welke hoedanigheid dan ook.” Zelf wisselt Van der Plas ook geregeld van rol. Soms is hij interne kwaliteitsmanager bij de bouwer en dan weer audit hij namens opdrachtgevers het kwaliteitssysteem van de bouwer/opdrachtnemer. “Maar het kan en mag nooit zo zijn dat de slager zijn eigen vlees keurt.” Hij is ook niet bang voor een dergelijke ontwikkeling. “Ik verwacht juist dat de kwaliteitseisen in het nieuwe stelsel beter worden benoemd en aangetoond. Het gehele kwaliteitsniveau gaat daardoor omhoog.”

Lees verder in ZwembadBranche #81





Pomaz