Maatschappelijke voorzieningen: liever een zwembad dan een schouwburg

Heel sportliefhebbend Nederland zit deze dagen aan de buis gekluisterd. De Olympische Winterspelen zorgen weer voor heel veel spanning en mooie sportmomenten. En vooral ook veel medailles. Maar bovenal laat het het weer zien wat sport vooral is: emotie. Het doet wat met je. Maar het gaat niet vanzelf. Het kost veel tijd, energie, doorzettingsvermogen en … ook geld. Je moet er nou eenmaal investeren. Zowel op landelijk als lokaal niveau. Ook gemeenten investeren in sport. Maar hoeveel is sporten hen nu precies waard?

Winst gemaakt

In totaal zullen de Olympische Winterspelen van 2018 Zuid-Korea ongeveer 10,6 miljard euro kosten. Detail: dat is bijna het dubbele van het bedrag dat het land voorspelde toen het in 2011 de Winterspelen kreeg toegewezen. Maar je hoeft echt niet van dit bedrag te schrikken, want het schijnt dat elk organiserend land uiteindelijk in de plus eindigt. Deze kosten worden namelijk volledig gedekt door de inkomsten uit kaartverkoop, sponsoring, merchandising en de IOC-bijdrage (waaronder de mediarechten). Sinds 1984 hebben alle organiserende landen nog winst gemaakt. Winst die weer moet worden geherinvesteerd in de ontwikkeling van sport van het gastland. Als het goed is…

Lees ook: Zwemmen ook belangrijk onderdeel van lokaal sport- en beweegbeleid

Wat geeft Nederland uit?

De Olympische Spelen kosten dus veel geld. Maar sporten in het algemeen kost geld: wat geeft Nederland uit aan sport? De totale (netto) sportuitgaven van gemeenten in Nederland bedroegen in 2016 1.202 miljoen euro. Uit onderzoek van het Mulier Instituut blijkt dat dit neerkomt op ongeveer € 65,00 per inwoner. Gemeenten met minder dan 20.000 inwoners geven gemiddeld iets minder uit en gemeenten met meer dan 100.000 inwoners gemiddeld iets meer. De gemeenten besteden het grootste deel van de uitgaven aan de exploitatie van sportaccommodaties (€ 33 per inwoner). Op de tweede plaats staan investeringen in sportaccommodaties (€ 22 per inwoner). Daarna volgen de uitgaven voor sportstimulering (€ 10 euro per inwoner) zoals subsidies voor sportverenigingen en reducties voor inwoners die moeite hebben om sportdeelname te betalen.

Wat levert het op?

Het geld gaat dus vooral ook naar accommodaties, zoals het zwembad. Helaas zien we helaas wel een daling in het gebruik van het zwembad. Het zijn vooral fitness en inspanning/duursporten zoals hardlopen, fietsen en wandelen die de afgelopen jaren meer worden beoefend. Gelukkig blijkt hetzelfde onderzoek ook dat burgers zwembaden een belangrijke door de gemeente ondersteunde voorziening vinden. Belangrijker nog dan voorzieningen zoals buurthuizen, schouwburgen, musea of parken. En terecht. Zwemmen zorgt voor een goede gezondheid van lichaam en geest. Daarnaast is het een geschikte sport voor jong en oud en zorgt het ook voor veel vermaak. En laten we vooral ook weer eens benadrukken dat het leren zwemmen van levensbelang is voor iedereen. Wat levert zwemmen op? Genoeg dus!