Uit de recent verschenen factsheet van het Mulier Instituut blijkt dat steeds meer kinderen langer doorgaan met zwemles. Maar er blijft nog steeds een groep achter, vooral onder kinderen uit gezinnen met lagere inkomens of met een migratieachtergrond. Dat is zorgelijk, want zwemmen is niet alleen een sportieve vaardigheid, maar ook een levensvaardigheid die ieder kind zou moeten bezitten.

Zwemdiploma’s als maat voor zwemveiligheid
Een goede zwemvaardigheid is essentieel voor de veiligheid van kinderen in en om het water. Zwemdiploma’s geven daar een belangrijke indicatie van. In Nederland bestaan verschillende diplomalijnen, die allemaal hetzelfde doel hebben: kinderen leren veilig zwemmen. In deze analyse van het Mulier Instituut is echter alleen gekeken naar het Zwem-ABC – de diploma’s A, B en C van de Nationale Raad Zwemveiligheid (NRZ). Dat betekent dat andere diploma’s, zoals die van ENVOZ of EasySwim, niet zijn meegenomen. Het onderzoek laat dus niet zien hoeveel kinderen in totaal kunnen zwemmen, maar geeft inzicht in het aandeel dat het Zwem-ABCheeft behaald. Kinderen die alle drie de diploma’s hebben behaald, beschikken volgens de NRZ over voldoende vaardigheden om zich veilig te kunnen redden in zwembaden met attracties en in buitenwater zonder sterke stroming of golfslag. Daarnaast is in het onderzoek gekeken naar verschillen in zwemdiplomabezit naar migratieachtergrond en sociaaleconomische positie. Hoewel deze analyses alleen betrekking hebben op het Zwem-ABC, is het aannemelijk dat de patronen die daaruit naar voren komen ook gelden voor andere diplomalijnen. Het onderzoek geeft dus geen volledig beeld van de zwemvaardigheid in Nederland, maar biedt wel nuttige inzichten.
Ben jij op zoek naar een leverancier die kan helpen met de luchtbehandeling in jouw zwembad of zwemschool? 👉 Klik hier.
Lees ook: De gevaren van overschatte zwemvaardigheden en het belang van risicoherkenning
Vier op de tien kinderen hebben alle drie de diploma’s
Uit onderzoek van het Mulier Instituut blijkt dat steeds meer kinderen het volledige Zwem- ABC behalen. De cijfers zijn afkomstig uit de Vrijetijdsomnibus (VTO), waarin sinds 2012 het zwemdiplomabezit van kinderen in Nederland wordt gevolgd. Het aandeel kinderen van 6 tot 12 jaar dat het volledige Zwem-ABC heeft behaald, is in ruim tien jaar tijd gestegen van 27 procent in 2012 naar 38 procent in 2024. Niet verrassend neemt het aantal behaalde diploma’s toe met de leeftijd. Onder de jongere groep van 6 tot 9 jaar heeft 78 procent ten minste één zwemdiploma, terwijl dat onder 10- tot 12-jarigen oploopt tot 93 procent. Oudere kinderen hebben bovendien vaker het volledige ABC-pakket: 41 procent tegenover 27 procent bij de jongere groep. Wat vooral opvalt, is de sterke groei onder de jongste kinderen. Waar in 2012 slechts 13 procent van de 6- tot 9-jarigen alle drie de diploma’s had, is dat aandeel in 2024 gestegen naar 34 procent.
Ongelijkheid in zwemkansen
Toch laat het onderzoek zien dat niet alle kinderen evenveel kans hebben om hun zwemdiploma’s te halen. De verschillen zijn hardnekkig en grotendeels onveranderd sinds eerdere metingen.
- Inkomen: kinderen uit gezinnen met lagere inkomens hebben duidelijk minder vaak een zwemdiploma dan kinderen uit hogere inkomensgroepen. In de hoogste inkomenskwintielen heeft meer dan de helft alle drie de diploma’s, terwijl dat in de laagste groep slechts een derde is.
- Migratieachtergrond: kinderen met een migratieachtergrond, of met ouders die een migratieachtergrond hebben, blijven achter. Zij hebben vaker geen zwemdiploma of alleen het A-diploma.
- Beperking: opvallend genoeg is er geen significant verschil tussen kinderen met een beperking en kinderen zonder beperking. Hun zwemvaardigheid is vergelijkbaar.
Nog altijd werk aan de winkel
Hoewel het onderzoek niet alle diplomalijnen meeneemt en geen volledig beeld geeft, laten de cijfers wél zien dat Nederland het over het algemeen goed doet. De meeste kinderen leren zwemmen. Tegelijkertijd legt het Mulier Instituut patronen bloot: wie leert zwemmen, wie niet, en waar de kansen ongelijk verdeeld zijn. Het blijft dan ook een zorg dat vooral kinderen uit kwetsbare groepen minder vaak kunnen zwemmen. De onderzoekers benadrukken daarom dat er blijvende aandacht nodig is voor gelijke zwemkansen. Door drempels weg te nemen – zoals hoge leskosten, taalbarrières of gebrek aan toegang tot zwemfaciliteiten – kunnen meer kinderen veilig leren zwemmen. Want, zo concluderen zij in hun rapport, zwemveiligheid is niet alleen een sportieve vaardigheid, maar ook een levensvaardigheid die voor ieder kind in Nederland bereikbaar zou moeten zijn. Een uitgangspunt dat iedereen in de zwembranche zal onderstrepen.
Lees voor meer informatie de factsheet Zwemvaardigheid 2024: inzicht in het zwemdiplomabezit van kinderen van 6 tot en met 12 jaar.

