‘Ik kan niet toveren’

We hebben wel eens bij de incheckbalie op het vliegveld gestaan en niet in het systeem, terwijl we wel op de passagierslijst stonden én toen zelfs nog papieren tickets hadden. We praatten als Brugman, we konden niet naar huis. Of midden in de nacht een hotelkamer geopend terwijl er iemand lag te slapen, deze was dus al vergeven. Laatst nog kwamen we laat in de avond in een huisje dat nog niet was schoongemaakt. De host probeerde nog een hotelkamer te regelen, maar dat lukte niet met een hond erbij. Waarop haar eerlijke antwoord was: “Ik kan niet toveren.” Ze had helemaal gelijk. Stoïcijns pakten we het schone linnengoed en maakten ons klaar voor de nacht, want we konden wél zorgen voor een schoon bed. Een stoïcijn maakt onderscheid tussen dingen waar je wel invloed op hebt, zoals je gedachten, daden en reacties, en dingen waar je géén invloed op hebt, zoals een tegenslag. Ze erkennen de emotie, maar laten zich er niet door leiden of meeslepen.

Mijn moeder heeft dementie. Haar leven is nu één grote chaos. Plaats en tijd gaan continu met haar aan de haal, wat maakt dat zij zich vaak onveilig en angstig voelt. Aan haar dementie kan zij weinig veranderen. En hoe zij hiermee omgaat, haar gedachten, daden en reacties? Ook niet. Dat maakt het zo wrang. Ik las laatst over een man met dementie die zei: “Als ik minder dement had kunnen zijn, deed ik dat.” Precies dat. Ik heb natuurlijk wel invloed op hoe ik ermee omga. Niks verwachten, niet teleurgesteld zijn als het anders gaat, niks vinden van wat m’n moeder zegt of doet en focussen op de geluksmomentjes. Zoals het warme onthaal, als ze zegt zo blij te zijn dat je er bent, een zin die verrast en ontroert. Of het samen genieten van de zon en de tuin in bloei. Al lukt mij dat niet altijd. Maar de liefdevolle zorg van het huis waarin zij woont, maakt dat ik met een gebroken, maar gerust, hart weg kan gaan. Mijn moeder wordt daar gezien en begrepen.

Lees ook: ‘Ik zag mensen met dementie met een grote glimlach uit het water komen’

Laatst was m’n moeder mee met een uitstapje en de foto’s waren alleszeggend: ze lachte van oor tot oor en zag er zowaar ontspannen uit. Het was ontroerend om te zien. Wat ze had gedaan? Ze was gaan zwemmen. Waar ze zelf weinig meer controle heeft, nam het water het over en droeg haar als een aangename, warme omhelzing. In alle chaos gaf het water een diep gevoel van veiligheid en ‘er zijn’. Ik heb er natuurlijk over gehoord en geschreven, maar ik zag het nu met eigen ogen. Het water is en blijft toch iets magisch, daar kunnen wij als stoïcijnen niks aan veranderen. Wel hoe we daarmee omgaan, daar kan iedereen op zijn eigen manier invulling aan geven: voor lichaam of geest, fanatiek of recreatief, in je eentje of met anderen. Maar in tegenstelling tot de stoïcijnen is er wat mij betreft niets mis mee om je in deze emotie mee te laten slepen. Ik ga in ieder geval voor een nieuw geluksmomentje: samen zwemmen.

Vannacht is de moeder van Susanne overleden. Dit voorwoord, dat zij over haar schreef voor ZwembadBranche #104, delen we daarom vandaag.