In de cao Gemeenten zijn duidelijke afspraken gemaakt over welke functies als zwaar werk worden aangemerkt. Op die lijst staat nu ook de zweminstructeur. FNV Sport en Bewegen Bestuurder Ingrid Koppelman is nauw betrokken geweest en blij mee met deze uitkomst: “Dit is een volledig doorlopen traject met een gevalideerde uitkomst. Daarmee is officieel vastgesteld dat de functie zweminstructeur onder de zware beroepen valt, wat goed nieuws is voor de gehele branche.”

Eerder stoppen met werken
De aanwijzing van de zweminstructeur als zwaar beroep is niet zomaar gedaan. Binnen de cao Gemeenten is hier uitgebreid onderzoek naar verricht. Daarbij zijn testen uitgevoerd én is er gesproken met zweminstructeurs zelf. Dit heeft geleid tot een compleet en onderbouwd beeld van de belasting van het werk. Op basis hiervan kunnen zweminstructeurs onder bepaalde voorwaarden gebruikmaken van de Regeling Vervroegd Uittreden (RVU). Dat betekent dat zij eerder kunnen stoppen met werken, met behoud van (een deel van) hun inkomen. De afspraken nu zijn gemaakt voor cao Gemeenten en gaan in per 1 april 2026, maar Ingrid benadrukt dat dit ook van betekenis kan zijn voor andere cao’s. “Wat in de cao Gemeenten is afgesproken, kan als voorbeeld dienen. En we hoeven dit proces nu niet opnieuw te doorlopen. Dat bespaart tijd en kosten, en maakt dat we sneller stappen kunnen zetten. De branche heeft bovendien aangegeven samen op te willen trekken. Extra verschillen willen we juist voorkomen.”
Referentiefunctie als uitgangspunt
Belangrijk in dit proces is dat gekeken wordt naar de functie zelf en niet naar de persoon. De zweminstructeur is aangemerkt als zogeheten referentiefunctie. En deze functie wordt als een zwaar beroep aangemerkt vanwege sterk verhoogde gezondheidsrisico’s op de cognitieve, fysieke en omgevingsbelasting. De cognitieve belasting is hoog door de continue noodzaak tot alertheid, het gelijktijdig observeren van meerdere zwemmers en het snel moeten handelen bij onveilige situaties. De fysieke belasting is eveneens aanzienlijk door langdurig staan en lopen, werken in ongunstige houdingen en het tillen en ondersteunen van materialen en personen, vaak in en rond warm water. Daarnaast is sprake van een sterk belastende werkomgeving met warmte, hoge luchtvochtigheid, geluid, chemische stoffen en gladde vloeren. De psychosociale belasting blijft daarentegen beperkt tot geen tot licht verhoogd risico aangezien ongewenst gedrag van bezoekers slechts incidenteel voorkomt en geen structureel karakter heeft.
Lees ook: Eerste exemplaar FNV Witboek Zwembaden uitgereikt: ‘het is nu 5 voor 12’
Vervolg: aandacht voor andere functies
Onderzoek van de FNV laat zien dat in zwembaden – met name in de commerciële en verzelfstandigde sector – meerdere functies hoog scoren op ‘zwaar werk’. Wat volgens Ingrid vraagt om een bredere blik en het belang van vervolgonderzoek onderstreept. “In de cao Gemeenten is bewust gekozen om een aantal functies te onderzoeken, waaronder de zweminstructeur. Wij willen dit in onze eigen cao’s verder uitbreiden. De resultaten van onze vragenlijsten geven daar alle aanleiding toe.” De vragenlijst voor medewerkers in zwembaden binnen de cao Vermo en cao Sport staat nog open tot 30 april.

