Samenwerken of coöperatief leren in de zwemles? Zo doe je dat!

‘Lesgevers dienen zoveel mogelijk de 1,5 meter afstand te bewaren van de kinderen. Kinderen onderling hoeven dat niet.’ Oei! Hoe gaan we dat doen? Er is al veel gesproken over impliciet en expliciet leren. Impliciet leren betekent dat je door het doen alleen al de motorische vaardigheden ontwikkelt. Expliciet leren kan worden gezien als instructie geven om zo de vaardigheid te oefenen. Een beetje hetzelfde als het ‘technisch leren’ leerpatroon van kinderen, maar ook het ‘ervaringsgerichte’ leerpatroon. Daarnaast weten we al langer dat ‘spiegelend leren’ ook heel goed werkt bij kinderen. Dit omdat de neurologische banen nog heel snel kunnen worden aangelegd. Maar kinderen vinden het ook heel erg leuk om samen dingen te doen en met elkaar te oefenen, coöperatief leren. Bijkomend voordeel, je hebt dan meer de handen vrij. Handig voor nu. Hoe je dat doet? Bij deze wat oefeningen die je zo kunt gebruiken voor jouw zwemles.

Ademhalen

  • Bellen blazen. Eén kind gooit een dobbelsteen, het andere kind moet zoveel keer achter elkaar bellen blazen daarna mag hij of zij de dobbelsteen gooien. (Let op: lesgever raakt de dobbelsteen niet aan en deze blijft in het water. Alleen op het einde wordt deze op de kant gezet en indien nodig gedesinfecteerd.)
  • Onderwater. Hetzelfde als boven. Zoveel als je gooit, zoveel tellen blijf je onder water, na 3 keer wisselen. Dit kan ook met stuurkaarten waar de cijfers opstaan.

Drijven

  • Het ene kind sleept het andere kind aan de arm door het water (rug).
  • Het ene kind telt (tot maximaal 10, kind kiest of juf stuurt aan en motiveert ‘doen jullie er maar 8!’) en andere kind gaat drijven (buik of rug) en daarna wisselen.

Draaien

  • Door middel van stuurkaarten verschillende sprong-, loop-, huppel- of valvormen oefenen
  • Stuurkaarten (of verbaal door de juf): draaien als een haai, vis, krokodil, boomstam, wokkel…

Overige spelletjes

  • Laat één kind even de juf/meester zijn en laat hem of haar zeggen wat goed ging en wat beter kan (vragenderwijs lesgeven).
  • Ik imiteer en leer: 1 kind doet voor, ander kind doet na.
  • Uitersten: groot-klein / snel-traag / kort-lang. Het ene kind zwemt en het andere kind zegt hoe het moet en wisselt daarbij bv groot-klein als woorden af.
  • ‘Juf zegt doe …’ (Simon says): juf geeft opdrachten, maar die mogen de kinderen alleen doen als de juf eerst de woorden ‘juf zegt doe…’ erbij gebruikt. Bij alleen ‘borstcrawl’ zeggen hoeft niemand wat te doen. Kan ook in groepjes van twee of drie of in twee groepen, wissel dan wel steeds af wie de leiding mag nemen.

We worden nu even iets meer gedwongen om niet te snel de kinderen vast te pakken. Het is een uitdaging en dus ook een uitgelezen moment om nieuwe dingen te bedenken. Heb je nog meer ideeën die passen bij het samenwerkend of coöperatief leren? Deel ze met elkaar! Ik lees en leer graag mee.

Deze column is geschreven door Katrien Lemahieu en verscheen eerder in het e-zine #4Coronacrisis in de zwembranche




RBI Corrosion