Minder bewegen door de coronacrisis: wat is de schade?

Door het sluiten van de binnensport konden mensen niet meer in groepsverband trainen en competities werden afgebroken. Daarmee verloor men een doel en infrastructuur, met als resultaat dat 3,8 miljoen Nederlanders boven de 25 jaar minder zijn gaan bewegen. Sinds vorige week is er een openingsplan, versoepelingen voor bewegen staan genoteerd als stap 2. De afgelopen tijd hebben veel organisaties gepleit om de sportsector verder te openen, de sportinfrastructuur is een belangrijke stimulans om te bewegen. Maar wat zijn nu precies de effecten op het beweeggedrag van mensen? De Hogeschool Arnhem en Nijmegen (HAN) heeft in opdracht van Kenniscentrum Sport & Bewegen de gezondheidsgevolgen onderzocht.

Minder beweegminuten

De groep mensen die minder is gaan bewegen in 2020 heeft 226 miljoen beweegminuten per week verloren, blijkt uit het onderzoek van de HAN. Ook is een groep juist meer gaan bewegen in coronatijd. Zij komen op 77 miljoen extra beweegminuten per week. In totaal waren er 149 miljoen minder beweegminuten per week. De HAN bekeek bij het onderzoek in hoeverre Nederlanders meer of minder zijn gaan bewegen. Een volwassene moet om aan de beweegrichtlijnen te voldoen per week minimaal 150 minuten matig intensief bewegen en minimaal twee keer per week spier- en botversterkende activiteiten uitvoeren. Hierbij geldt dat meer bewegen altijd beter is voor de gezondheid. De coronacrisis heeft in 2020 maar liefst 46.000 gezonde levensjaren gekost (qaly’s). Dat is berekend door de daling in beweegminuten te koppelen aan verloren jaren in goede gezondheid. Het verlies aan maatschappelijke waarde is 2,3 miljard euro. Dat is natuurlijk niet direct op de rekening van de overheid te zien, het bedrag drukt de maatschappelijke waarde van gezondheid uit. Voor de lange termijn is niet te voorspellen in welke mate het sport- en beweeggedrag terugkeert naar het oude niveau.

Verlies van QALYs in 2020 door veranderd beweeggedrag

Wie bewegen minder of meer?

Het onderzoek laat veel verschillen zien tussen groepen met andere persoonskenmerken. Het meest opvallende – en schokkende – resultaat is het verschil in beweegdeelname tussen laag- en hoogopgeleiden. Mensen met een laag opleidingsniveau bewogen gemiddeld al minder, maar dat is in de coronacrisis verergert. Ook blijkt dat zij minder snel op hun ‘oude’ beweegniveau terugkwamen na de versoepelingen in de zomer. De hoger opgeleiden hadden over het algemeen een minder grote kans op een lagere beweegdeelname in de coronacrisis. Een mogelijke verklaring voor het verschil is dat de lager opgeleiden vaak minder te besteden hebben en uitgaven aan sport of bewegen een drempel zijn. Het Jeugdfonds Sport & Cultuur en het Volwassenenfonds Sport & Cultuur bieden uitkomst en kunnen de kosten voor sport en bewegen betalen. Ook hebben gemeenten verschillende regelingen. Een groep mensen heeft mogelijk ook minder kennis over de voordelen van sporten en bewegen en is zich minder bewust van de gevolgen van onvoldoende sporten en bewegen voor de gezondheid. Ook spelen stress en gebrek aan tijd een grote rol bij lager opgeleiden.

Weer op niveau

Om weer op niveau te komen, of nog beter de gezonde leefstijl te verbeteren, is het cruciaal om sport en bewegen voor zoveel mogelijk mensen toegankelijk te maken. Het vraagt ook om een gezonde en sociale leefomgeving, een juiste omgeving nodigt uit tot een gezonde leefstijl. Naast de voorzieningen is het (activiteiten)aanbod en het beleid van groot belang. Met vitaliteit als structureel onderdeel van het (herstel)beleid en meer inzetten op preventie is de bevolking gezonder en vitaler te maken. Het is belangrijk dat verschillende domeinen en professionals met elkaar samenwerken. Ook zijn de kinderopvang en het onderwijs belangrijk bij het bieden van gelijke kansen in het beweegaanbod voor kinderen. Vooral laagdrempelige en betaalbare activiteiten en een wijkgerichte aanpak kunnen helpen bij het (weer) actief krijgen van deze groep. Er is dus zeker hoop, maar er moet wel wat gebeuren. Zonder twijfel kunnen zwembaden ook helpen om het beweeggedrag weer op het oude niveau te krijgen.

Het onderzoek is van belang omdat het volgens het Sports & Economics Research Centre (SERC) van de Hogeschool Arnhem en Nijmegen (HAN) onzichtbare effecten van de coronacrisis op het beweeggedrag zichtbaar maakt. Er waren duidelijke signalen dat er minder werd bewogen, maar door die concreet te maken en om te zetten naar verloren levensjaren wordt de situatie inzichtelijk gemaakt. Hierdoor wordt het duidelijk wat de consequenties zijn van minder sporten en bewegen in de samenleving.

Kijk voor meer informatie op Alles over Sport





Splash Software