Save the date - ZwembadBranche Dag

Zwembad Hilversum na uitspraak rechtbank tot nader order niet verplicht tot CTB bij zwemlesouders: wat betekent dit voor de zwembranche?

Afgelopen dinsdag besliste de voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland dat zwembad ’t Gooische Bad de coronatoegangsbewijzen van ouders die meegaan naar de zwemles van hun kinderen voorlopig niet hoeft te controleren. Men oordeelde dat zwemlessen onder onderwijs vallen en dat zwembaden geen binnensportlocaties zijn en dus de maatregel om een QR code te tonen ook niet van toepassing is. De dag erna liet het kabinet bij monde van de NCTV weten dat deze uitspraak niet van invloed is op het nu geldende landelijke beleid rondom zwembaden, en het dus geen gevolgen heeft voor het huidige protocol, omdat het hierbij gaat om een individuele casus. Maar wat betekent dit nu precies voor de zwembranche? Wij vroegen Shiva de Winter (zwembad ’t Gooische Bad) en André de Jeu (VSG) om een reactie.

Nadat Shiva de Winter weigerde om op zijn zwemschool de ouders die hun kinderen kwamen brengen en halen voor zwemles te vragen om een geldige QR code en identiteitsbewijs, kreeg hij een dwangsom opgelegd van de gemeente Hilversum. De Winter maakte hier bezwaar tegen bij de rechtbank van Midden Nederland en afgelopen dinsdag deed de voorzieningenrechter een uitspraak, de door de gemeente opgelegde verplichting en de bijbehorende dwangsom werd geschorst. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het hoofddoel van zwemles onderwijs is en geen sport. Het zwembad is met name geschikt om die zwemlessen te geven en daarom is het volgens de voorzieningenrechter geen binnensportlocatie. Dit betekent dat tot aan de uitspraak van de bodemprocedure, waarin een beslissing wordt genomen over het bezwaar, zwembad ’t Gooische Bad niet hoeft te vragen om een coronatoegangsbewijs aan begeleiders van 18 jaar of ouder van zwemleskinderen. De gemeente Hilversum heeft aangegeven dat dit voorlopig ook geldt voor andere vergelijkbare zwemlesaanbieders in de gemeente.

André de Jeu: ‘Geen precedentwerking’

Nadat de uitspraak was gedaan, stond de telefoon roodgloeiend bij André de Jeu: wat betekent dit nu voor de zwembranche? “Ik begrijp dat mensen mij benaderen, maar ik en ook de samenwerkende partijen gaan daar niet over. Het is aan het demissionaire kabinet om te bepalen wat deze uitspraak betekent voor de door hen opgelegde coronamaatregelen en dus heeft men het voorgelegd aan de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV).” André snapt dat dit verwarring schept, wat heeft dit met terrorismebestrijding te maken? “Toch is het heel logisch, want elke maatregel uit het casthuisoverleg wordt juridisch getoetst door de NCTV waarbij zij tevens kijken naar de consequenties voor handhaving. Reden dat zij dus vanuit die rol ook naar deze uitspraak hebben gekeken. Zij moeten beoordelen of het gevolgen heeft voor de geldende maatregelen. Uiteraard kunnen zij de uitspraak niet ter discussie stellen, maar wel moeten zij de consequenties aangeven”. Omdat hier duidelijk is aangegeven dat het om een specifiek geval gaat, heeft de NCTV geoordeeld dat het niet van invloed is op de maatregelen die nu gelden voor de zwembranche. Daarbij benadrukt André ook dat het gaat om een uitspraak van de voorzieningenrechter en dat de bodemprocedure nog moet volgen. “De rechter heeft de dwangsom opgeschort tot aan de bodemprocedure, er is dus nog geen beslissing genomen over het bezwaar dat is ingediend.” André verwacht echter niet dat deze uitspraak nu gevolgen heeft voor vergelijkbare zaken. “De NCTV voorziet geen precedentwerking, anders hadden zij ook wel anders geoordeeld. Het is vooralsnog een opzichzelfstaand staand geval en we hebben als branche nog steeds te maken met het verplicht tonen van een coronapas. Helaas roept deze pas weerstand op en is dit ook weer toegenomen na deze uitspraak, medewerkers worden enorm onder druk gezet. Het staat iedereen uiteraard vrij om bezwaar te maken tegen de coronamaatregelen bij de rechter, maar ik zou er wel voor willen pleiten om niet voor eigen rechter te gaan spelen en het gezamenlijke belang als zwembranche voor ogen te houden.”

Lees ook: Strenge lockdown, maar een uitzondering voor zwemles: blij mee of voelt het dubbel?

Shiva de Winter: ‘Juridische onderbouwing cruciaal voor volgende zaken’

Shiva de Winter van zwembad ’t Gooische Bad is blij met de uitspraak van de voorzieningenrechter, maar betreurt de reactie van de zwembranche. “Nadat het coronatoegangsbewijs verplicht werd gesteld ook voor begeleiders (18 jaar en ouder) van zwemleskinderen heb ik mijn ongenoegen hierover binnen de branche en bij de gemeenten kenbaar gemaakt. In het belang van de zwemveiligheid van kinderen, maar zeker ook het stimuleren van het zwemplezier, was het in mijn ogen cruciaal dat geen enkele begeleider werd belet door het tonen van een geldige QR code. Maar steeds als ik dit aankaartte, hoorde ik dat dit nou eenmaal een maatregel was waar niet aan te tornen viel. Maar nu dus een rechtbank aangeeft dat hier dus wel degelijk van kan worden afgeweken, pakt niemand deze kans aan om dit voor zwembranche breed te laten gelden. Terwijl je zou denken dat de gehele branche juist blij is met een uitspraak als deze en het met beide handen aanpakt.” De Winter realiseert zich wel degelijk dat het gaat om een voorlopige uitspraak en dat de bodemprocedure nog moet volgen, maar de juridische onderbouwing van de uitspraak is volgens hem cruciaal. “De datum voor deze procedure is nog niet bekend, maar tot die tijd kunnen alle kinderen in mijn zwembad zonder belemmeringen naar zwemles komen. Maar nog belangrijker, heel duidelijk is aangegeven dat het zwembad geen binnensportlocatie is maar dat het hoofddoel onderwijs is. Dit is zeker in het kader van jurisprudentie ook voor volgende rechtszaken van groot belang, een volgende rechter kan hier niet omheen.” Shiva is overigens niet bang geweest dat het benoemen van zwemles als onderwijs nadelige gevolgen zou kunnen hebben omdat het onderwijs nu is gesloten. “Het gaat hierbij om praktijkonderwijs en dat is ook nu gewoon open. Van alle kanten is het dus eigenlijk heel goed nieuws. Na de uitzonderingspositie voor zwemonderwijs in maart dit jaar is het wederom een belangrijk succes voor de zwembranche in deze zware coronatijd. Des te treurig vind ik het dan ook om te zien dat het zo door de belangrijke spelers in de branche niet wordt opgepakt.”

Lees hier de uitspraak van de voorzieningenrechter




Normec