Uitgeleefd

“Ik weet waarom er steeds minder bezoekers bij jou in het zwembad komen”, zei een regiomanager ooit tegen mij. “Heb je gezien hoe vies de ramen bij de ingang zijn.” Ik was als manager nog een groentje en kreeg op deze wijze marketingles van iemand die ruimschoots zijn sporen had verdiend. Het badje in ’s-Gravenzande had niet de luxe van automatische deuren, dus werd de toegang tijdens de zwemlessen verkregen door met twee handen tegelijk de deuren open te zwaaien. En inderdaad liet dat regelmatige oneigenlijke gebruik van het glas zijn sporen na.

Ik moest weer eens aan zijn woorden denken toen ik laatst op pad was en diverse zwembaden bezocht. Niet omdat de glaspartijen van de entree bestempeld waren met vingerafdrukken, maar om eerste indrukken die de accommodaties op mij achterlieten. Op locatie 1 kom je binnen in een horeca annex receptie. Het is vooral de horeca waar eerst het oog op valt. Over smaak valt te twisten, maar een gevoel van bruin café bij een relatief modern zwembad wekt bij mij als het spreekwoordelijke tang op een varken op. Maar was dat het maar. Afdekfolie op wat eens transparante raampartijen maakten, vergroten het wachtkamereffect van een dokterspraktijk. Dat effect wordt versterkt doordat op zithoogte het uitzicht niet meer bedraagt dan uitzicht op melkwitte vlakken. Saillant detail is dat hier en daar een kleine doorkijk mogelijk is, doordat de folie op een aantal plekken is losgepeuterd. Over kapotte lampen zal ik maar niet zeuren, want dat zal wel niet in het onderhoudscontract hebben gezeten en eist extra overleg met de gemeente. Of over het schilderwerk dat te wensen overlaat of nog niet is hersteld nadat een reclamebord is verwijderd. Kapotte dubbele beglazing, waarvan de algenvorming verraadt dat het niet een recent gevalletje is.

Locatie 2 is een jaren zeventig bad. Hoewel er een wens is om het verouderde zwembad te vervangen, heeft de gemeenteraad hierover nog geen beslissing genomen. Nou hoeft oud in mijn ogen niet per se te betekenen dat het daarmee niet uitnodigend is. Maar ook in deze locatie zijn het weer de details die in mijn ogen het complex een wanstaltig beeld geven. Verticale lamellen die, getuige afgebroken stukken en het ontbreken van diverse lamellen, hun langste tijd hebben gehad. Schilderwerk dat van de wanden af komt en bovenal weer dat melkwitte folie, dit keer aangebracht op de buitenramen. Interessant genoeg voor jongeren om daar hun graffitihandtekening op te plaatsen. Het geheel belicht met armaturen die op een bouwplaats niet zouden misstaan.

Die regiomanager heeft mij terecht meegegeven dat het ontvangen van gasten mede wordt bepaald door oog voor details. Het verbaast me dertig jaren later des te meer dat in zwembadland van een teneur sprake is waarbij dat oog dreigt te worden verloren. De twee voorbeelden die ik heb bezocht, staan helaas niet op zichzelf. Is het gebrek aan lokale betrokkenheid of onmacht waardoor verantwoordelijke ambtenaren en bestuurders gemeenschapsgeld zo laten verdampen? Eigenlijk zou ik graag met spuitbus in mijn hand ‘uitgeleefd’ op de folie hebben gespoten: ongepast om op deze wijze gasten te ontvangen.

Deze column is geschreven door Eduard Leurs en verscheen in ZwembadBranche #68