De Nederlandse sporteconomie leunt zwaar op de portemonnee van huishoudens. In de monitor Consumentenuitgaven aan sport 2025 schetst het Mulier Instituut hoe Nederlanders in 2024–2025 sport betalen, waar ze op bezuinigen en welke drempels sportdeelname beperken. Voor zwembaden en zwemlesaanbieders zit daar een duidelijke boodschap in: sport blijft relatief ‘beschermd’ in het huishoudbudget, maar betaalbaarheid staat bij veel mensen onder druk. Maar hoe kijken consumenten nu naar sportkosten, wat prioriteren ze en wat zijn de afwegingen.

Meer prijsbewustzijn
Een bemoedigend signaal: van de huishoudens met minstens één sporter gaf 84% in 2025 geld uit aan actieve sportbeoefening. Dat aandeel ligt hoger dan bij de vorige meting (2023: 73%). Vooral sportkleding en -schoenen (57%) en lidmaatschappen van sportverenigingen (36%) worden vaak genoemd. Met andere woorden: mensen blijven investeren in sport, en het ‘lidmaatschap’ blijft een belangrijke bestedingscategorie. Tegelijk is er duidelijk prijsbewustzijn. In 2025 gaf 27% van de huishoudens aan minder te hebben uitgegeven aan sport en aanverwante zaken dan in de twaalf maanden ervoor. Daarentegen gaf 12% juist meer uit, terwijl bij 55% de sportuitgaven gelijk bleven. Dat sport ‘niet bovenaan het bezuinigingslijstje’ staat, is positief, maar het is geen vrijbrief: zodra het budget krapper wordt, schuiven sportuitgaven mee. Interessant voor de zwembranche is wáár huishoudens dan terugschakelen. Binnen actieve sportbeoefening worden relatief vaak de ‘extra’s’ geraakt: sportvakanties en -kampen, extra begeleiding en (bij volwassenen) het eigen lidmaatschap. Tegelijk worden uitgaven rondom kinderen minder snel afgebouwd. Dat wijst op een patroon: ouders proberen sportdeelname van kinderen zoveel mogelijk overeind te houden, terwijl ze eerder snijden in aanvullende of luxe onderdelen. Maar aanvullende producten zoals extra trainingsuren, luxe arrangementen, recreatieve extra’s moeten in tijden van prijsdruk des te scherper worden aangeboden en uitgelegd.
Ben jij op zoek naar een leverancier die kan helpen bij het verduurzamen van jouw zwembad of zwemschool? 👉 Klik hier.
Lees ook: Geld belangrijke reden voor opzeggen abonnement of lidmaatschap
Toegankelijk in tijd én haalbaar in prijs
De monitor is glashelder over de gevoeligheid voor kosten. 55% van de Nederlanders (12+) vindt sport in het algemeen te duur. En bijna de helft (45%) zegt vaker te gaan sporten als het gratis was, bij lagere inkomens loopt dat op tot 57%. Bovendien houdt 20% na het betalen van vaste lasten te weinig geld over voor sport. Dat zijn geen randgroepen, het gaat om een substantieel deel van de potentiële (en huidige) doelgroep. Ook opvallend: als het huishoudinkomen zou dalen, zegt een aanzienlijke groep dat zij dan juist relatief méér op sportuitgaven zouden besparen dan op andere uitgaven. Dat geldt sterker bij lagere inkomens. Dit betekent dat prijsstijgingen, hoe begrijpelijk ook, direct kunnen doorwerken in bezoekgedrag. Niet alleen omdat men aangeeft het niet te kunnen betalen, maar ook omdat men het het geld niet waard vindt. Naast geld is tijd een klassieke barrière. In de monitor zegt 26% dat zij vaker zouden sporten met meer vrije tijd. Tegelijk doet 38% liever andere dingen in de vrije tijd dan sport, en voor 32% zou het een ‘bittere pil’ zijn als sport moet wijken voor andere activiteiten. De reflectie in het rapport: kosten lijken voor een groter deel van de bevolking beperkend dan tijdsgebrek. Voor zwembaden is dat een belangrijk nuanceverschil. Ruimere openingstijden en flexibel roosteren helpen, maar ze lossen niet automatisch het grootste knelpunt op. Het gaat om de combinatie: toegankelijk in tijd én haalbaar in prijs.
Waarde laten zien
De cijfers laten zien dat Nederlanders sport blijven financieren, maar dat betaalbaarheid steeds vaker schuurt en dan met name bij lagere inkomens. Voor de zwembranche ligt hier een kans én verantwoordelijkheid: zwemmen toegankelijk houden via slimme prijsstrategieën, betere vindbaarheid van regelingen en een scherp verhaal over de maatschappelijke waarde van zwemmen. Als 55% sport te duur vindt, gaat het namelijk niet alleen om prijs, maar ook om ervaren waarde. Laat concreet zien wat bezoekers krijgen: gezondheid en herstel, sociale binding (samen zwemmen, ouder-kind), begeleiding, schone en veilige faciliteiten, en duidelijke momenten waarop het rustiger is. Denk daarnaast aan laagdrempelige instapopties (proefkaart, daluren, gezinsbundels), plus samenwerking met gemeenten en lokale fondsen om regelingen voor lage inkomens vindbaar en eenvoudig te maken. Want in een tijd waarin de consument sport wíl blijven doen, maar kritischer kijkt naar de rekening, kan de zwembranche zich onderscheiden door zowel betaalbaarheid als betekenis zichtbaar te maken.
Lees voor meer informatie het rapport Consumentenuitgaven aan sport 2025

