Opnieuw discussie over schoolzwemmen

Gisteren besteedden BNR en EenVandaag aandacht aan schoolzwemmen. Aanleiding was het eerder gepubliceerde onderzoek van het Mulier Instituut voor sportonderzoek waaruit blijkt dat steeds meer scholen stoppen met schoolzwemmen. Scholen vinden het vaak gedoe of te duur. En recent speelt de verantwoordelijk ook een rol nu het Openbaar Ministerie leraren en badmeesters aansprakelijk wil stellen voor de verdrinking in Rhenen.

Duikvlucht

Koen Breedveld (Mulier Instituut) illustreert bij BNR aan de hand van percentages de duikvlucht die het schoolzwemmen heeft gemaakt. Waar het in 1985 nog een verplicht onderdeel uitmaakte van het curriculum van de basisschool, zwemt nu nog maar eenderde van de scholen onder schooltijd. Naast de vakken rekenen, taal en geschiedenis is hier geen plek meer voor. Terecht merkt Breedveld op dat hiermee voorbij wordt gegaan aan de toegevoegde waarde van zwemmen. Je voorkomt immers verdrinking en het is goed voor de motorieke ontwikkeling van een kind.

Opbrengsten

Toch zien we nu geen grote daling van het aantal zwemdiploma’s, de meeste kinderen hebben een diploma wanneer zijn met school gaan zwemmen. Een afname is met name zichtbaar onder kinderen uit kansarme en allochtone gezinnen omdat er geen geld is of omdat men de noodzaak niet inziet. Er zou daarom meer voorlichting moeten worden gegeven. Ook wordt geopperd om zorgverzekeraars te betrekken. Maar vooral wil Breedveld benadrukken dat we moeten kijken naar de opbrengsten. Het voorkomen van een verdrinking is natuurlijk van onschatbare waarde. Daarnaast kun je je afvragen of het bezuinigen op schoolzwemmen inderdaad geld oplevert. Als voorbeeld wordt Rotterdam genoemd. Als deze kinderen buiten schooltijd leren zwemmen, is er een watertekort. Het bijbouwen van zwembaden kost dan meer geld.

Aansprakelijk

Tevens wordt de verdrinkingszaak van Rhenen aangehaald omdat dit een rol kan spelen. Petra van Haren (voorzitter van Algemene Vereniging Schoolleiders) laat weten bij BNR dat de uitspraak in deze zaak van groot belang is. Uiteraard zijn onderwijzers altijd verantwoordelijk tijdens de lestijd, ook buiten het schoolplein en dus ook in het zwembad. Alleen het feit dat nu de badmeesters en onderwijzers zelf aansprakelijk zijn gesteld, zorgt voor onrust. Breedveld zegt in EenVandaag dat hij vreest dat scholen ook stoppen met schoolzwemmen. Al voor dit incident zijn er signalen dat scholen wilden stoppen vanwege mogelijke aansprakelijkeheid, dit zal toenemen door de verdrinking in Rhenen. Uiteraard heeft Breedveld begrip voor de zorgen die men hierover heeft, maar hij drukt hen ook op het hart om nu geen afstand te nemen van het zwemmen in zijn geheel.

Blijven zwemmen

Tot slot benadrukt Breedveld bij BNR dat het niet alleen maar slecht gaat met het zwemmen in Nederland. De zwemles staat in Nederland op een heel hoog niveau, we hebben goede zwemonderwijzers en mooie zwembaden. Wat we vooral moeten doen is zoeken naar samenwerking, meer doen aan voorlichting en bovenal blijven zwemmen. Het stopt niet bij het behalen van een zwemdiploma, kinderen moeten het bijhouden om hun zwemvaardigheid op peil te houden.

> Beluister hier de gehele radiouitzending

> Bekijk hier het fragment van Een Vandaag




RBI Corrosion