‘Afname van motoriek en toename van gewicht vertragen het leerproces van zwemmen‘

De motorische ontwikkeling van peuters gaat achteruit. In een Vlaams onderzoek naar bewegingsvaardigheden scoort een kwart van de 1- tot 3-jarigen tegenwoordig slechter dan de peuters van 20 jaar geleden. Een zorgwekkende ontwikkeling, een goede motoriek is natuurlijk van groot belang voor de ontwikkeling van een kind. En het is natuurlijk ook belangrijk om te leren zwemmen. Wat betekent dit voor de zwemveiligheid van onze kinderen? Wij vroegen het Pim Koolwijk, specialist en promovendus op motoriek bij het jonge kind aan de Haagse Hogeschool.

Prikkelen en uitdagen

Pim Koolwijk herkent de uitkomsten van onderzoeker Eline Coppens, verbonden aan de Vrije Universiteit Brussel. “Deze resultaten passen in de trend die we al langer zien. Andere onderzoeken tonen ook aan dat de motoriek achteruitgaat. Het gaat dan om fundamentele vaardigheden als vangen of grijpen, lopen en rennen en balanceren. Deze vaardigheden ontwikkelt een kind en zijn van groot belang om daarna goed te kunnen sporten en dus ook om te leren zwemmen.” De reden dat het afneemt is vooral omdat kinderen meer gamen en zitten, wat ten koste gaat van de tijd dat ze bewegen en buitenspelen. “Dat is zeker zorgelijk, want de motoriek gaat niet vanzelf. Deze moet worden ontwikkeld door te bewegen, vooral gevarieerd. Kinderen moeten hiervoor geprikkeld en uitgedaagd worden.”

Lees ook: Zo stimuleer je de motorische ontwikkeling voordat kinderen leren zwemmen

Vertraagd leerproces

De gevolgen hiervan zien we inderdaad terug in de ontwikkeling van het kind en kunnen volgens Pim ook te merken zijn bij het leren zwemmen. “Wij hebben hier geen onderzoek naar gedaan, maar gezien de ontwikkeling van de algehele motoriek, zou het zeker kunnen dat kinderen er de afgelopen 10 jaar langer over doen om het leren zwemmen onder de knie te krijgen.” Waarbij volgens Pim de toename van overgewicht bij kinderen doordat zij minder bewegen ook van invloed is. “Afname van motoriek en toename van gewicht vertragen het leerproces van zwemmen.” Hoewel Pim benadrukt dat er geen bewijs voor is dat het de zwemvaardigheid op langer termijn beïnvloed. “Als een kind eenmaal kan zwemmen, is het niet aannemelijk dat deze basisvaardigheid afneemt door een slechtere motorisch ontwikkeling. Uiteraard mits het kind deze vaardigheid wel met regelmaat bijhoudt. Dit kan overigens wel gebeuren door overgewicht, zeker ook een zorgelijke ontwikkeling als gevolg van te weinig beweging. ” Daarnaast spelen andere factoren zoals het plezier in bewegen en het eigen motorische zelfbeeld, van kinderen een rol. “We weten dat wanneer kinderen zich minder vaardig voelen, dit de motivatie negatief beïnvloedt. Met alle gevolgen van dien, een kind dat bewegen niet leuk vindt zal immers ook minder bewegen.” Om deze vicieuze cirkel te doorbreken moeten er meer beweegsituaties voor kinderen worden gecreëerd. Te beginnen bij het aanstellen van een vakleerkracht lichamelijke opvoeding voor het bewegingsonderwijs van kleuters. Maar ook zwembaden zijn van belang volgens Pim om het tij te keren. “Het zwemmen met peuters levert een belangrijke bijdrage aan de motorische ontwikkeling van kinderen. Onder professionele begeleiding kunnen zij zo verschillende vaardigheden trainen. De eerste jaren zijn kinderen net sponsen die alles opnemen, het is dan natuurlijk de kunst om dat zo goed mogelijk te benutten.” Waarbij Pim wederom benadrukt dat variatie key is, maar ook de rol van ouders is van belang. “Kinderen moeten voor hun motoriek vooral veel ravotten, ouders vinden dat soms best lastig. Als ouders overal gevaar zien, krijgt een kind niet echt de kans om op ontdekkingstocht te gaan en zich fysiek te ontwikkelen. Natuurlijk moet je een kind in de buurt van water heel goed in de gaten houden en staat veiligheid boven alles, maar het is ook vaak een kwestie van durven loslaten.”

Spelenderwijs

Klimmen en klauteren in plaats van zitten en gamen. Het lijkt heel simpel en logisch maar gebeurt nu te weinig, dat terwijl het echt noodzakelijk is om het tij te keren. En de gevolgen zijn groot, een achterstand in ontwikkeling in de eerste levensjaren haal je niet zomaar in. Met als gevolg dat niet alleen het leren zwemmen lastiger wordt, maar ook het plezier kan afnemen en het traject daardoor nog langer kan duren. Niet goed voor de zwemveiligheid en zeker ook niet voor de populariteit van zwemmen. Gelukkig hebben we zelf ook de sleutel in handen, met zwemmen kun je namelijk niet vroeg genoeg beginnen. In het water kunnen kinderen naar hartenlust spelen, ontdekken en ondertussen het lichaam, met een mooi systeem van spieren die door het zenuwstelsel worden aangestuurd, optimaal leren gebruiken. Daar heb je uiteindelijk je leven lang plezier van.





Sera Dataduiker