Gun het kind die stap-voor-stap leerweg

‘Belachelijk…!’ klonk duidelijk door in zijn woorden. Zijn gezicht sprak daarbij boekdelen. De uitspraak volgde op het volgende. Ik gaf een studiedag ter verbetering van het rendement bij de zwemlessen en schetste het volgende scenario. Stel: je hebt 6 kinderen die heel goed in de borstcrawl zijn en niet zo goed in de rugcrawl en 6 kinderen die heel goed in de rugcrawl zijn en niet zo goed in de borstcrawl. (Moet ik er tegelijkertijd wel bij zeggen dat het een weinig realistisch scenario is). Mijn vraag was vervolgens of hij zichzelf aan de eerste groep zag lesgeven in de rugcrawl en aan de tweede groep in de borstcrawl. Eerlijk gezegd verwachtte ik een volmondig ‘Ja’. Maar helaas vroeg één van de deelnemers zich af of ik dus van plan was les te gaan geven in iets waar een kind niet goed in is!

Laat ik duidelijk zijn. Ja, dat wil ik. En ik hoop alle zwemonderwijzers met mij. Op iedere niveau op weg naar A -maar ook voor het A, B en C diploma- moet een kind aan bepaalde eisen voldoen. De eisen op weg naar het A diploma mag jezelf verzinnen en de eisen voor het A, B en C diploma staan vast. Dus moet je steeds alle onderdelen naar een goed niveau brengen. Dat betekent dat er niet veel moet worden lesgegeven in een onderdeel waar een kind al goed in is. Dat moet alleen maar worden onderhouden. En om iets te onderhouden heb je minder vlieguren nodig dan om iets te leren. Natuurlijk is het makkelijker om les te geven in een onderdeel waar een kind goed in is. Maar als een kind zijn zwakke onderdelen verbetert, kan het naar een hoger niveau en mag het misschien daardoor afzwemmen.

Op diezelfde studiedag was er nog een zwemonderwijzer die met luid volume en op barse toon meldde dat hij elke les hetzelfde doet en zo alles aan bod laat komen. Alles in 10 minuten, zo wordt er niets vergeten. Pfff, wat nou lesgeven op het individuele niveau!? Deze zwemonderwijzer bepaalde wel even als enige wat goed is voor een kind en waar een kind sneller van leert zwemmen. Natuurlijk kan dat als het de visie is van het zwembad, de zwemschool of zwemvereniging. Alleen zou ik willen dat er zo geen les meer wordt gegeven. Ongeacht of er markt voor is. Zo doen we onze kinderen veel te kort. Nog één dan waar ik werkelijk de schrik van in mijn benen krijg, elke keer weer als ik het als ik het hoor. ‘Ik begin mijn les altijd met 4 banen rug en 4 banen buik. Daarna kijken wel of het nog leuk gaat worden.’ Ai…., wat een onzin. Als het leuk is, gaat het kind sneller leren zwemmen. Dan zijn er alleen winnaars, anders is vooral het kind mét zijn zwemonderwijzer de verliezer.

Tot slot nog een kleinigheidje: geef geen eindtermgericht zwemles. Natuurlijk wordt er een technisch voldoende borstcrawl voor het A diploma gevraagd. Maar ga vooral niet vanaf het eerste niveau lesgeven in de eindterm ‘5 meter borstcrawl met afzet van de kant’. Geef les in het leren zwemmen van de borstcrawl, steeds met haalbare opdrachten die over een korte afstand geoefend kunnen worden. Stel wat het kind op dat moment moet leren centraal en breng het kind naar de eindterm. Dat is een stuk aangenamer voor alle betrokkenen. Het kind komt tenslotte om te leren en daar mag jij bij helpen. Gun het kind die stap-voor-stap leerweg.

Leône Hamaker
Reacties: [email protected] of via twitter @leonehamaker

 
 ZwembadBranche Congres