De ware reden: het hoarding-syndroom

Ik heb de mazzel gehad al meerdere keren betrokken te zijn bij het bouwen of verbouwen van zwembaden. Ik ben een liefhebber van transparantie. Gebaseerd op wat een ervaren zwembadmanager mij ooit leerde: ‘Eigenlijk moet je al aan de kassa kunnen zien wat je gaat kopen als je een zwembad bezoekt’. Die uitspraak heeft me nooit losgelaten en heeft me altijd geïnspireerd om samen met architecten te zoeken naar optimale mogelijkheden om vanaf de ingang gasten nieuwsgierig te maken. En transparantie heeft ook nog andere voordelen. De toetreding van daglicht geeft een gebouw een fris uiterlijk en voorkomt dat er 24 uur in kunstlicht moet worden gesport. En zeker niet onbelangrijk is dat in een doorzichtig gebouw niks verborgen blijft, waardoor het gevoel van sociale veiligheid voor gasten en medewerkers kan worden vergroot.

Verzameldwang

Maar hoe anders wordt in de praktijk omgegaan met zwembaden waar veel doorkijkjes zijn toegepast. Bij een recent bezoek aan een zwembad, waarbij de architect in het ontwerp rekening heeft gehouden met veel zichthoeken, kon ik me niet aan de indruk onttrekken dat badmeesters van plakplaatjes moeten houden. Vrijwel geen enkele ruit was ontkomen aan de drift van het aanbrengen niet doorzichtige plakfolie. Vaak ok tot een hoogte van 2 meter aangebracht, zowel in het interieur als op alle buitenramen. Nou zou je kunnen veronderstellen dat dit met schoonmaakwerkzaamheden te maken kan hebben. Ik moet toegeven, het voordeel van het aanbrengen van die strips is dat afdrukken van kinderhanden op het glas niet zichtbaar zijn. Maar de ware reden van het aanbrengen van de plakstroken is het hoarding-syndroom. Oftwel: verzameldwang.

Bestickerd

Zwembadmedewerkers hebben de eigenschap alles te willen bewaren: mappen met gegevens uit 1998, stapelbakjes met in veelvoud protocollen en aanverwante formulieren, de door gasten vergeten bidons, half afgeknaagde resten van flexibeams en door het niet uitgespoelde chloor vervaalde badkleding. Wat ooit bedoeld was als publieke vergaderruimte, is geworden tot een opslag van meubilair dat zelfs door een recyclingbedrijf als niet verkoopbaar wordt geacht. Mijn oma leerde me ooit: ‘Het zijn gekken en dwazen, die schrijven hun namen op deuren en glazen’. Aan haar moet ik telkens weer denken als ik een zwembad binnenstap waar al vanaf de eerste aanblik alles is bestickerd.

Imagine: hoe anders zou een gebouw er uit zien, en vooral voelen, als medewerkers elke dag vanuit een gastperspectief hun werkterrein zouden betreden? Ik schat in dat het hoarding-syndroom verdwijnt als sneeuw voor de zon.

Column van Eduard Leurs, wil je reageren? mail dan naar eduard@debelevingsspecialist.nl