Sport en bewegen vaker op politieke agenda gemeenten

De beleidsaandacht voor sport en bewegen op lokaal niveau is de afgelopen jaren steeds groter geworden. Sport staat ook vaker op de politieke agenda van het college van B&W en de gemeenteraad. Naast corona zijn hierop ook het klimaatakkoord, het preventieakkoord en het Nationaal Sportakkoord van invloed. Zo blijkt uit het Monitor Lokaal Sportbeleid van het Mulier Instituut onder gemeenteambtenaren sport wat inzicht biedt in het sport- en beweegbeleid van gemeenten. Gekeken is naar hoe beleid tot stand komt, wat de achtergronden of kaders van beleid zijn, wat staat centraal in beleid en uitvoering en wat is er bekend over de impact van beleid? Belangrijk voor ons: hoe zit het met zwembaden?

Sport als onderdeel van een groter geheel

De beleidsaandacht voor sport en bewegen is de afgelopen jaren steeds groter geworden: sport staat ook vaker op de politieke agenda van het college van B&W en de gemeenteraad. Meer dan de helft (54%) van de gemeenten geeft aan dat haar rol op het gebied van sport en bewegen de afgelopen jaren gegroeid is, voor drie op de tien (29%) is deze gelijk gebleven en slechts 9% geeft aan dat haar rol kleiner is geworden. Verschillende landelijke ontwikkelingen zoals de Omgevingswet, het klimaatakkoord, het preventieakkoord en uiteraard ook corona zijn van invloed. Ook het Nationaal Sportakkoord speelt hierbij een belangrijke rol en blijkt sport steeds meer verweven te zijn met andere beleidsterreinen zoals armoedebeleid, sociale zekerheid en integratie. Deze ‘vermaatschappelijking’ van de sport lijkt overigens niet ten koste te gaan van de aandacht voor ‘sport als doel’: zes op de tien gemeenteambtenaren geven aan dat ‘sport als doel’ en ‘sport als middel’ even belangrijk zijn.

Exploitatie sportaccommodaties

Mede onder invloed van de lokale sportakkoorden heeft de rol van gemeenten zich verder ontwikkeld tot die van coproducent: het sportbeleid wordt ontwikkeld en uitgevoerd in samenwerking met verschillende maatschappelijke partners binnen en buiten de sport. Dit heeft met name kleinere gemeenten gestimuleerd om hun rol in het sportbeleid te vergroten. In het rapport is daarom onder meer gekeken naar de exploitatievorm van sportaccommodaties. Hoe zit het met zwembaden? De exploitatie van gemeentelijke zwembaden ligt in het grootste deel van de Nederlandse gemeenten in handen van een private partij die van de gemeente een exploitatiesubsidie ontvangt, gevolgd door een extern verzelfstandigd sportbedrijf en soms is sprake van meerdere exploitatievormen voor de verschillende typen sportaccommodaties. Als het gaat om de realisatie en exploitatie van sportaccommodaties in de gemeente is de gemeente nog steeds de belangrijkste partij en zij faciliteren daarmee een groot deel van de georganiseerde sportbeoefening. Toch lijkt de verzelfstandiging en privatisering van accommodaties steeds verder door te zetten. In ongeveer drie op de vier gemeenten (72%) is bij minstens één van de verschillende typen sportaccommodaties (binnensport, buitensport, zwembaden) sprake van verzelfstandiging of privatisering. In Nederland is het aantal door private partijen geëxploiteerde sportaccommodaties tussen 2015 en 2018 met 10% toegenomen, kijken we naar de periode 2000-2018 dan is het met 38% toegenomen. In deze periode is dan met name het absolute aantal particulier geëxploiteerde buitensportaccommodaties aanzienlijk toegenomen (+64%).

Monitor Lokaal Sportbeleid van het Mulier Instituut is uitgevoerd in samenwerking met VSG en met steun van het ministerie van VWS. De monitor is een herhaling van 2016 om langetermijnontwikkelingen in beeld te brengen. Lees voor meer informatie Monitor Lokaal Sportbeleid 2020





E.B.T.C.