Als jurist wilde Michiel van Nispen vechten tegen onrecht, maar al snel ontdekte hij dat hij via de rechtszaal niet het verschil kon maken dat hij voor ogen had. Dat besef dreef hem de politiek in. Het opkomen voor mensen die het minder breed hebben, bracht hem bij de SP. Maar na elf jaar als Kamerlid besloot hij te stoppen en zich bij de verkiezingen niet opnieuw verkiesbaar te stellen. Een goed moment om stil te staan bij wat hij de afgelopen jaren heeft betekend voor de zwembranche. Als Kamerlid heeft hij zich altijd nadrukkelijk ingezet voor zwemveiligheid en gelijke kansen. “Iedereen moet kunnen meedoen, ongeacht inkomen. Een kind dat niet kan zwemmen loopt niet alleen risico bij water, maar ook op een sociaal isolement en dat moeten we voorkomen.”

Michiel groeide op in Breda, studeerde Nederlands recht en later Internationaal en Europees publiekrecht. Maar als jurist kon hij zijn idealen onvoldoende kwijt en hij sloot zich in 2003 aan bij de SP. Vanaf 2007 als beleidsmedewerker justitie en in 2014 als lid van de Tweede Kamer. Daar zette hij zich niet alleen in voor justitie, maar eveneens voor sport en bewegen. “Ook daarbij gaat het over rechtvaardigheid. Iedereen moet kunnen meedoen, ongeacht inkomen.” De waarde van sport heeft Michiel aan den lijve ondervonden. “Als sportfanaat weet ik dat het niet alleen gezond is, het verbindt ook. Niemand mag daarom worden buitengesloten, een fysiek en mentaal gezonde samenleving begint met gelijke kansen.” Ook zwemveiligheid ziet Michiel als een basisrecht. “Ieder kind heeft recht op zwemles. Punt. Het is beschamend dat kinderen uit gezinnen met een laag inkomen twaalf keer zo vaak geen zwemdiploma hebben als kinderen uit rijkere gezinnen. Dat moet echt veranderen.”
Wil je fors besparen op energiekosten en tegelijkertijd de sfeer en veiligheid in je bad naar een hoger niveau tillen? 👉 Ontdek de leveranciers van professionele LED-verlichtingssystemen.
Moties
Om dit te realiseren diende Michiel in de loop der jaren samen met Kamerleden Mohammed Mohandis (GroenLinks-PvdA), Lisa Westerveld (GroenLinks-PvdA), Inge van Dijk (CDA) en het inmiddels voormalig Kamerlid Rudmer Heerema (VVD) verschillende moties in. Die leidden echter niet altijd tot concreet beleid. “Helaas leert de praktijk dat aangenomen moties niet altijd worden uitgevoerd, en dat is frustrerend. Maar gelukkig is er ook vooruitgang geboekt: er is geld vrijgemaakt voor onderzoek en er zijn waardevolle initiatieven gestart om de zwemveiligheid beter te borgen. Daarbij staat het onderwerp met regelmaat op de politieke agenda, wat zeker ook belangrijk is.”
Lees ook: Ieder kind zwemveilig: Tweede Kamer zet druk op volgend kabinet
Voor zijn werk laat Michiel zich graag goed informeren. Hij vindt het belangrijk om voortdurend in gesprek te blijven met iedereen die in de zwembranche werkt. “Ik heb veel contact met de sector. Dat is een essentieel onderdeel van mijn werk als politicus: weten wat er speelt en waar behoefte aan is. Daarbij moeten we het ook echt samen doen met de branche, wij kunnen dit als politici niet alleen.” In de gesprekken die hij voert, hoort hij steeds dezelfde zorgen terug: de zwemveiligheid van kinderen, de betaalbaarheid van lessen, het risico dat kinderen buiten de boot vallen en het tekort aan personeel. “Het is overduidelijk dat daar structureel iets aan moet worden gedaan. Ik ben dan ook blij met de drie aangenomen moties van afgelopen september, die allemaal betrekking hebben op deze thema’s. De politiek kan hier niet omheen.” Maar maakt Michiel zich geen zorgen nu, na het aannemen van de moties, de samenstelling van de Tweede Kamer door de verkiezingen is veranderd en het kabinet nog steeds demissionair is? “Ik heb goede hoop dat de nieuwe Tweede Kamer en het volgende kabinet — met steun van de Kamerleden die zich hier de afgelopen jaren samen met mij voor hebben ingezet — hiermee aan de slag gaan.”
Schoolzwemmen
Naast het indienen van moties spreekt Michiel de bewindspersonen regelmatig aan op hun verantwoordelijkheid. “Vaak wordt verwezen naar regelingen en initiatieven, maar zolang niet elk kind zwemvaardig is, is dat simpelweg niet genoeg.” De overheid ziet zwemveiligheid nog te vaak als taak van ouders, vindt hij, maar dat is volgens hem te gemakkelijk. “Niet iedereen kan de kosten dragen of weet waar hulp te vinden is. Gemeentelijke vangnetten bereiken lang niet iedereen, schaamte en onbekendheid spelen ook een rol. Daarom moet de overheid een actievere rol spelen. De beste manier om dat te doen, is het herinvoeren van schoolzwemmen.
Lees verder in ZwembadBranche #101

