Elk kind moet leren zwemmen: kunnen ook kinderen uit minder draagkrachtige gezinnen leren zwemmen?

Bijna alle Nederlandse gemeenten (96%) hebben een stimuleringsregeling voor zwemvaardigheid beschikbaar, maar hoe daar lokaal invulling aan wordt gegeven verschilt per gemeente. Een derde van de gemeenten (67%) doet dat via een gemeentelijke regeling, meer dan de helft (53%) biedt ondersteuning via een regeling van het Jeugdfonds Sport en Cultuur en 41 procent van de gemeenten biedt een regeling aan via Stichting Leergeld. Zo’n 36 procent schoolzwemmen aan, 51 procent biedt (ook) een andere regeling aan. Zo blijkt uit onderzoek van het Mulier Instituut in samenwerking met Vereniging Sport en Gemeenten (VSG) in opdracht van NL Zwemveilig.

Leeftijd

Inkomen en leeftijd zijn de meest bepalende factoren of iemand recht heeft op een subsidie ter bevordering van de zwemvaardigheid. Stimuleringsregelingen worden met name ingezet om de zwemvaardigheid te bevorderen van kinderen in de basisschoolleeftijd en waarvan de ouders een inkomen hebben dat valt onder een bepaalde inkomensgrens. Dat inkomen is meestal een percentage tussen de 110 en 130 procent van de bijstandsnorm. In het aanbod van gemeentelijke regelingen is meer diversiteit te zien dan in de landelijke regelingen. 29 procent van de regelingen wordt (ook) voor nieuwkomers ingezet en 17 procent van de regelingen richt zich (ook) op zwemvaardigheid bij volwassenen.

Vergoeding

Het blijkt dat de vergoedingen die de gemeentelijke regelingen bieden divers zijn. Een derde van de regelingen bestaat uit een financiële vergoeding tot een bepaald bedrag, bijna een derde van de regelingen bestaat uit een volledige vergoeding voor het behalen van het Zwemdiploma A en ruim een derde van de vergoedingen wordt anders ingevuld. Bij de andere invulling kan gedacht worden aan het verbeteren van de zwemvaardigheid door middel van inzet van buurtsportcoaches, korting op de tarieven voor verenigingen of een bedrag voor scholen om vrij te besteden aan de bevordering van zwemvaardigheid. De landelijke regelingen van Stichting Leergeld, Jeugdfonds Sport en Cultuur of Nationaal Fonds Kinderhulp worden ook op gemeentelijk niveau ingezet. Deze organisaties leveren een onmisbare bijdrage aan de zwemveiligheid van kinderen uit minder draagkrachtige gezinnen.

Rol overheid

De doelstelling van deze stimuleringsregelingen is om de zwemvaardigheid te verhogen. Bijna 90 procent van de gemeenten geeft aan dat zij het idee hebben dat de stimuleringsregelingen die zij inzetten een positief effect hebben op de zwemvaardigheid. 40 procent heeft ook het idee dat er minder mensen verdrinken door de stimuleringsregelingen. Aan gemeenten is ook gevraagd of zij van andere overheden een grotere rol wensen. Bijna de helft van de gemeenten geeft aan dat zij een grotere rol voor de Rijksoverheid zien; provinciale overheden worden door ongeveer een kwart van de gemeenten een grotere rol toebedeeld.

Vervolg

Het onderzoek vraagt om nadere actie. Gemeentelijke regelingen verschillen van elkaar, waardoor de mogelijkheden voor kinderen om een zwemdiploma te halen dus ook behoorlijk kunnen verschillen per woonplaats. De hoogte van de bijdrage is niet in alle gevallen voldoende voor het behalen van minimaal Zwemdiploma A, waarmee vaardigheden worden beheerst voor een zwembad zonder attracties. Ook zien we dat de bekendheid en de bereikbaarheid van de landelijke en gemeentelijke regelingen verder kunnen worden vergroot. De komende periode wordt vanuit NL Zwemveilig, samen met de Nationale Raad Zwemveiligheid en Vereniging Sport en Gemeenten (VSG), bekeken hoe de zwembranche, overheden en ondersteunende fondsen de inhoud en het bereik van de regelingen kunnen verbeteren. Zo leren ook kinderen uit minder draagkrachtige gezinnen zwemmen en kunnen zij veilig en met plezier meedoen aan allerlei activiteiten in en om het water.




Variodeck