Trots op je vak?

Ik heb niet zo veel met een term als ‘Zwemtrots’… of toch ook eigenlijk weer wel. Waarom ik er niet zoveel mee heb: het is zo een gezocht en bedacht woord. En waarom ik er toch ook weer wel wat mee heb: zwemonderwijzers zijn nog te weinig trots op hun werk! Altijd trots hoeft ook niet, maar een beetje vaker dan nu mag best. Is het jou ook opgevallen dat er niet alleen heel veel wordt gepraat in de zwemlessen, maar dat er ook heel veel wordt gepraat over de zwemlessen?
Vooral op de bekende verjaardagen. Want bijna iedereen heeft wel te maken met zwemlessen. Er is altijd wel iemand die een kind op zwemles heeft of een kleinkind, nicht of buurjongen. Sommigen hebben een zweminstructeur in de familie of vriendenkring en sommigen zijn op de één of andere manier verwant aan de branche. En al deze mensen hebben er dan ook vaak een mening over, want zo gaat dat nou eenmaal. Vertel jij dan met trots dat je zwemles geeft… Of toch liever niet? Welke verhalen, denk jij, worden op verjaardagen over jouw zwemlessen verteld?
Bij deze enkele, misschien herkenbare, voorbeelden.
‘Weet je als de vaste zwemonderwijzeres ziek is, mogen ze niet doorschuiven. Lekker dan, heb je weer een les die je wel betaalt, maar waarin niets geleerd wordt. Die nieuwe moet natuurlijk eerst weer eens kijken wat de kinderen kunnen en doorsturen gebeurt al helemaal niet.’
‘Ze weten niet eens hoe lang mijn kind al in dat badje zit. Ze doen maar wat en voor een goed gesprek hebben ze geen tijd. Ze laten je wel voelen dat ze je lastig vinden. Je moet gewoon volhouden hoor, want dan gaan ze beter op je kind letten. Omdat ze dan tenminste van het gezeur van één ouder af zijn.’
‘Ik werd gebeld dat mijn zoontje een beetje langzamer ging dan de rest van de groep en dat ze wat extra lessen aan hem wilde geven. Of ik dat goed vond. Ik hoefde er niets voor te betalen. Dat vind ik nou zo attent: dat ze mij bellen, voor ik ga klagen. Dat geld maakt me niet eens zo veel uit, want alles kost geld. Maar ik voel mij en mijn zoontje zo wel heel serieus genomen.’
‘Ze hebben die groepen alleen zo groot om veel geld te verdienen. Het maakt hen niks uit als er een lange wachtlijst is. Vinden ze wel prettig, is een soort spaarpotje voor ze.’
‘Mijn dochter gaat heel graag naar zwemles en daar ben ik heel blij mee. Twee keer in de week gepiep als ze naar zwemles gaat, dat lijkt me een ramp. En ik vind dat ze best snel vooruit gaat.’
‘Ach, niks ‘meer individuele aandacht’. Ze moeten die kinderen eens een keertje aanpakken, dan gebeurt er tenminste wat. Dat bijhouden van de administratie gebeurt heel precies, maar dan zwemmen de kinderen helemaal weinig.’
‘Ik vind het zo knap van de zwemjuffen en meesters dat ze al die kinderen bij naam kennen en ook nog eens weten hoe een kind is. Je moet het allemaal maar zien te onthouden met elke drie kwartier een nieuwe groep kinderen.’

Lees het hele artikel in ZwembadBranche nr.29