Imago van Zwemmen

In het rapport ‘Van evenbeeld tot tegenpool’ (Hover en De Jong, 2011) dat op 8 december is uitgebracht, worden de imago’s van vijftien sporttakken met elkaar vergeleken. Eén van de onderzochte sporten is zwemmen. De andere zijn badminton, fitness, golf, hardlopen, hockey, schaatsen, skiën, tafeltennis, tennis, turnen, voetbal, vechtsporten (judo en karate), volleybal en wielrennen . Hoe ziet ‘de Nederlander’ zwemmen in vergelijking tot andere sporten?

Aan een representatieve steekproef van ‘de Nederlander van 15-80’ jaar zijn elf aspecten voorgelegd. Bij elk aspect kreeg de respondent telkens drie willekeurig gekozen sporten voorgelegd, waarna moest worden gekozen welke van die sporten het meest daarop betrekking had en welke het minst. Van elke sport is bekend hoe vaak die het meest met het betreffende aspect werd geassocieerd, hoe vaak het minst en wanneer een middenpositie werd ingenomen. Net als in het rapport gaan we in dit artikel uit van de antwoorden van respondenten die de voorgelegde sporten niet zelf beoefenen.

Zwemmen in perspectief
Als het gaat om het aspect ‘goed voor de gezondheid’ staat zwemmen bij veel mensen bovenaan. Maar liefst 84% vindt dat aspect meer passen bij zwemmen dan bij andere sporten. Slechts 3% denkt wat betreft dit aspect bij de keuze uit drie sporten als laatste aan zwemmen. Dit aspect komt terug in de ambitie van de Koninklijke Nederlandse Zwembond (KNZB): zwemmen heeft in 2012 het imago van de gezondste (en meest beoefende) sport van Nederland. De sporten die het minst met een goede gezondheid worden geassocieerd zijn tafeltennis, golf en vechtsporten. Relatief veel mensen zien zwemmen als ‘individualistisch’ en als ‘goed voor het doorzettingsvermogen’. Bij deze twee aspecten kiest bijna de helft van de mensen voor zwemmen boven twee andere sporten. Hardlopen (62%) en fitness (52%) worden het meest als individualistisch bestempeld en volleybal (4%) en hockey (5%) het minst. Zwemmen wordt juist niet geassocieerd met blessuregevoeligheid. Slechts 4% vindt zwemmen de meest blessuregevoelige en 73% de minst blessuregevoelige sport (van de drie sporten). Sporten die juist wel met dit aspect worden verbonden zijn voetbal (79%) en skiën (71%). Golf wordt gezien als de minst blessuregevoelige sport (1%). Ook wordt zwemmen nauwelijks gezien als ‘een typische mannensport’ (11%), net als badminton (7%) en turnen (11%). Dat aspect past veel meer bij voetbal (86%) en vechtsporten (73%). Verder wordt gedacht dat zwemmen niet moeilijk is om aan te leren (14%). Bij turnen is dat juist wel het geval (74%).

Verder wordt zwemmen relatief weinig gezien als een elitaire sport, een fysiek harde sport en een sport die moeilijk is aan te leren. Hoewel zwemmen ook op positie 11 staat bij ‘gezellig’, kan niet worden gezegd dat zwemmen er echt uitspringt als ongezellige sport. Net als bij zwemmen is er nog een aantal andere sporten waarbij een redelijk evenwichtige verdeling over de drie antwoordcategorieën te zien is.

Lees het hele artikel in ZwembadBranche #31

 
 “VConsyst”