Dat drukke kind in het water? Gedrag als signaal

Niet alle kinderen zijn hetzelfde in de zwemles. De één vindt het spannend, de ander duikt er meteen in. De een ondergaat het allemaal in stilte, de ander is heel erg aanwezig. Al die verschillen zijn normaal, toch merk je dat er één type kind is dat al snel een stempel krijgt. Het kind dat beweegt als het moet wachten. Dat harder praat dan de rest. Dat je drie keer bij de naam moet roepen. Lastig, hoor je anderen vaak zeggen. Orthopedagoog Daniëlle Goedhart-Bax ontkent dit stellig. In een interview dat ik laatst las en in haar boek Confettikinderen benadrukt zij: het oordeel over hen zegt vaak meer over onszelf dan over hen.

Eigen referentiekader

Daniëlle begint met iets wat klinkt als een open deur maar dat niet is: wat wij normaal vinden, is cultureel bepaald. In Italië mag een kind aan tafel aanwezig zijn, luid en levendig. In Nederland verwachten we aanpassing, stilte, zo min mogelijk storen. Hetzelfde kind gedraagt zich daar anders. En dat is niet omdat het kind veranderd is, maar omdat de ruimte veranderd is. Bovendien speelt je eigen referentiekader een rol. Als jij van rust houdt, ervaar je een druk kind sneller als storend. Iemand met veel energie zelf ziet hetzelfde kind misschien gewoon als levendig. Het zit dus niet alleen in het kind. Het zit ook in de waarnemer.

Ben je klaar voor de volgende stap in je carrière of de verdere groei van je team? 👉 Ontdek de erkende opleiders die jou en je team verder helpen.

Signaalgedrag

Daarom spreekt Daniëlle liever van signaalgedrag, want gedrag vertelt altijd iets. De vraag is dan ook niet of het normaal is, maar wat een kind probeert te zeggen. Onder druk gedrag zit vaak een behoefte: aan veiligheid, aan structuur, aan bewegingsruimte, aan verbinding. Ze waarschuwt ook voor het risico van labels. Als een kind steeds hoort dat het druk is, gaat het zich daar ook naar gedragen. De omgeving verwacht het, en zo ontstaat een verhaal waar een kind moeilijk uitkomt. Labels kunnen soms helpend zijn, maar ze beperken ook en een kind ontwikkelt zich nog volop.

Lees ook: Welke kinderen zitten bij jou op zwemles?

Een hele opgave

In de zwemlessen heb je ze ook, het kind dat niet stil kan zitten op de rand. Dat roept terwijl een ander oefent. Dat springt als er nog helemaal niet gesprongen moet worden. Dat je drie keer bij de naam moet noemen voordat het ook maar opkijkt. Wat probeert dit kind te vertellen? Want water vraagt van kinderen al enorm veel. Wachten terwijl alles kriebelt om te springen. Stil zijn terwijl je brein zegt: beweeg. Vertrouwen opbouwen terwijl je nog niet weet of je überhaupt het drijven ooit gaat beheersen. Dat is voor een energiek kind een hele grote opgave.

Maak het verschil

Juist in de zwemles — waar een kind al zoveel van zichzelf vraagt — kan die andere blik het verschil maken. Jij mag zo als eerste. Wat doe je dat goed. Kleine dingen, maar ze raken. Het kind dat anderen zien als de lastige, is misschien wel het kind met de meeste drive. En dat kind heeft soms de meeste progressie. Niet ondanks die energie, maar dankzij. Het inzicht van Daniëlle herinnert ons eraan hoe groot de impact is van de blik waarmee je naar een kind kijkt. Niet als kritiek, maar als uitnodiging. Want in de zwemles — waar kinderen zich al kwetsbaar opstellen, waar ze iets nieuws en spannends leren — maakt die blik extra veel verschil. Wie ziet wat een kind nodig heeft in plaats van wat het verstoort, geeft dat kind de ruimte om te groeien. En dat geldt natuurlijk voor elk kind aan de rand van het bad.