Op zoek naar die ene leverancier?

‘School en Omgeving’: als zwembranche werken aan een fysiek en mentaal gezonde generatie

Vandaag staat het programma ‘School en Omgeving’ op de begrotingsbehandeling van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) in de Tweede Kamer. Dit programma gaat om het bevorderen van kansengelijkheid, in samenwerking met maatschappelijke sectoren. Al eerder kwam de NLsportraad met een gecombineerd stelsel van sport, onderwijs en opvang om jongeren in beweging te krijgen. Ook NOC*NSF benadrukte gisteren de grote kansen die aanwezige sportinfrastructuur kunnen bieden, zowel wat betreft de voorzieningen als de menskracht. Zonder meer kan de zwembranche hierin een belangrijke rol spelen, wij hebben de accommodaties en -nog belangrijker- heel veel kennis en passie voor het vak onder professionals.

Schoolzwemmen

Al eerder pleitte de NLSportraad voor voldoende beweging door kinderen en jongeren en kwam met een concreet plan waarin prominente rol was weggelegd voor schoolzwemmen. Zo wil men een derde uur bewegingsonderwijs invoeren en deze in de groepen 3 en 4 invullen met bewegen in het water. Het opnieuw verplicht maken van schoolzwemmen vindt men van belang voor meer beweging voor kinderen onder schooltijd en een betere zwemvaardigheid van kinderen (van ouders die niet zelf zwemles kunnen/willen betalen). Als bijkomend voordeel noemt men ook een betere bezetting van de zwembaden tijdens daluren. Als aandachtspunt ziet men tijdsinefficiëncy doordat het reistijd met zich meebrengt, daar tegenover stelt men dat meer sport en bewegen een bewezen positief effect heeft op de cognitieve vaardigheden van kinderen. Het biedt de kinderen en jongeren volgens de NLsportraad de kans om zich breed te oriënteren en sportaanbieders de kans om nieuwe leden of klanten te werven.

Lees ook: Leren van Denemarken: naar een nieuwe blauwdruk voor sport & bewegen

Rijke Schooldag

In de politiek lijkt nu ook meer erkenning hiervoor te komen. In het coalitieakkoord  ‘Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst’ van Rutte IV wordt de Rijke Schooldag genoemd als onderdeel van een brede aanpak van bestrijding van armoede in kwetsbare wijken. Waarbij men wil dat gemeenten investeren zodat scholen middels begeleiding bij huiswerk, sport en cultuur én in samenwerking met plaatselijke verenigingen en bibliotheken de kansenongelijkheid kunnen verkleinen. Het kabinet vindt ook dat de school de samenleving moet opzoeken omdat dit de kansen van jongeren in de maatschappij verbetert, ongeacht hun thuissituatie of omstandigheden. Daarnaast weten we inmiddels dat kinderen binnen de sport leren omgaan met verlies, het respecteren van de grenzen van de ander, functioneren in een team en ook betere cognitieve vaardigheden ontwikkelen. Sport heeft tevens een bewezen positief effect op het zelfvertrouwen en de impact van het opbouwen van sport-routine op jonge leeftijd is enorm groot. Uit de sportdeelname-onderzoeken van NOC*NSF blijkt dat jongeren die tussen de 13 en 18 wekelijks sporten, ook blíjven sporten in hun verdere leven.

Lees ook: ‘Opvoeding van de jeugd bepaalt de toekomstige mentale kracht van onze samenleving’

Wie gaat dit betalen?

Grote vraag is dan natuurlijk: hoe gaan we dit realiseren? Geen woorden, maar daden. NOC*NSF benadrukt het enorm potentieel dat sportaccommodaties hebben. Veel sportaccommodaties worden onder en vlak na schooltijd minimaal benut en zonder hoge kosten zijn deze lokale accommodaties, aanvullend aan het onderwijsprogramma, vaker en voor veel meer jeugd beschikbaar te maken. Waardoor ook het maatschappelijk rendement sterk toeneemt. Daarnaast benoemt men de instructeurs, begeleiders en trainers in de beweegsector die van grote toegevoegde waarde zijn. Maar wie gaat dat dan betalen? Los van het feit dat de vraag wat levert het op belangrijker is, is deze nu ook heel interessant. De NLsportraad heeft eerder al berekend dat de opbrengsten van sport en bewegen 2,5 keer hoger zullen zijn dan de kosten.

Fysiek én mentale gezonde generatie

Ik heb hier natuurlijk niks meer aan toe te voegen. In een tijd waarin de energiecrisis enorm drukt op de zwembranche en het kabinet kijkt naar de gemeenten, zou dit wel eens een hele waardevolle impuls kunnen zijn voor alle betrokken partijen. De overheid krijgt nog meer waar voor zijn geld, de zwembaden en zwemscholen kunnen doen waar zij zo goed in zijn -de jeugd met plezier laten bewegen in het water- en als maatschappij wordt gewerkt aan een fysiek én mentale gezonde generatie. Wat wil je nog meer?




Hellebrekers