23 april ZwembadBranche Dag Belgie

Niet zeggen wat je niet ziet, maar wat je wel ziet

Van nature ben ik een optimist. Voor mij is het glas altijd halfvol en ik zie de zon meestal schijnen achter de wolken. Natuurlijk realiseer ik me ook wel dat ik daarin af en toe doorsla. Dan ga ik bagatelliseren, ben ik te goedgelovig of blijf ik te lang potentie zien in lastige relaties of situaties. Ook al is dit privé soms lastig, in mijn werk als lesgever helpt het mij wel.

Er zijn ook wetenschappelijke inzichten waaruit blijkt dat een positieve houding en positief taalgebruik van lesgevers grote invloed hebben op de ontwikkeling en de leercurve van de kinderen. Een goed bijvoorbeeld is het Pygmalion effect en het Golem effect, aspecten van de theorie van de self-fulfilling prophecy, die zeggen dat lesgevers met hun (onbewuste) verwachtingen de leerprestaties van kinderen sturen in positieve en negatieve zin. Zo leiden hoge verwachtingen tot betere prestaties, het Pygmalion effect, en lage verwachtingen tot slechtere prestaties, het Golem effect. Eerlijk gezegd vind ik het best heftig om te weten dat de (onbewuste) verwachtingen van de lesgever zo’n grote invloed kunnen hebben op het leren van kinderen. En dat je als lesgever dus vele malen beter ‘weg kunt blijven’ van het Golem effect en bewust moet inzetten op het Pygmalion effect. Als rasoptimist komen mijn van nature positieve verwachtingen, zo ook over het vermogen van mijn zwemleskinderen, dus heel goed uit bij het lesgeven. 


Ben jij op zoek naar een leverancier van LED verlichting voor in jouw zwembad of zwemschool? 👉 Klik hier.



Negatieve feedback wordt niet verwerkt

Er is nog een andere theorie die uitgaat van het positieve en die wordt beschreven in het boek ‘Breinlink’ van Dirksen en Moller. Hierin kun je lezen dat jonge kinderen vooral leren doordat ze weten dat ze op het goede pad zitten. Kennelijk is het jonge brein nog niet in staat om negatieve feedback goed te kunnen verwerken, dat netwerk in de hersenen ontwikkelt zich pas ergens tussen de 8 en 12 jaar. Maar dat betekent nogal wat voor de kinderen in onze zwemlessen. Als het jonge kind weet dat het iets goed heeft gedaan, hoeft het eigenlijk alleen maar op dezelfde weg door te gaan. Dat is dus veel minder ingewikkeld dan wanneer het een kind een negatieve aanwijzing krijgt waarbij het kind dan eerst moet nadenken wat het heeft gedaan en dan ook nog moet gaan verzinnen hoe het dan anders had gemoeten. Voor de kinderen van die leeftijden is dit veel te complex en de ‘negatieve’ aanwijzing zal dan ook niet of nauwelijks effect hebben. Geef dus géén aanwijzing over iets dat je níet wil zien, maar vertel het kind wat je wél wil zien. Door dit te benoemen zullen kinderen sneller begrijpen wat je van ze verwacht. Een simpel voorbeeld: wanneer je wil dat een kind met een goede armslag gaat zwemmen, kun je beter de armslagen die wél lukken benoemen (dát was een mooie kleine armslag) dan de foute armslagen corrigeren (niet zo’n grote armslag maken!). De kans is dan groter dat het wel lukt. Als je de feedback dan ook nog eens geeft op de inspanning die het kind levert, op doorzetten en aanpak, help je het kind ook nog om doorzettingsvermogen te ontwikkelen wat vervolgens weer een positief effect heeft op het gemak en de snelheid van leren. 

K*T

Dat positieve feedback helpt, heeft laatst één van onze kleinzonen ook weer mogen voelen. Sinds een half jaar zit hij in groep 1 en begint hij belangstelling te krijgen voor het schrijven van letters. Vol trots liet hij zijn tekening zien waar hij met hulp van zijn grotere broer een woord had geschreven. Die zat met pretoogjes te luisteren toen ik zijn broertje uitlegde dat de eerste letter K en de laatste letter T heel goed was geschreven. Over de middelste letter hebben we het maar even niet gehad…

Deze column is geschreven door Claartje Driessen en verscheen eerder in ZwembadBranche #88