Vandaag staan ze allemaal op het bordes. Waar gisteren nog het kabinet stond, staan nu de helden van de afgelopen twee weken. Twee weken lang leefde ik mee, keek ik uit naar elke start, elke finale, elke ontlading. Ook deze Olympische Spelen waren weer fenomenaal. De emoties, de vechtlust, de spanning die soms ondraaglijk leek. Het is altijd een rollercoaster: favorieten die hun status waarmaken, kanshebbers die er nét naast grijpen, outsiders die precies op het juiste moment pieken. En juist al die verhalen samen maken het zo bijzonder.

Ik heb dan ook geen race op het ijs gemist. Voor de buis of op mijn telefoon. Zelfs even snel tussendoor, terwijl ik mijn jongste uitzwaaide voor zijn wintersportreis. Gelukkig was het goud nét binnen vóór de afscheidsknuffel. Want eigenlijk wil ik geen moment missen. Geen medaille, geen teleurstelling. Geen valpartij, geen wisselfout, geen tiende verschil. En het hoeft niet eens per se oranje te zijn. Die intensiteit, die sportersmentaliteit is onbeschrijfelijk. Alles geven, alles laten samenkomen in dat ene moment. En terwijl ik zelf helemaal niet zo’n sporter ben, beleef ik het bijna lijfelijk. Ik betrap mezelf erop dat ik heen en weer beweeg voor de televisie alsof ik zelf op het ijs sta. In de bochten dein ik mee. In de laatste rondes span ik mijn schouders aan en houd ik mijn adem in. Ik spoor ze aan, hoewel dat natuurlijk niets helpt.
Maar gelukkig sta ik daarin niet alleen. Het is een bekend psychologisch fenomeen. Ons brein beschikt over zogenoemde spiegelneuronen: cellen die actief worden wanneer je zelf iets doet, maar óók wanneer je iemand anders datzelfde ziet doen. Daardoor kijk je niet alleen naar sport, je beleeft het ook een beetje mee. Je lichaam haakt aan. De spanning die zij voelen, bouw jij ook op. En als de ontlading komt — die schreeuw, die traan, die lach — dan ontlaadt er bij jou ook iets.
Lees ook: Wat maakt ons sterk? Teamwerk!
De minister-president Jetten, die als eerste officiële klus de sporters mocht toespreken — over timing gesproken, zoals hij zelf ook zei — vatte het mooi samen en roemde hun lef, discipline en doorzettingsvermogen. Terecht, maar graag voeg ik hieraan plezier toe. Het begint bij plezier. Shorttrack was daar de ultieme verwezenlijking van. Het plezier spatte ervan af. Bij het winnen van een medaille explodeerde werkelijk het hele team: van coach en materiaalman tot teamgenoot. En als ze ernaast grepen, hielden ze elkaar vast. Saamhorigheid in winst én verlies. Iedereen voor elkaar en met elkaar. En juist daardoor bereik je grote hoogtes. Hetzelfde geldt voor de werkvloer. Het is geen ‘leuk extraatje’, maar de basis: elkaar zien, elkaar helpen, samen scherp blijven en samen werken. Teams die plezier hebben, presteren beter.
En dan vandaag dat welbekende bordes. Vandaag geen pakken, maar plakken. Niet overwegend grijs, maar een overduidelijke oranje touch. En wat nog meer opvalt: van de negentien medailles zijn er tien voor de vrouwen en negen voor de mannen. Wat een verdeling. Daar valt menig ander bordesplaatje van nieuwe kabinetten bij in het niet. Helden van een heel ander kaliber, puur en oprecht. Maar er zijn natuurlijk meer overwinnaars dan alleen degenen met een medaille om hun nek. Iedereen heeft gestreden. Iedereen heeft jaren geïnvesteerd, grenzen verlegd, risico genomen. Alleen al het daar staan, op dat ijs, op dat moment: dát is winst. En misschien is dat wel de echte overwinning.
Als moeder die na een dikke nederlaag nog steeds vraagt: ‘Heb je lekker gespeeld?’, denk ik vandaag ook even aan al die sporters die zo hard hebben gewerkt, maar het podium niet haalden en dus ook niet het bordes. Als ik het voor het zeggen had, nodigde ik ze allemaal uit.
Maar goed… wie ben ik.

