Veroordeling tragische verdrinking: wat betekent dit voor de zwembranche?

Op 6 februari 2020 voltrok zich een zeer tragisch ongeval, een 11 jarig jongetje verdronk tijdens de zwemles. De rechtbank heeft de twee zweminstructeurs 60 en 120 uur werkstraf opgelegd. Vooropgesteld is het verdriet voor de nabestaanden onbeschrijfelijk groot, het is voor hen een nachtmerrie. Zij moeten de rest van hun leven een dierbare missen. Daarbij is het dramatisch voor de zweminstructeurs, het meemaken van een verdrinking is vreselijk. Deze uitspraak van de rechter heeft ook een impact op de zwembranche: wat betekent dit voor lesgevers en toezichthouders? Wij vroegen Titus Visser, directeur Nationale Raad Zwemveiligheid, en Koen Breedveld, directeur Reddingsbrigade Nederland, om een reactie.

Zorgplicht

Op 6 februari 2020 verdronk de elfjarige jongen tijdens zijn eerste zwemles. Na de les werd tijdens het douchen opgemerkt dat de jongen niet meer bij de groep was en vervolgens werd hij gevonden op de bodem van het diepe gedeelte van het zwembad. De betrokken medewerkers zijn taakstraffen opgelegd van 60 en 120 uur. De rechtbank oordeelde dat hier sprake is van dood door schuld omdat zij verantwoordelijk waren voor adequaat toezicht en volgens de rechter ‘aanmerkelijk onvoorzichtig of nalatig’ zijn geweest. Anders dan het OM acht de rechtbank niet bewezen dat er ‘zeer onvoorzichtig of nalatig’ is gehandeld. Daarbij benadrukt de rechter met deze straffen andere professionals en organisaties erop te willen wijzen dat de zorgplicht die op hen rust meebrengt dat zij zich voortdurend bewust moeten zijn van wat er in de concrete situatie van hen wordt verlangd.

Koen Breedveld | directeur Reddingsbrigade Nederland

“Een kind verdrinkt, de media duiken erboven op, een rechtszaak volgt, toezichthouders worden verdachten en later, veroordeelden.” Er is volgens Koen niet veel voor nodig om te zien dat deze zaak alleen maar verliezers kent. “Het slachtoffer en zijn nabestaanden voorop, uiteraard. Maar ook de toezichthouders, die door de gebeurtenis zijn getekend voor het leven. En de sector, hoe komt die er vanaf? Iemand nog zin om in een zwembad te komen werken? De hele dag in het chloor staan voor weinig geld, grote werkdruk door een tekort aan collega’s, met als bonus de kans om veroordeeld te worden als het mis gaat?” Dat de rechter de twee betrokken toezichthouders verantwoordelijk heeft gehouden vindt Koen niet vreemd, want wie toezicht houdt, heeft een zorgplicht. Maar daarmee is niet alles gezegd. “Laten we twee zaken niet vergeten. Ten eerste, verdrinkingen voorkomen vergt de inzet van heel veel betrokkenen. De mensen aan de badrand. Maar óók het management, de verhuurder, de toezichthouders op het zwembad én de opleiders van zwembadmedewerkers. Ieder heeft zijn rol, moet zich van deze rol bewust zijn en deze ook pakken. Ten tweede, toezicht houden is een vak. Toezichtsplannen en protocollen alleen zijn niet voldoende. Een veilig zwembad vraagt medewerkers die hun vak verstaan. Die geoefend zijn in het herkennen van onveiligheden en handelen als een tweede natuur. En die zich in hun rol gesteund voelen door de leiding. Gelukkig komt een zaak als deze weinig voor. Maar toch: is er een grotere tragedie denkbaar? Laten we niet wachten op het volgende drama, maar nu nadenken wat er beter kan.”

Titus Visser | directeur Nationale Raad Zwemveiligheid

Ten eerste wil Titus benadrukken dat het tragisch is voor de nabestaanden. “Bovenal zeer droevig voor hen, het is een immens verdriet.” Daarbij vult hij aan dat ook de zwembadmedewerkers dit hun leven lang met zich mee zullen dragen. “Als zweminstructeur werk je aan de zwemvaardigheid van kinderen en als het dan zo dramatisch afloopt, is dat zeer ingrijpend.” Het zou volgens Titus een illusie zijn te denken dat dit nooit kan gebeuren, maar de uitspraak van de rechter toont volgens hem wel aan dat de branche zich te allen tijde bewust moet zijn van hun verantwoordelijkheid. “Dit betekent niet alleen goede protocollen en instructies, het vraagt ook om een pro-actieve houding van medewerkers. Als je denkt dat het toezicht niet goed genoeg is georganiseerd om jouw vak veilig en verantwoord uit te kunnen oefenen, moet je dat aangeven. Tegelijkertijd moeten werkgevers hun medewerkers goed informeren, hen voldoende equiperen en hun zorgen serieus nemen. Zodat je zowel als werkgever en als werknemer weet dat alles in het werk is gesteld om een tragisch ongeval te voorkomen.” De huidige structuur om de kwaliteit van toezicht te borgen hoeft niet te worden gewijzigd volgens Titus. “Met ons licentiesysteem hebben we een goed kwaliteitssysteem. Uiteraard moeten wij alert blijven, zeker ook met de nieuwe Omgevingswet waarbij je achteraf moet aantonen dat je zorgvuldig hebt gehandeld. Maar wat wij als branche moeten voorkomen, is dat wij in een reflex schieten wat afschrikkend kan werken. Net als andere sectoren kent ook de zwembranche risicovolle situaties, wij hebben daarbij allemaal de taak om deze risico’s tot het uiterste minimum te beperken.”

Lees hier de uitspraak van de rechter inzake de verdrinkingszaak




E.B.T.C.