De tragedie van het duikzeil

Een ouder vertelt me over haar dochtertje. Ze heeft haar A diploma, maar zal niet voor het B diploma gaan, vanwege het duikzeil wat maar niet lukt. Dan maar alleen het B?certificaat om niet alle motivatie te verliezen. En daarna? Stoppen natuurlijk, want dan wordt het C diploma helemaal niets. En dat is zo zonde. Het duikzeil lukt niet, hoe kan dat? 

Het kind zit in het diepe bij het duikzeil en heeft hier de tools en nodige ervaringen niet voor. Hoe kan dat? Meestal zijn verkeerde keuzes in het traject voor het diepe de oorzaak. Plus het te snel gaan oefenen van de eindvorm. Wat ook een valkuil in het traject voor het diepe is: te weinig oefentijd voor het basiselement draaien. Draaien om de lengteas wordt meestal wel geoefend. Halve draaien om de breedte as, zoals hoofdwaarts van de mat gaan, veel minder. Het hoeft echt (nog) geen koprol te zijn. Jammer genoeg wordt draaien in veel variaties nauwelijks geoefend in het diepe. Uit gewoonte wordt meestal snel de eindvorm kopsprong – onderwater zwemmen – duikzeil het eerst aangeboden. Wat er dan gebeurt, is dat het duikzeil een vervelend iets wordt. Het zien liggen van het duikzeil kan al spanning veroorzaken. Sommige kinderen gaan klieren of vermijden het oefenen door uitvluchten zoals naar de wc gaan of steeds achteraan gaan staan. De lesgevers vervallen in steeds meer theoretische uitleg en vergeten het kind te zeggen wat al goed gaat. Via praatsessies wordt geprobeerd het kind door het duikzeil te krijgen. Dit alles werkt demotiverend voor iedereen, het kind, de lesgever en de ouder. 


Ben jij op zoek naar een leverancier voor zwembadafdekkingen? 👉 Klik hier.



Wat dan wel? Zorg in het diepe en ondiepe voor voldoende vormen met draaien om de breedte as, zoals handstand vormen, dolfijnachtige vormen of door een hoepel. Start waar het nog lukte en maak van daaruit een stappenplan, waar je vanuit ‘lukken’ meerdere oefenvormen aanbiedt en maak met zwemstuurkaarten stationnetjes. Iedere vorm is goed waarbij het kind met het hoofd naar het water toe gaat. Onderwater zwemmen met oranje linten, in een hoepel duiken, over een flexibeam heen of iets opduiken. Vertrouw op een kind, beloon initiatief en moed om te oefenen en op een bepaald moment komen ze echt wel bij het duikzeil, zonder stress en mislukken. En durf geregeld juist niet met het duikzeil te oefenen. Ooit komt het moment dat het duikzeil er weer bij komt. Dat klinkt tegenstrijdig hè? En als het duikzeil er dan is: duikzeil dichtbij? 1 meter hoger in het water? Op de kant leggen om te laten zien dat het kind er doorheen past of heb jij een beter idee?

Ouders doen wat de lesgevers hen voordoen. Op de oefenuurtjes bieden we het duikzeil aan. Met die eindvorm gaat het geworstel verder, nu met de druk van de ouders erbij. Ook zij gaan oefenen wat niet lukt. Logisch, maar niet wenselijk. Wat dan wel? Zwemmen moet leuk zijn. Dus spelletjes waarbij kinderen te water gaan is super. En stiekem ook voor de ouders. Te grote doelgerichtheid geeft soms drammerigheid bij de lesgever en ouder en daarmee minder doelgerichtheid en minder resultaat. Laat het kind genieten van wat het al kan. Geef dat compliment en (wat) later kom je met een tip of aanwijzing. Geef die niet meteen. Laat het kind even genieten van jouw compliment, anders telt je compliment niet meer. Ik maak me geen zorgen dat het kind nooit naar het duikzeil zal gaan hoor! Van spanning met het duikzeil, naar ontspannen oefenen. En laten we samen van deze tragedie een mooi sprookje maken. 

Deze column van Leone Hamaker verscheen eerder al in ZwembadBranche #92

Wil je reageren op deze column mail naar leone@leonehamaker.nl
Wil jij de komende editie van ZwembadBranche ook (thuis) ontvangen? Meld je dan aan voor een gratis abonnement via deze link.