‘Marianne’s Toffe Zwemdiploma’: de wonderlijke wereld van het zwemdiploma

Ik krijg vaak vragen over de verschillende soorten diploma’s en keurmerken. Voor ouders is het lastig om een keuze te maken. Voor welke zwemlesaanbieder moeten zij kiezen? En nog belangrijker: is hun kind dan wel zwemveilig? Uiteindelijk wil elke ouder dat hun kind een zwemdiploma haalt dat voldoet aan de kwaliteitseisen. Alleen, wat heel veel ouders niet weten is dat niet elk diploma en keurmerk hetzelfde is en dat er geen (landelijke) controle is op de afgifte van zwemdiploma’s. Het ene zwemdiploma is dus het andere niet. En ik merk steeds vaker dat de kwaliteitsverschillen uiteenlopen. Is het dan weer tijd voor een landelijk keurmerk en controle?

Kwaliteitscontroles

Vroeger was de KNZB de enige instantie die diploma’s uitgaf die door de overheid werden gecontroleerd. Toen de KNZB zijn diplomalijn verloor, kwam er de NRZ (wat toen nog stond voor Nationale Raad Zwemdiploma’s en nu voor Nationale Raad Zwemveiligheid) die later samen is gegaan met de NPZ en hét zwemdiploma instituut in Nederland was. De eisen van het diploma werden gebaseerd op de BREZ (Bepalingen, Richtlijnen en Examenprogramma’s Zwem ABC) waarbij we momenteel bij versie 2.0 zijn. De NRZ en het bijbehorende diploma stonden met hun diploma en aandenken (wie kent de handdoeken, strijkplaatjes voor op de badkleding niet?) garant voor een kwalitatief goede zwemvaardigheid. Elk zwembad kan zich nog wel de bezoeken van de kwaliteitscontroleur van de NRZ herinneren, met goede inhoudelijke feedback en ook consequenties als het niet voldeed. Onafhankelijke controleurs vanuit de NRZ keken naar belangrijke ijkpunten. Gebruiken kinderen hun handen bij enkelvoudige rugslag, drijven de kinderen goed uit tijdens de schoolslag en hoe wordt de kopsprong uitgevoerd? Maar toen ontstond ook in de uitgifte van en controles op zwemdiploma’s marktwerking en kwamen er verschillende diplomalijnen. Iedere zwemlesaanbieder mag namelijk een diploma uitgeven. Ik zie het al voor me: ‘Marianne’s Toffe Zwemdiploma’. En dit is gewoon toegestaan in Nederland want er is geen inhoudelijke, kwalitatieve controle op zwemdiploma’s. Het is aan de zwemlesaanbieders zelf om controles uit te laten voeren.

Lees ook: Zwemles een martelgang? Zwemouder: maak er een feestje van!

Schijnveiligheid

Helaas blijkt in de praktijk dat sommige zwemlesaanbieders hun eigen kwaliteit, eisen en diplomalijn niet al te nauw nemen. Je vraagt je dan ook wel eens af of deze kinderen voldoende zwemvaardig, maar nog belangrijker zwemveilig zijn. Het grootste risico vormt het diplomapakket met een diplomagarantie. Zoals we allemaal weten, zijn we niet allemaal hetzelfde. De ene leert wat sneller dan de ander. Maar in het geval van een garantiepakket is het natuurlijk veel lucratiever om kinderen zo snel mogelijk af te laten zwemmen. ‘You either win some, or loose some’. Alleen draagt dit bij aan veiligheid of is het meer schijnveiligheid? Ik denk het laatste. Maar natuurlijk niet in alle gevallen. Uiteraard moet er geld worden verdiend, maar het moet niet ten koste gaan van de kwaliteit en leiden tot een devaluatie van de zwemdiploma’s.

Wat houdt ons tegen?

Moraal van het verhaal: kwaliteit staat altijd voorop. Elke zwemlesaanbieder mag dan zelf een diploma uitschrijven, we moeten wel onze reputatie met elkaar hooghouden door kwalitatief goede lessen en diploma’s te bieden. En ons niet laten leiden door ouders die graag willen dat hun kind snel kan afzwemmen en snelle verdienmodellen. Wat mij betreft gaan we daarom naar een landelijk keurmerk. We willen namelijk allemaal hetzelfde: dat een kind met een zwemdiploma ook echt zwemvaardig én zwemveilig is. Wat houdt ons nog tegen?

Deze blog is geschreven door Marianne Jongsma. Marianne is hoofd zwemzaken in de Amsterdam Zuidoost en heeft in het verleden 5 jaar in Thailand gewerkt als professioneel zwemcoach. Daarnaast is zij fanatiek wedstrijdzwemmer en waterpoloër en fluit zij in haar vrije tijd graag een wedstrijd waterpolo.




RBI Corrosion