Twee op de drie kinderen verlaat lagere school onvoldoende zwemvaardig

  • In 2012 heeft 34% van de kinderen bij het verlaten van de basisschool het hele zwem-ABC doorlopen, 66% is daarmee onvoldoende zwemvaardig;
  • 6% van de 11-17 jarigen heeft geen zwemdiploma;
  • Allochtone kinderen en kinderen in huishoudens met lagere inkomens zijn minder zwemvaardig dan autochtone kinderen en kinderen in huishoudens met hogere inkomens;
  • Eén op de negen A-diploma’s wordt behaald via het schoolzwemmen.

Dat zijn de belangrijkste uitkomsten uit het factsheet ‘Zwemvaardigheid 2012’, opgesteld op verzoek van het Expertisecentrum Zwemonderwijs. Voor het factsheet is gebruik gemaakt van de Vrijetijdsomnibus van SCP en CBS, een representatief onderzoek onder ruim 3.000 Nederlanders. De laatste keer dat een dergelijk onderzoek is uitgevoerd, was in 2007.

De cijfers geven aan dat er geen progressie zit in de zwemvaardigheid van de Nederlandse jeugd. Eerdere cijfers gaven aan dat tussen de 35% en 41% van de kinderen het hele zwem-ABC doorlopen (en daarmee volgens de standaarden die de zwembranche heeft vastgesteld, voldoende zwemvaardig zijn).
Voldoende zwemvaardig zijn is in een waterrijk land als Nederland van groot belang om volwaardig te kunnen participeren, en daarnaast om de kans op verdrinking zo klein mogelijk te maken. Eerder dit jaar wees de studie Zwemmen in Nederland van het Mulier Instituut uit dat steeds minder Nederlanders zwemmen en dat steeds minder Nederlanders lid worden van zwemverenigingen.

 
 “VConsyst”