Sinds de invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is de meldplicht voor zwembaden verbreed. Waar voorheen vooral legionellabesmettingen meldingsplichtig waren, geldt nu dat ook ‘ongewone voorvallen’ gemeld en geregistreerd moeten worden. Gebeurtenissen die afwijken van het normale verloop van de activiteit en die nadelige gevolgen hebben, of kunnen hebben, voor de fysieke leefomgeving. Ook kunnen het situaties zijn die de veiligheid of gezondheid van bezoekers raken, of incidenten rond waterkwaliteit en het gebruik of vrijkomen van chemicaliën. Voor exploitanten betekent dit dat zij niet alleen adequaat moeten handelen op de vloer, maar ook snel en zorgvuldig contact moeten opnemen met het bevoegd gezag.

Incident of ongewoon voorval?
Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) verplicht exploitanten om het bevoegd gezag bij een ongewoon voorval direct te informeren en relevante informatie aan te leveren. Het bevoegd gezag kan vervolgens andere overheden informeren en zo nodig aanvullende maatregelen laten nemen om de gevolgen te beperken. Daarnaast moet het voorval en de opvolging ervan worden vastgelegd in het logboek. Bij ‘gewone’ incidenten is dat anders: die moeten intern worden geregistreerd en geëvalueerd, maar zijn niet extern meldingsplichtig. De eerste afweging – incident of ongewoon voorval – ligt dus bij het zwembad zelf. Jack Stam, vergunningverlener bij Omgevingsdienst Noord-Holland Noord (OD NHN), licht toe dat om misverstanden te voorkomen, hij adviseert om bij twijfel altijd te melden. “Meld liever te vaak dan te weinig. Dan kan het bevoegd gezag het onderscheid maken.” Na een melding beoordeelt het bevoegd gezag de situatie en kijkt naar de ernst ervan, eventuele eerdere voorvallen en de genomen maatregelen. “Er bestaat geen vaste beslisboom, per situatie wordt een afweging gemaakt of vervolgtoezicht, zoals een bezoek ter plaatse, nodig is.” Waarbij het vooral ook belangrijk is dat niet te lang wordt gewacht met de melding. “Eerst gaat de aandacht uiteraard naar hulpverlening en directe maatregelen. Maar daarna moet een melding volgen, inclusief informatie over oorzaak, verloop en genomen of overwogen maatregelen.”
Wat valt onder de meldplicht?
De meldplicht geldt voor ongewone voorvallen in de zwemzaal en direct aanverwante ruimtes, zoals douches en kleedruimtes. Ernstige afwijkingen in de waterkwaliteit of ongevallen waarbij medische hulp wordt ingeschakeld. Voorvallen buiten deze ruimtes vallen in principe niet onder hoofdstuk 15 van het Bal. Alleen wanneer er milieugevolgen of risico’s voor de omgeving zijn, kan een andere meldplicht gelden. Dit betreft echter geen melding in het kader van hoofdstuk 15 van het Bal. In Noord-Holland hebben de meeste meldingen betrekking op valpartijen en onwelwordingen in het water. De laatste tijd is het aantal meldingen ongewoon voorval toegenomen, maar volgens Jack komt dat vooral door de groeiende bekendheid met de regelgeving. “Vooral kleinere bassins, zoals op campings of bij hotels, waren niet altijd goed op de hoogte. Om iedereen goed te informeren, licht de omgevingsdienst bassineigenaren actief in en wordt de meldplicht standaard besproken bij controles.”
Lees ook: Van papier naar praktijk: toezicht dat werkt wanneer het moet
Coulance, maar niet vrijblijvend
Omdat de meldplicht nog relatief nieuw is, toont de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord soms coulance wanneer een voorval niet is gemeld, met name als aantoonbaar sprake is van onbekendheid. “Maar het niet melden kan wel degelijk tot sancties leiden, nalatigheid wordt daarbij niet geaccepteerd.” Voor zwembadmanagers betekent dit dat het meldproces goed moet zijn ingericht: leg vast wie beslist, wie meldt en via welk kanaal – ook tijdens avond- en weekenddiensten. De kern is helder: handel altijd adequaat, wees transparant en meld bij twijfel. Daarmee draag je bij aan veilig zwemwater en aan het doel van de Omgevingswet: sneller zicht op risico’s en duidelijke verantwoordelijkheden binnen de sector.
Stappenplan bij een ongewoon voorval
Beheers direct de situatie (veiligheid en gezondheid gebruikers eerst)
Neem meteen maatregelen om gevolgen zo klein mogelijk te houden (bassin sluiten, ventileren, dosering/techniek veiligstellen, bezoekers/personeel beschermen). De uitvoerder is ‘als eerste verantwoordelijk’ voor snel optreden.
Informeer het bevoegd gezag ‘onverwijld’ (direct)
Bij het bieden van gelegenheid voor zwemmen of baden geldt dat het bevoegd gezag onverwijld moet worden geïnformeerd over een ongewoon voorval. Daarbij staat veiligheid altijd voorop: melden mag de eerste maatregelen niet in de weg staan. Zodra het personeel dat bevoegd is om te melden beschikbaar is, volgt de melding. Het ‘onverwijld’ informeren is van belang zodat het bevoegd gezag direct kan handelen als het moet handelen om gevolgen te beperken.
Lever de kerninformatie aan
Zodra dat kan, geef de informatie die nodig is om de gevolgen in te schatten: oorzaak en verloop, (mogelijk) vrijgekomen stoffen/risico’s, en genomen of overwogen maatregelen om verdere gevolgen te voorkomen.
Registreer het voorval in het logboek (incidentenregistratie)
Naast melden moet je als exploitant een logboek bijhouden over de uitvoering van het beheersplan, met daarin in ieder geval registratie van incidenten in en om het badwaterbassin (inclusief de aanleiding, omstandigheden, risico’s en getroffen maatregelen om herhaling te voorkomen).
Neem maatregelen om herhaling te voorkomen
Na het voorval neem je (waar mogelijk) maatregelen zodat het niet opnieuw gebeurt, denk aan techniek, procedures, opleiding, onderhoud of aanpassing van werkinstructies.
Borg en actualiseer (procedures/beheersplan + dossiervorming)
Leg vast wat je hebt geleerd en wat je aanpast (zoals escalatie- en meldprocedure, rolverdeling, bereikbaarheidslijst). Eventueel bijstellen risico-analyse en/of beheersmaatregelen.
