Zwemmen kun je leren én helaas ook verleren…

Zwemvaardigheid kan afnemen als je niet regelmatig blijft zwemmen. Dat blijkt uit een onderzoek onder 94 kinderen die al enige tijd in het bezit zijn van zwemdiploma B, uitgevoerd door Hogeschool Windesheim vanuit het kennisproject NL Zwemveilig. Bijna de helft van de kinderen voldeed niet meer aan de eisen bij bepaalde onderdelen, zowel met kleren aan als in badkleding. Conclusie: je moet het zwemmen blijven onderhouden om zwemveilig en zwemvaardig te zijn. Tevens bleek dat de ouders/verzorgers de vaardigheden van hun kinderen hoger inschatten dan de kinderen zelf. Wat nog maar eens het belang benadrukt van de Nationale Maand van de Zwemveiligheid.

foto: Nationale Raad Zwemveiligheid – fotografie Gerben Pul

Blijven zwemmen

Daarnaast zijn ook nieuwe resultaten beschikbaar van het onderzoek ‘Van leren zwemmen naar blijven zwemmen’ van onderzoeksbureau Kennispraktijk. Dit onderzoek geeft concrete aanbevelingen hoe ouders en kinderen te motiveren om te blijven zwemmen na het behalen van één of meerdere zwemdiploma’s. De onderzoeksresultaten bieden op deze manier aanleiding om landelijk en lokaal in de zwembranche na te gaan hoe men kinderen en ouders kan blijven boeien voor en binden aan zwemmen. Zo kan de zwemveiligheid van de Nederlandse bevolking naar een hoger niveau worden getild. Reden ook dat aanstaande woensdag 17 april minister Bruno Bruins de opening verzorgt van de Nationale Maand van de Zwemveiligheid. Dan lanceert onze minister tevens de Nationale ZwemChallenge: een nieuw concept van de Nationale Raad Zwemveiligheid waarmee kinderen en volwassenen hun zwemveiligheid kunnen checken.

Kwalitatieve studie Kennispraktijk

Uitgangspunt van het onderzoek ‘Van leren zwemmen naar blijven zwemmen’ was het gegeven dat slechts een klein deel van de kinderen regelmatig blijft zwemmen na het behalen van de zwemdiploma’s. De motivatie om te leren zwemmen is niet gelijk aan de motivatie om te blijven zwemmen. Zwemlessen waarin het leren van vaardigheden is gekoppeld aan spelvormen en plezierbeleving maken de kans groot dat kinderen willen blijven zwemmen. Daarnaast bleek het vervolgtraject in het zwembad meestal onbekend te zijn. Kinderen en ouders hebben geen of weinig beeld van de andere zwemactiviteiten en mogelijkheden in het zwembad. Betere promotie, vroegtijdige kennismaking en een flexibel aanbod aan vervolgactiviteiten met goede begeleiders zijn daarom belangrijk. Daarbij zijn de ouders uiteraard cruciaal als het gaat om blijven zwemmen na het zwemdiploma.

Lees ook: Het begint allemaal bij het enthousiast maken van het kind

Concrete vervolgacties

Binnen het kennisproject NL Zwemveilig krijgt het onderzoek van Hogeschool Windesheim een vervolg. Hierdoor moeten op grotere schaal gegevens beschikbaar komen over de zwemveiligheid van een representatieve groep kinderen in Nederland enige periode na het behalen van hun zwemdiploma’s. Daarnaast worden ter inspiratie voor zwembaden verschillende praktijkvoorbeelden beschreven. Bij bijvoorbeeld ZIB Zwemcentrum Best kunnen kinderen na het Zwemdiploma C nog 35 zwemvaardigheidsdiploma’s halen. Het succesvolle vervolgtraject Laco Gymics bestaat uit wekelijkse speelse activiteiten voor kinderen van 6 tot 12 jaar die in het bezit zijn van het Zwem-ABC. De Nationale Raad Zwemveiligheid wil verder graag kijken hoe samen met partners zoals de KNZB, Reddingsbrigade Nederland, NCS en NOB de verbinding tussen zwemlessen en vervolgaanbod bij verenigingen kan worden verbeterd.

Kijk hier voor meer informatie over het onderzoek Van leren zwemmen naar blijven zwemmen
Kijk hier voor meer informatie over het onderzoek Retentie van zwemvaardigheden