Tijdens het internationale congres over zwembaden en spa’s in Griekenland kwamen onderzoekers en praktijkmensen uit tientallen landen bij elkaar om kennis uit te wisselen over veilig en gezond zwemwater . Hoewel de uitdagingen vergelijkbaar zijn, blijkt de aanpak per land sterk te verschillen. Reden om de belangrijkste gedeelde inzichten vast te leggen in één consensusdocument. Maarten Keuten nam daarin het voortouw en werkte, samen met een kleine groep trekkers en meedenkers, aan een consensus document dat inmiddels breed gedragen wordt door wetenschappers uit heel Europa en de Verenigde Staten.

Vijf thema’s
Het consensusdocument brengt de opgave rond zwemwater terug tot vijf thema’s (opgenomen in het kader bij dit artikel) die samen het speelveld voor de komende jaren schetsen en die vragen om blijvende aandacht op Europees niveau en daarbuiten. Het document is nadrukkelijk niet bedoeld als opmaat naar gezamenlijke regelgeving. Maarten ziet het document vooral als een manier om versnippering te verminderen, zonder te doen alsof één set regels overal haalbaar is. “Je ziet enorme verschillen tussen landen,” zegt hij. “Nederland is relatief streng en loopt met wetgeving voorop, zeker ook door de Omgevingswet. Sommige landen vinden die te ver gaan.” De waarde zit volgens hem daarom niet in uniformiteit, maar in een gedeelde richting. “Gezamenlijke regelgeving komt er niet, daarvoor zijn de verschillen te groot. Maar meer kennisdeling, uitwisseling en samen oplossingen ontwikkelen is wel nodig en kan ook. Dit consensusdocument is een mooi startpunt.”
Blijvende verschillen
Maarten benadrukt dat internationale verschillen niet alleen in wetgeving zitten, maar ook in context en gebruik. Zuid-Europa kent vaak een sterker recreatief en toeristisch profiel, terwijl Nederland, België en Duitsland relatief veel gericht zijn op sport, bewegen en verenigingszwemmen. Daarnaast zijn er landen waar thermale baden een groot aandeel vormen, en zijn er specifieke voorzieningen zoals modderbaden, met eigen regimes en risico’s. “Dat maakt het ook lastig om regels te harmoniseren, maar het onderstreept wel waarom een gedeeld kader voor kennis en richting nuttig is.” Ook bij parameters en grenswaarden ziet Maarten verschillen die niet zomaar verdwijnen. “Het fundament waarop de regelgeving is gebaseerd is in veel landen hetzelfde. Men hanteert dezelfde resultaten van dierproeven waarop parameters zijn gebaseerd. Maar landen interpreteren het anders, en de vertaling naar wetgeving en handhaving verschilt.” Hij wijst erop dat sommige grenswaarden die in Nederland bepalend zijn, in andere landen niet op dezelfde manier juridisch zijn vastgelegd. “De waarden die voor ons gelden, heeft Duitsland bijvoorbeeld niet meegenomen in hun wetgeving.” Voor Nederland verwacht hij daarbij geen grote koerswijziging: “De normen zullen in Nederland nauwelijks wijzigen.” Maar hij ziet wel winst in het gezamenlijk delen van kennis, methodiek en praktijkervaring.
Lees het gehele artikel in ZwembadBranche #102
Wat zijn de belangrijkste punten uit het consensusdocument?
- Gezondheid en veiligheid van bezoekers
De nadruk ligt op het voorkomen van verdrinking, infecties en letsel, waarbij het niet alleen gaat om toezicht, maar ook om ontwerpkeuzes, het beheer van waterkwaliteit en binnenlucht, en het hygiënisch gedrag van bezoekers. - Risicogestuurd beheer in plaats van alleen voldoen aan lijstjes
Veiligheid vraagt om integrale risicobeoordeling: welke maatregelen werken in deze situatie en wat zijn de neveneffecten? Denk aan de spanning tussen water besparen en het voorkomen van ophoping van vervuiling of ongewenste bijproducten. - Duurzaamheid en watertekorten
Het document koppelt veiligheid aan duurzaamheid: minder energieverbruik, slimmer watergebruik en minder chemicaliën, zonder dat gezondheidsbescherming achteruitgaat. Watertekorten en klimaatdruk maken dit urgenter. - Onderzoek, innovatie en de rol van AI
Er is behoefte aan betere meetmethoden, meer kennis over (nieuwe) bijproducten en praktische innovaties die beheer voorspelbaarder maken. AI wordt genoemd als kans voor monitoring, trendanalyse en vroegsignalering. - Opleiding, kennisdeling en een gedeelde taal
De praktijk wordt complexer: nieuwe technieken, strengere eisen en personeelstekorten. Dit vereist permanente scholing én voor betere kennisdeling tussen landen en disciplines.

