Op zoek naar die ene leverancier?

Ontwikkeling van het brein: een kind moet je niet opjutten

We komen steeds meer te weten over de werking van ons brein. En dus ook over de ontwikkeling ervan. Zo merken hersenexperts dat het onderwijs niet altijd goed aansluit bij de hersenontwikkeling van kinderen. Soms is het brein er nog helemaal niet klaar voor. Wordt het tijd dat het onderwijs eens vanuit een ander perspectief wordt bekeken? In een artikel van Psychologie Magazine las ik nieuwe inzichten over het leervermogen van kinderen die zeker ook interessant zijn voor het leren zwemmen.

Hersenontwikkeling

Neurowetenschappers hebben de laatste jaren veel onderzoek gedaan naar onze hersenontwikkeling en ontdekten dat het brein gedurende ons leven in verschillende stadia rijpt. Sommige structuren zijn bij de geboorte al redelijk af, terwijl andere gebieden rond het vijfde, achtste, vijftiende of zelfs pas na het twintigste levensjaar volledig tot ontwikkeling komen. Zo groeit eerst het aantal verbindingen in je hersenen waardoor je je in allerlei richtingen kunt ontwikkelen, vervolgens worden de weinig gebruikte verbindingen opgeruimd en daarna worden de overgebleven verbindingen als het ware geoptimaliseerd. Dit gehele proces duurt zo’n 30 jaar. Alles op z’n tijd dus. Maar wat gebeurt er als een brein iets moet leren waar het nog niet aan toe is? En zijn er verschillen in het jongens en meisjes brein die van invloed zijn op het leerproces? In het artikel van Psychologie Magazine geven hersenonderzoekers Jelle Jolles (hoogleraar neuropsychologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam) en Eveline Crone (Hoogleraar ontwikkelingsneurowetenschap in de maatschappij aan de Erasmus Universiteit Rotterdam) een aantal aanbevelingen. Hieronder beschrijven wij de aanbevelingen die betrekking hebben op het leren zwemmen.

1. Geef laatbloeiers even de tijd

Hersenen ontwikkelen zich in hun eigen tempo, maar hier wordt meestal niet naar gekeken in het onderwijs. Met alle gevolgen van dien, je moet namelijk voorkomen dat je het brein opjut door dingen te leren waar het brein nog aan toe is. Wat vervolgens juist averechts kan uitpakken. Het blijkt dat als kinderen iets leren wat nog niet kan omdat het brein daarvoor nog niet volgroeid is, het faalangst kan creëren met vergaande gevolgen. Kinderen kunnen hierdoor het idee hebben dat zie iets niet kunnen en waarschijnlijk ook nooit zullen kunnen, wat tot op late leeftijd kan doorwerken. Je moet daarom geduld hebben met laatbloeiers en ze vooral de tijd geven. Zeker niet iets pushen wat je eigenlijk nog helemaal niet kunt vragen van kinderen.

Lees ook: ‘Laat jij de jongens op zwemles genoeg jongen zijn?’

2. Houd rekening met drukke jongens

Het jongens- en het meisjesbrein zijn in aanleg bijna identiek, maar er zijn wel verschillen. Bij jongens zijn de programma’s die zorgen voor actie en bewegen iets actiever. Omdat het jongenslichaam meer spieren en een zwaarder skelet ontwikkelt, is beweging voor hen belangrijk. In de praktijk betekent dit dat jongens vaak meer klimmen, springen en rennen. Maar ook dat jongens vaker als druk worden gezien en meisjes daardoor als rustig. Hersenonderzoekers noemen dit echter functioneel druk, het is voor jongens belangrijk voor hun ontwikkeling. De hersenen van meisjes zijn meestal minder gericht op exploreren en niet zo sterk gericht op motoriek. Meisjes hebben eerder interesse in communicatie, waardoor zij ook iets eerder dan jongens bezig zijn met sociale interactie. Betekent dit dat je jongens en meisjes verschillend moet benaderen? Ongeacht gender moet je kinderen van jongs af aan stimuleren om zowel exploratief en ondernemend te zijn, als ook hun sociale vaardigheden te ontwikkelen. Betekent wel dat jongens dus wat ‘drukker’ kunnen zijn, maar zie dit vooral niet als een belemmering van het leerproces.

3. Laat kinderen nog niet kiezen

De frontaalkwab, het gebied dat verantwoordelijk is voor onder meer logisch redeneren, beslissingen nemen en impulsen weerstaan, rijpt geleidelijk. Bij sommigen is dit pas uitgerijpt na hun twintigste en kan het emotionele brein dus ook pas dan op een meer beheerste manier informatie verwerken. Wat betekent dat het tot die tijd lastig is om de gevolgen van bepaalde keuzes te overzien. Kinderen kunnen dus eigenlijk nog niet verantwoorde keuzes maken en de mogelijke consequenties ervan goed inschatten. Ook als het gaat om zwemveiligheid en de risico’s van het water. Ouders maken daarom keuzes voor hun kinderen en beschermen hen voor gevaar. Maar toch zijn er ook ouders die de beslissing om bijvoorbeeld te stoppen met zwemles neerleggen bij het kind. Omdat het kind er geen zin meer in heeft, besluiten ouders eerder te stoppen of houden zij het zwemmen onvoldoende bij. Of overtuigt men het kind dat het belangrijk is voor zijn of haar veiligheid. Maar het kind ziet niet het belang van leren en blijven zwemmen voor hun eigen (zwem)veiligheid. Voor een kind moet het vooral leuk zijn, voor hem of haar uiteindelijk de belangrijkste reden om door te gaan.

Met dank aan Psychologie Magazine ‘Waarom onderwijs slecht aansluit bij het kinderbrein’




Sera Dataduiker