Omgevingswet: vereenvoudiging roept vragen op

Met de invoering van de Omgevingswet veranderen ook de regels voor de opslag van chemicaliën. De Omgevingswet is laatst weer uitgesteld, maar staat nu gepland op 1 januari 2023. Veel zwembaden zijn druk bezig om dossiers en certificaten op orde te brengen, zodat zij straks kunnen voldoen aan de zorgplicht die de wetgever van hen eist. Bert Lans, voorzitter van de Verenigde Technici Zwembadbranche (VTZ), praat ons bij over alle ontwikkelingen.

Omvangrijke operatie

Lans, in het dagelijks leven technisch adviseur bij Sportbedrijf Arnhem, heeft ze onlangs nog eens geteld. In totaal worden er 26 wetten, 60 algemene maatregelen van bestuur en 75 ministeriële regelingen in de nieuwe Omgevingswet samengebracht. Zo’n omvangrijke operatie zorgt voor onrust en roept de nodige vragen op, ook als het gaat om alle veranderingen op het gebied van de opslag van chemicaliën in badinrichtingen. “We krijgen straks te maken met één loket en alles wordt vereenvoudigd. Maar er komt wel veel meer verantwoordelijkheid te liggen bij de badhouder (eigenaar) en het betekent dat je tijdig moet voorsorteren, hoewel er een overgangstermijn van een jaar is.”

Lees ook: Omgevingswet weer uitgesteld: ‘Nu extra tijd benutten’

Overvulbeveiliging

Allereerst is er het onderscheid tussen tankinstallaties die zijn aangelegd vóór of na 1 januari 2008. Vanaf 2008 moeten alle werkzaamheden aan tanks zijn verricht door een volledig gecertificeerd bedrijf, conform de zogeheten richtlijn BRL-K903/08. Om het een stukje lastiger te maken: die normering is ondertussen ondergebracht bij het SIKB en heet tegenwoordig voluit BRL-SIKB-7800. “Als bad moet je een geldig installatiecertificaat kunnen laten zien, inclusief logboek en bijbehorende bedienings- en onderhoudsvoorschriften.” Tankinstallaties aangelegd voor 2008 moeten zijn voorzien van een overvulbeveiliging die tot aan 2023 voldoet aan de richtlijnen conform de PGS 30. Lans noemt het een belangrijk aandachtspunt voor de eigenaar van het bad. “Die aanvullende maatregel is door de wetgever op het laatste moment toegevoegd.”

Installatiecertificaat

De Omgevingswet maakt ook onderscheid tussen bovengrondse en ondergrondse opslag van stoffen als chloorbleekloog, natronloog, zwavelzuur en andere bijtende of giftige vloeistoffen, met impact op de leefomgeving en bodemkwaliteit. Voor een bovengrondse tankinstallatie, waar alle leidingen bovengronds en in het zicht zitten, is er geen BRL-SIKB-7800 installatiecertificaat meer verplicht. Die certificaten worden ook niet meer afgegeven. ”Hiervoor is de PGS 31 in het leven geroepen. Per 1 juli 2020 werd daarvoor nog de Activiteitenregeling aangepast. Dat is dus 180 graden anders dan in de oude situatie.” Lans kan zich de verwarring in de branche voorstellen, met al die nieuwe regels voor gevaarlijke vloeistoffen. “De opslag van deze stoffen is volgens onderzoek van het RIVM alleen nog maar relevant voor de bodembescherming en niet meer voor externe veiligheid.” Het verhaal wordt helemaal anders, zodra er een leiding door de grond gaat. “In dat soort gevallen is nog wel een installatie-certificaat BRL-SIKB-7800 verplicht.” 

Grijs gebied

Lans vestigt ook de aandacht op wat hij de bruidsschat binnen de Omgevingswet noemt. Tijdens de ontwikkeling van de nieuwe wet heeft het Rijk als onderdeel van het invoeringsbesluit tal van aanvullende regels toegevoegd. “Een bijzondere vorm van overgangsrecht, inzake onderwerpen waar het Rijk geen direct werkende regels voor heeft gemaakt.” Die aanvullende kaders worden voortaan toegevoegd aan elk omgevingsplan en aan alle verordeningen van waterschappen, provincies en gemeenten. “In de praktijk kunnen daardoor per gemeente of regio andere of extra regels gaan gelden, bijvoorbeeld als accommodaties in of nabij kwetsbaar gebied liggen. Ook de mate van bevolkingsdichtheid kan een rol spelen.” Lans verwacht dat die zogeheten bruidsschat voor een grijs gebied gaat zorgen. “Het kan zelfs zijn dat er uiteindelijk aanvullende eisen aan de Omgevingsvergunning kunnen worden gesteld.” 

Open dialoog

Bij aanleg, onderhoud en reparatie van tankinstallaties met ondergrondse leidingen raadt Lans zwembaden aan om uitsluitend zaken te doen met BRL-SIKB-7800 gecertificeerde ondernemingen. “Het huidige installatiecertificaat BRL-K903/08 verliest zijn waarde niet.” Om te voldoen aan de zorgplicht adviseert Lans zwembaden om uiterst zorgvuldig te werk te gaan, ook als er uitsluitend bovengrondse leidingen zijn en een BRL-SIKB-7800 installatiecertificaat niet verplicht is. ”Maar zo’n installatie certificaat neemt wel veel zorg weg.” Een voor de Omgevingsdienst bestemde risico-inventarisatie & evaluatie (RI&E) mag volgens hem eigenlijk niet ontbreken. “Zorg voor een goed en compleet dossier waarin alle aspecten van en over de tankinstallatie benoemd worden en waarin ook de opstellingsruimten duidelijk worden belicht.” Lans pleit voor een open dialoog met het bevoegd gezag. “Ga tijdig in overleg met het bevoegd gezag en vertel waar je mee bezig bent. Doe ten minste vier weken voor een schriftelijke aanvraag een melding, liefst eerder nog. Dat kan gewoon digitaal en hoeft niet veel moeite te kosten.”

Dit artikel verscheen eerder in ZwembadBranche #82. Heb jij nog geen abonnement op ZwembadBranche? Meld je vandaag nog aan via deze link




X