Lifeguards: gebrek aan zwemvaardigheid en overschatting vaardigheden grootste risico’s op verdrinking

Het gebrek aan zwemvaardigheid, overschatting van eigen vaardigheden en dat badgasten niet vertrouwd zijn met open water zijn volgens lifeguards de grootste veiligheidsrisico’s bij binnen- en kustwateren. Een onoplettende houding van ouders of begeleiders wordt vaak als risico genoemd op verdrinking. Daarnaast zijn stroming en golven bij kustwateren volgens veel lifeguards een risico. Dat stelt het Mulier Instituut dat voor het project NL Zwemveilig onderzoek heeft gedaan naar het toezichthouden op zwemmers bij kust- en binnenwateren.

Stress

Bijna de helft van de lifeguards ervaart soms stress of druk tijdens het uitvoeren van hun toezichthoudende taak. Verder valt het op dat waar het gaat om zwembaden en kustwater er veel kennis beschikbaar is over de maatregelen die worden genomen om de veiligheid te waarborgen, maar bij de aangewezen zwemlocaties in de binnenwateren ontbreekt dit inzicht. Bij die zwemlocaties waar het toezichthouden op baders en zwemmers verplicht is, geeft wet- en regelgeving veel vrijheid in de wijze waarop invulling gegeven dient te worden aan het begrip ‘in voldoende mate toezichthouden’.

Lees ook: Zwemouders: bij zwemmen in zee, let dan vooral hier op!

Ervaring en beleving lifeguards

Op bijna alle locaties is een plan of protocol voor de lifeguard aanwezig (93%). De helft van de lifeguards geeft aan helemaal op de hoogte te zijn van de inhoud van het plan of protocol en de andere helft geeft aan grotendeels op de hoogte te zijn. Een derde van de lifeguards heeft geen invloed op de inhoud van het plan of protocol. Volgens lifeguards zijn de beste manieren om risico?s te verkleinen het geven van voorlichting aan verschillende doelgroepen, het opzetten van een landelijke bewustwordingscampagne en het verbeteren van de zwemvaardigheid via zwemlessen.

Maatregelen, opleiding en bijscholing

Lifeguards geven aan dat tijdens hun werk regelmatig iemand op de kant hulp nodig heeft. Dat een badgast in het water lichte of dringende hulp nodig heeft, is een situatie die de meeste lifeguards maximaal één keer per week meemaken. Op de zwemlocaties waar de lifeguards werken, worden naast het inzetten van lifeguards ook andere maatregelen ten behoeve van de veiligheid genomen. De meest genomen maatregelen zijn het plaatsen van borden met aanwijzingen en vlaggen, het inrichten van een EHBO-post en het inzetten van voer-en vaartuigen. Het overgrote deel van de lifeguards heeft de opleiding tot lifeguard van de Reddingsbrigade of de KNRM afgerond (92%).

Andere conclusies

  • Volgens lifeguards zijn de beste manieren om risico’s te verkleinen het geven van voorlichting aan verschillende doelgroepen, het opzetten van een landelijke bewustwordingscampagne en het verbeteren van de zwemvaardigheid via zwemlessen.
  • Twee op de vijf (41%) lifeguards hebben behoefte aan het uitwisselen van kennis en ervaringen met collega-lifeguards. Daarnaast heeft ruim een derde (34%) van de lifeguards behoefte aan betere faciliteiten op de zwemlocatie. Aan specifieke bijscholingen is relatief weinig behoefte.
  • Lifeguards voelen zich goed in staat om hun werk uit te voeren. Lifeguards zijn tevreden over de samenwerking met collega-lifeguards (92%). Het minst tevreden zijn ze over de afgeronde opleiding (9% ontevreden) en de faciliteiten (13% ontevreden).
  • Tussen zwemlocaties bij binnenwateren zijn grote verschillen te zien in de wijze waarop het toezichthouden door toezichthouders wordt uitgeoefend, en in fysieke en organisatorische maatregelen die worden genomen ter bevordering van de zwemveiligheid.
  • Van de aangewezen zwemlocaties toetsen provincies of wet- en regelgeving wordt nageleefd en of in dat kader een zwemlocatie voldoende veilig is om er te kunnen zwemmen. De provincies bepalen ook welke (aanvullende) maatregelen genomen moeten worden om de veiligheid bij een zwemlocatie te kunnen waarborgen.

Onderzoek

Het onderzoek bestond uit een enquête onder toezichthouders bij binnenwateren en kustwateren en casestudies naar de wijze waarop veiligheid en toezicht op baders en zwemmers is geregeld bij binnenwateren in de praktijk. Een klankbordgroep, bestaande uit experts van Reddingsbrigade, KNRM, Deskundigenberaad Zwemwater (DBZ), Nationale Raad Zwemveiligheid en Leisurelands, had een adviserende rol.

 




Pomaz