Het Malieveld onder water zetten?

Op 30 en 31 januari staan er weer acties gepland. Men wil de scholen sluiten voor structureel meer geld voor het onderwijs. Al eerder hebben de lesgevers hun werk neergelegd. Nou nee, niet alle lesgevers. Zwemonderwijzers niet. Zal er ooit een dag komen dat ook zwemonderwijzers het werk neerleggen? En Den Haag onder water laten lopen? Wanneer wordt het zwemonderwijs topprioriteit? Daar hebben kinderen en zwemonderwijzers toch recht op!

Overeenkomsten

Groepsleerkrachten en zwemonderwijzers hebben veel overeenkomsten. Ze geven beiden les aan kinderen, hebben soms gedoe met ouders en moeten heel veelzijdig zijn. Maar bovenal voor ieder kind een individuele aanpak hebben. De groepen zijn meestal groter dan goed is voor kind en lesgever, beiden ervaren veel werkdruk. Dit komt van zowel het management, als de overheid. Soms komt de werkdruk van de lesgever zelf, die met zoveel passie en enthousiasme
het beste voor het kind wil.

Druk van buitenaf

Het zijn niet alleen de arbeidsomstandigheden die het werk zwaar maken. Druk van buitenaf speelt ook een grote rol. Het verlangen van ouders om hun kind snel te laten afzwemmen, lijkt te groeien. De zwemonderwijzer moet sterk in de schoenen staan om zich staande te houden en niet mee te gaan in dit sterke verlangen. Want verlagen van diploma-normen is niet alleen funest voor de kwaliteit van het zwemonderwijs, het kan ook levensgevaarlijk zijn. Naast de veiligheid van leerlingen is er ook nog de druk om goede lessen te draaien voor veeleisende ouders en het management.

Verschillen

Om aan de pedagogische basisbehoefte van kinderen te kunnen voldoen, is het hebben van een fijne relatie met het kind heel belangrijk. Voor groepsleerkrachten is dat sneller te realiseren dan voor de zwemonderwijzers. De zwemonderwijzer
geeft tussen de 3 en 10 lessen per dag, met iedere 45 minuten een nieuwe groep. Ouders zitten niet in de klas, maar zijn wel steeds vaker aanwezig bij de zwemles. De basisschool is de start van een hoopvolle toekomst. Terwijl zwemles een noodzakelijk iets is om niet te verdrinken en veel tijd en geld kost. De zwemles van het kind staat op iedere verjaardag garant voor sensationele verhalen. Daarnaast zijn arbeidsomstandigheden voor de zwemonderwijzer zwaar. Veel geluid, afkoelen, warm, steeds een nieuwe (doel) groep, lessen die elkaar snel opvolgen.

Wat zou ik doen als minister van Onderwijs & Zwemles?

Eenmalig geld geven lost de problemen in iedergeval niet op, alleen op kortetermijn. Wat dan wel?
• Erkenning van het beroep en benoemen van de knelpunten.
• Werkdruk verlagen.
• Meer aandacht voor het pedagogische deel van het lesgeven.
• Investeren in personeel met als credo: problemen voorkomen. Stimuleer het differentiëren.
• Het geld niet besteden en reserveren voor nieuwe gebouwen met een super uitstraling, maar structureel, goed onderhoud plegen en de rest besteden aan het verbeteren van je team.
• Het team betrekken bij waar het geld aan besteed gaat worden.

Staken?

Het werk neerleggen en in je badpak naar het Malieveld gaan voor verandering? Dat denk ik niet. De arbeidsomstandigheden moeten worden verbeterd, maar de grootste vooruitgang zit niet in geld of tijd. Ouders hebben trouwens niet zoveel last van een zwemles die niet doorgaat, die hoeven ze waarschijnlijk ook niet te betalen. Wat kunnen we wel doen? Veel valt te winnen met meer waardering. Waardering voor de professionaliteit van een zwemonderwijzer. De groepsleerkracht is gezakt van plaats 42 naar 69 op de statusladder van beroepen. De zwemonderwijzer staat niet eens op deze lijst. Zwemonderwijzers hebben maar één doel: een kind in zware omstandigheden veilig te laten zijn in het water. Door het
uitspreken van dit vertrouwen, geloof ik dat we elkaar zonder te staken verder kunnen helpen. Omdat dit in het belang is van het kind. Misschien is een ludieke actie wel geschikt om aandacht te krijgen? Wij moeten in iedergeval met
elkaar laten zien dat we iedere lesgever op het droge of in het water zeer waarderen en daarvoor hoeven we het Malieveld niet onder water te zetten!

Deze column is geschreven door Leone Hamaker en verscheen eerder in ZwembadBranche #72




VConsyst